Er zijn vele soorten gezonde voeding

Een jaar of tien, vijftien geleden kon je je nog wat voorstellen bij het begrip `gezonde voeding'. Je had de Schijf van Vijf, later de Maaltijdschijf van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding en als je dagelijks uit ieder vakje wat nam, dan at je gezond. Af en toe zondigen met een kroketje, een patatje oorlog of een slagroompunt zorgde voor een prettig schuldgevoel. Inmiddels zijn we een paar voedselschandalen verder (BSE, dioxine), blijken ook voedingsmiddelen uit de Maaltijdschijf (kip, vis) niet altijd even gezond en komen er steeds meer voedingsmiddelen en supplementen op de markt, waarvan de fabrikanten claimen dat ze de gezondheid bevorderen. De grens tussen voeding en medicijn vervaagt door yoghurtdrankjes die de darmflora verbeteren, margarines die het `slechte' LDL-cholesterolgehalte verlagen en een supplementen die goed zouden zijn tegen slapeloosheid, dan wel het geheugen verbeteren, het immuunsysteem versterken of de bloedsomloop herstellen.

De functional foods, voedingsmiddelen met een gezondheidsbevorderende werking, hebben de aandacht getrokken van Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie aan de Universiteit Wageningen. Hij schreef een pre-advies voor de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek, die op 15 juni aanstaande wordt gehouden. Het forse essay (60 pagina's) verdient wijdere verspreiding dan alleen onder bio-ethici, omdat het, via een discussie over de controversen rondom functional foods, implicaties heeft voor het voedingsbeleid van de overheid en met name voor de rol van de Voedselautoriteit die de Nederlandse overheid in het leven willen roepen.

Korthals onderscheidt twee controversen rondom functional foods. De ene heeft betrekking op de toelating van functional foods en de bijbehorende gezondheidsclaims. Voorstanders willen een zo ruim mogelijke toelatingsregeling vanwege de verwachte positieve effecten op de gezondheid. Tegenstanders wijzen erop dat niet alleen de gezondheidsclaims vaak onvoldoende zijn onderzocht, maar ook dat functional foods risico's voor de gezondheid op kunnen leveren, bijvoorbeeld bij overmatig of langdurig gebruik. Toelating ervan zou daarom aan strikte eisen moet voldoen, vergelijkbaar met de toelating van medicijnen.

De tweede controverse heeft betrekking op de culturele betekenis van voeding. Pleitbezorgers van functional foods zien voeding vooral als bijdrage aan de gezondheid en dat heeft vooral in de Verenigde Staten geleid tot wat Korthals noemt `nutritional terrorism'. Je eet niet omdat je het lekker vindt, maar om je voorraad koolhydraten aan te vullen. Naast genot is de nadruk op gezondheid ook een ontkenning van de sociale betekenis van voeding. Enerzijds de gezamenlijke maaltijd om formele of informele relaties te bevestigen; anderzijds de keuze voor een bepaald voedingspatroon om je te onderscheiden van de omgeving. Je bent wat je eet. Voeding als sociaal en cultureel fenomeen heeft geleid tot een heel scala aan leefstijlen: van kosjer tot health food en van vegetarisch tot slow food.

Na een ruime, maar informatieve omweg over de aandacht voor voeding en gezondheid in de filosofie, komt Korthals uit op de vraag hoe de samenleving om zou moeten gaan met genoemde controverses rondom functional foods. Bij het beantwoorden van die vraag gaat hij uit van het deliberatieve perspectief van Habermas. Dat wil zeggen dat zowel veiligheid en gezondheid van voeding als het aspect leefstijl onderwerp kunnen en moeten zijn van maatschappelijk debat (deliberatie). Een open (transparante) procedure voor toelating van voedingsmiddelen vergroot het vertrouwen van consumenten in het vermogen van marktpartijen en overheid om risico's op adequate wijze aan te pakken.

Wat voeding als sociaal en cultureel fenomeen betreft, pleit Korthals voor een erkenning van uiteenlopende, naast elkaar bestaande definities van gezonde voeding. De Schijf van Vijf, de Maaltijdschijf en tegenwoordig de Richtlijnen Goede Voeding suggereren dat er één goede voeding bestaat, maar dat idee is volgens Korthals achterhaald. De opkomst van functional foods en supplementen laat zien dat er meer gezonde voedingen mogelijk zijn. Daarnaast zijn er voedingsstijlen die de nadruk leggen op andere zaken, zoals ecologisch verantwoorde productie (biologisch), dierenwelzijn (vegetarisch) of het prikkelen van de smaakpapillen (slow food-beweging). Ook die zijn niet per definitie ongezond.

Korthals' filosofische reflecties over functional foods zijn een welkome bijdrage aan het debat over landbouw, voeding en gezondheid. Door uit te gaan van de grondrechten van het individu, slaagt hij erin om de discussie over functional foods een kwartslag te draaien. Hij haalt als het ware de angel van de emotie uit de discussie over voeding (biologische landbouw versus traditionele landbouw, gezonde voeding versus functional foods, genetische modificatie versus gentechvrij) zonder te ontkennen dat eten ook emotie is. Door net dat beetje afstand te scheppen, biedt hij meer zicht op de betekenis van voeding en de rollen van de industrie, de wetenschap, de overheid en niet in de laatste plaats de consument.

Tussen voeding en gezondheid: filosofische reflecties over Functional Foods door Michiel Korthals, uitgegeven door de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek mei 2001. Het pre-advies is te bestellen door overmaking van ƒ35,- op girorekening 110086, ten name van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek te Utrecht, onder vermelding van auteur en titel. Internet: www.nvbe.nl