Democratisch vacuüm

Soms vraag ik me af wat het is dat wij over het hoofd zien in de actualiteit van de wereld om ons heen. Er zijn, zoveel staat vast, verschijnselen die we hetzij onvoldoende opmerken, hetzij onderschatten. We missen iets. Wisten we maar wat het is waar we aan voorbij zien, maar dan zouden we profeten moeten zijn.

Van enkele belangrijke ontwikkelingen begrijpen we met gezond verstand vanzelfsprekend dat zij een onmetelijke invloed zullen hebben op de toekomst van de mensheid. Neem de genetische revolutie. We horen hoe ingrijpend die is uit medisch, maar ook uit ethisch oogpunt. En dan de digitale revolutie. Iedereen begrijpt dat de ontwikkeling van technologie en communicatie de samenleving onomkeerbaar verandert. Maar toch... zal over pakweg honderd jaar de dan levende historicus niet in onze tijd iets aanwijzen waar wij stekeblind voor zijn geweest?

Zijn wij, om een pessimistisch getint voorbeeld te opperen, misschien getuige van de ondergang van de democratie zoals deze heeft bestaan sinds de invoering van het algemeen kiesrecht? Is dat het eigenlijke signaal van de Britse verkiezingen? Ik weet het niet, maar het zou kunnen. Is Leefbaar Nederland, dat dit weekeinde een oprichtingscongres houdt, een symptoom van het afsterven van de partijpolitiek? Mogelijk, wie weet. Zijn de verhalen over de privatisering van politie en justitie of over de zelfverrijking van de moderne managerskaste twee thema's die deze week in het nieuws waren onderdeel van een groter verhaal: een pendulebeweging van (nationale) democratie naar (internationale) oligarchie? Misschien is er iets heel anders aan de hand en zijn alleen al de hier opgeworpen vragen het bewijs van de onmacht om het heden te doorgronden, gerelateerd als ze zijn aan noties uit de geschiedenis en bekende begrippen.

Historici staan altijd weer verbaasd over de bijziendheid van mensen in het verleden die getuige waren van zich vlak onder hun neus afspelende gebeurtenissen waar zij de draagwijdte niet van begrepen en, achteraf gezien, ook onmogelijk konden begrijpen. Neem de opkomst van het fascisme en het nationaal-socialisme in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Tijdgenoten zagen het gebeuren. Een deel van hen was doordrongen van de gevaren, anderen onderschatten die, weer anderen lieten zich verleiden en sommigen dachten er handig gebruik van te kunnen maken voor eigen opportunistische doeleinden. Maar niemand kon in de toekomst kijken, niemand kende de afloop. Alleen wie in retrospectief oordeelt, beschikt over het referentiekader om handelen en nalaten van voorgaande generaties op hun waarde te kunnen schatten. In de eigen tijd, overgeleverd aan de waan van de dag, is het verleden het belangrijkste ijkpunt.

Optimisten die naar het verleden kijken, hebben de neiging een opgaande lijn te zien naar voorspoed en vernieuwing op vrijwel alle gebieden. Wie pessimistisch is aangelegd, ziet vooral de gevaren die in nieuwe verschijnselen besloten liggen.

Ik noemde de privatisering op het gebied van de opsporing van strafbare feiten en de veiligheid, waar het jongste nummer van Justitiële Verkenningen aan is gewijd en waarover donderdag een congres werd gehouden. Wat dit betekent is nog lang niet te overzien. Optimisten wijzen op de verantwoordelijkheid die het bedrijfsleven neemt bij bestrijding en preventie van criminaliteit, maar pessimisten zeggen: dit gaat ten koste van de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van alle burgers. Straks wordt veiligheid een product dat alleen de rijken zich kunnen veroorloven. Dan verliest de overheid haar monopolie op het gebied van opsporing en rechtsbedeling.

Een ander voorbeeld waarvan de consequenties voor de toekomst onmogelijk zijn te overzien, is de afnemende belangstelling voor de vertegenwoordigende democratie. Wij zien: politiek is meer en meer een door lobbyisten en in de media uitgevochten belangenstrijd tussen private organisaties, ondernemingen, consumenten enz. Wij zien: partijen worden marginaal. Maar wat dit betekent, dat kunnen we niet weten. Toch zijn er omineuze tekens.

Overal waar de sociaal-democratie begin vorige eeuw het algemeen kiesrecht heeft bevochten, is het uitgerekend een deel van haar traditionele aanhang dat daar tegenwoordig geen gebruik meer van maakt. Het is niet zo schokkend dat de opkomst bij de verkiezingen in Groot-Brittannië de laagste was sinds 1918 de uitslag stond van tevoren vast. Schokkender is dat de winnaars Labour ook de grootste verliezers zijn: het waren hun mensen die wegbleven, de laagst betaalden, minst opgeleiden, bewoners van de slechtste buurten. Die hebben afgehaakt. Blair won dankzij de middengroepen, waar ook de Conservatieven en de liberalen het van moeten hebben. Dat beeld zie je overal.

In Vrij Nederland pleit minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries (PvdA) deze week voor een tweepartijenstelsel in Nederland net als in Groot-Brittannië en Amerika. ,,Dan weten de burgers weer dat er iets te kiezen valt.'' Maar wat viel er dan te kiezen in Groot-Brittannië, waar The Economist Labourleider Blair sarcastisch aanbeval als de beste Conservatief? En wat viel er te kiezen in Amerika, waarover in hetzelfde nummer van Vrij Nederland door de schrijver Gore Vidal wordt opgemerkt: ,,Burgerrechten bestaan in dit land allang niet meer (-). We hebben een onrechtmatig gekozen regering en het Witte Huis is overgenomen door de oliemaatschappijen.''

Jongeren stemmen niet meer (in Groot-Brittannië nam volgens opiniepeilingen donderdag een op de vijf 18- tot 25-jarigen nog de moeite), leden van minderheidsgroepen zijn niet geïnteresseerd, de armen voelen zich er niet bij betrokken. Zo ontstaat een democratisch vacuüm.

Ik vraag me naar aanleiding van de Britse verkiezingen af of de sociaal-democratie, die tot de succesvolste bewegingen in de geschiedenis behoort en een groot deel van haar oorspronkelijke emancipatieprogramma heeft verwezenlijkt, bezig is haar geboorterecht te verspelen: het algemeen kiesrecht zelf. Niet als formeel recht van iedere staatsburger, maar als feitelijk machtsmiddel tegenover de private sector met haar groeps- en deelbelangen. Als de niet-stemmers worden afgeschreven, is ook de democratie zelf ten dode opgeschreven, vrees ik. Maar misschien kijk ik door een bril die te veel is gekleurd door de geschiedenis, behept met het menselijke onvermogen in de toekomst te kijken.