Heroïne maakte me een goede moeder

Elke dag gebruikte Hanny de Groot (40) heroïne. Tot ze zwanger raakte. Ze stopte, maar ging weer gebruiken toen haar zoon Jetze (8) anderhalf was. `Ik kon tien dingen tegelijk. Leek me ideaal voor een kind.'

Ze was rond de twintig. En toen ontdekte ze het, de drugs. Hasj, speed, en uiteindelijk heroïne. Hanny de Groot (40) uit Groningen: ,,Het was echt een ontdekking. Ik kom uit een nuchtere Friese familie, waar niet over gevoelens werd gepraat. Ik liep nooit over van zelfvertrouwen, maar door de speed voelde ik me fit, actief en wakker. En door heroïne rustig en goed.'' En niemand die iets merkte. Ze had de havo afgemaakt, gewerkt onder andere als tandartsassistente, was actief vrijwilliger en bleef er verzorgd uitzien. ,,Ik leidde een dubbelleven.''

Maar in 1992 raakte De Groot zwanger en ging er een knop om. Ze voelde zich sterk en was binnen drie maanden clean. ,,Ik wilde niet dat mijn kind verslaafd geboren zou worden.''

Maar toen Jetze anderhalf was, veranderde dat. Ze ging weer gebruiken, heroïne. Eerst af en toe, later elke dag.

Waarom?

De Groot: ,,Ik kwam mezelf gigantisch tegen. Toen ik zwanger werd, brak ik met mijn vriend. Ik stond alleen voor de opvoeding. Loste alles verstandelijk op. De heroïne maakte dat ik me weer prima voelde. En een hele goede moeder. Ik was fit, kon tien dingen tegelijk. Leek me ideaal voor een kind.'' Tot de dope voor alles ging. Jetze was twee toen hij wel eens meeging naar een dealer. ,,Een nette hoor, die in een gewoon huis woonde, geen gekkenboel. Maar dat kon ik tegenover Jetze niet verantwoorden.''

Haar ouders in Friesland wisten ervan, maar spraken er niet over. Ze namen een deel van de opvoeding over. Elke weekend ging Jetze naar zijn opa en oma. De Groot: ,,Hij vond het prachtig, mijn ouders genoten. En ik had even tijd voor mezelf. Maar als moeder voelde ik me daardoor waardeloos. Ik kon dus gemist worden. Ik voelde dat ik als opvoedster finaal had gefaald.''

Eind 1997 belandde De Groot in een crisis. Ze wilde stoppen met drugs, ook voor Jetze. ,,De dope ging voor hem en dat wilde ik niet langer. Mijn gevoelsleven was vlak, ik was snel geïrriteerd, druk, nerveus en depressief. Elke dag moest ik heroïne hebben. Maar ik moest toch ook een moeder kunnen zijn zonder dope?''

Intussen functioneerde Jetze normaal, zoals andere kinderen. Op school waren ze over hem te spreken. Hij was intelligent en rustig. Maar hij nam wel verantwoordelijkheden van zijn moeder over. Zoals op het moment dat zijn moeder tussen de middag wegging om dope te halen. Dan kwam hij net van school en had hij geen zin mee te gaan. Dan zei hij: ,,Ik blijf wel even thuis.'' En dan liet zijn moeder hem alleen. De Groot: ,,Dat klopt natuurlijk niet. Voor een kind van zes hoort er brood op tafel te staan.'' Als opvoedster stelde De Groot nauwelijks grenzen – ,,Ik voelde me schuldig, dus hij mocht veel.''

Via het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) belandde ze drieëneenhalf jaar geleden in een ontgiftingskliniek. Binnen drie weken was ze afgekickt. Maar ze was nog niet thuis of ze ging weer gebruiken. Ze besefte dat ze thuis niet kón afkicken. ,,Het was alsof de omgeving dopegebruik opriep.'' Zo kwam ze in april 1999 in De Herberg in Rolde, een behandelkliniek voor verslaafde ouders en hun kinderen. Met Jetze.

De Groot: ,,Ik voelde me schuldig tegenover mijn zoon. Die moest weg bij zijn vriendjes. Niet dat hij echt protesteerde. Hij was heel loyaal. Een kind is flexibel zolang zijn moeder maar bij hem is. Het was gezellig in De Herberg, hij had kinderen om mee te spelen. Nu zegt hij trots tegen zijn vriendjes dat hij op een boerderij heeft gewoond.''

Samen woonden ze zestien maanden in De Herberg. Aanvankelijk was het ,,verschrikkelijk moeilijk''. ,,Al die regels, structuren en therapieën. Ik ben een Einzelgänger, woonde altijd op mezelf. Nu zat ik in een huis met meer mensen. En je moest over gevoelens praten, waarom je gebruikte. Heel confronterend. Dat wilde ik niet. Ik wilde alleen af van de heroïne. Verder was er niks aan de hand. Dacht ik.'' Na drie maanden hield ze het voor gezien. Terug naar huis. Maar na twee dagen zag ze in dat ze het niet alleen zou redden. ,,Hoe vreselijk ook. Ik moest terug. Er was geen andere weg.''

Na afloop koos ze voor een nieuw begin, in een nieuwe woonplaats, ver weg van de scene. Door het verblijf in de kliniek heeft ze haar zelfvertrouwen teruggekregen als moeder, ,,omdat ik clean ben en mijn echte gevoelens zijn teruggekomen''.

Beweert De Groot daarmee dat verslaafden geen goede ouders kunnen zijn?

Nee, zegt ze. ,,Ik verzorgde mijn kind goed, hij ging op tijd naar school, lag op tijd in bed. Ik lag niet laveloos op de bank. Verslaafden zijn niet per definitie slechte ouders.''

Als drugs goedkoper zouden zijn en legaal verkrijgbaar zou ze dan nog gekozen hebben voor een leven zonder dope?

,,Ik heb getwijfeld, maar nu zeg ik: ja. Ik gun het mezelf om nergens afhankelijk van te zijn. Ik gun het Jetze een moeder te hebben die zonder kan. Onder invloed ben je niet echt als moeder. Ik kan nu grenzen stellen. Jetze blijft aan tafel zitten als we eten. Dat is ons rustpunt. En overdag gaat de tv niet aan. Vind ik niet goed voor zijn ontwikkeling. Er zijn genoeg andere dingen. Ja, ik ben assertiever geworden en ik ben een andere moeder geworden.''

Ach, zegt ze, in feite durven veel ouders hun kinderen geen grenzen te stellen. Of noemen hun kind een ,,rotjoch'' waar hij zelf bij staat. ,,Dan denk ik: half Nederland zou een opvoedcursus moeten volgen.''

Heeft u ook ervaring met verslaving en ouderschap of wilt u anderzins reageren? Stuur uw reactie naar e-mailadres zok@nrc.nl of naar NRC Handelsblad, Ouder & Kind. Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Uw bijdrage moet donderdag in ons bezit zijn.