De weermannen van de beurs

Ze relativeren hun rol graag. Maar analisten kunnen een beurskoers maken of breken. Als zij met z'n allen een aandeel afwijzen, dan keldert het. Soms zitten ze er naast met een voorspelling. ,,We kunnen hooguit een verwachting uitspreken op grond van wat wij weten net als de weerman. Maar mensen nemen altijd meer aan van Erwin Kroll dan van zomaar een voorbijganger.''

De kick, zeggen ze, is om altijd voor te lopen op concurrenten. David van der Zande: ,,Je moet geen conformist zijn, je moet juist snel een eigen standpunt durven innemen.'' Kennis is geld waard, soms miljoenen. ,,Hoe eerder je een positieve of negatieve wending bij een bedrijf kunt voorspellen, des te meer geld kan je je cliënten laten verdienen of besparen'', zegt Robin Fransman. Geruchten over een beursfonds, zegt hij, zijn alleen waardevol als ze ,,nog in het telefoon- of emailcircuit zitten''. ,,Als ze eenmaal openbaar zijn, zijn ze waardeloos want dan weet iedereen het.''

Niemand heeft gehoord van Robin Fransman, Patrick Roquas of David van der Zande. En toch hebben ze grote invloed. Hun gezamenlijke advies om een aandeel te `kopen' kan de koers van dat aandeel spectaculair doen stijgen. Verandert dat advies in het oordeel `houden' of zelfs `verkopen', dan kan die koers kelderen. Ze werken als analist in de kapitale panden van de zakenbanken Van Lanschot, Kempen & Co. en Stroeve. Die banken beleggen gezamenlijk 38 miljard gulden van cliënten. Hun gemiddelde leeftijd is 30 jaar.

Analisten voorspellen de toekomst. En nu massa's particulieren beleggen, zijn hun inzichten interessant voor een breed publiek. Steeds vaker duikt `de analist' op als autoriteit bij het Journaal en in kranten. Hun rapporten over beursgenoteerde bedrijven en sectoren, zoals `verzekeringen', `detailhandel' of `telecom', vinden gretig aftrek bij professionele en particuliere beleggers. Elke bank heeft per marktsector één of twee analisten in dienst.

Wie zijn de jongens die gezamenlijk een beurskoers kunnen maken of breken? Ze hebben maar één doel, zeggen ze zelf: beleggers zo objectief mogelijk informeren over de toekomstige waarde van een aandeel. Ze praten met het bestuur van beursgenoteerde bedrijven over cijfers en strategie en met cliënten van hun bank: (professionele) beleggers. ,,Je zit als analist tussen twee vuren: de bedrijven die je analyseert en de belegger die onafhankelijke informatie wil over waar hij het beste zijn geld in kan investeren'', zegt Van der Zande.

Op het eerste gezicht verschillen de analisten al van de mannen die handelen in aandelen en opties. Beurshandelaren dragen bretels en verplaatsen zich steevast in groepjes van de beursvloer naar hun kantoren rondom Beursplein 5. Om te tafelvoetballen na het handelen. Hun bureaus zijn rommelig, er slingeren lege zakjes chips en flessen cola. Handelaren zijn bedreven in het ,,snelle scoren'', zegt analist Robin Fransman (software en IT-bedrijven, Van Lanschot). Analisten niet.

Analisten komen niet op de beurs en kleden zich als hun gesprekspartners: doorgaans in goede pakken. Ze zijn genuanceerd, stralen uit dat ze zich laten leiden door argumenten en niet door emotie. Ze hebben stuk voor stuk een academische titel en worden betaald om na te denken. ,,Dé waarheid over de waarde van een aandeel bestaat niet'', zegt bijvoorbeeld Van der Zande (hoofd research, Stroeve). Fransman: ,,Het doet er niet toe wat ík vind. Het gaat erom dat ik beleggers argumenten kan geven om een aandeel wel of niet te kopen.''

Maar subjectieve indrukken spelen wel degelijk een rol, zo blijkt. Hoe een directievoorzitter op hen 'overkomt' is ,,heel belangrijk'', zeggen ze alle drie. Fransman: ,,Als de topman míj kan overtuigen, dan kan hij alle beleggers en waarschijnlijk ook zakenpartners en cliënten overtuigen.'' Sterker: hoe sceptisch Fransman ook is over de marktkansen van een bedrijf, als een nieuwe topman een goede indruk maakt, dan móet Fransman positief oordelen over het aandeel. ,,Ik weet dan namelijk dat de andere analisten en beleggers onder de indruk van hem zullen zijn en dat de koers dus zal stijgen.''

Net als beurshandelaren zijn ook de analisten jong. Fransman, Roquas (Retail en voeding, Kempen & Co.) en Van der Zande zijn 32, 33 en 25 jaar oud, terwijl ze alle drie gelden als `ervaren'. In de Verenigde Staten zijn analisten gemiddeld veel ouder en meestal afkomstig uit de branche die ze analyseren. Voordeel voor de Nederlandse analisten is dat de werkweek van 50 tot 60 uur – beginnend met de ochtendkranten en financiële persbureaus op kantoor om 7 uur 's ochtends – op hun leeftijd nog goed is vol te houden. En dat de adrenaline nog gaat stromen bij de openbaring van elk nieuwsfeitje: kwartaalcijfers, winstwaarschuwingen, aangekondigde aandelenemmissies of leningen, overnames, of reorganisaties.

Liggen ze er van wakker als door hun toedoen een koers keldert, duizenden beleggers het vertrouwen in een bedrijf verliezen en de bestuurders (die veelal hun vaders hadden kunnen zijn) wanhopig worden? Nee. ,,Dat is het logische gevolg van het hebben van een beursnotering'', zegt Van der Zande afgemeten. Bovendien: ,,Onze cliënten kunnen op zo'n moment beter verkopen en we werken voor hén.'' Fransman: ,,Ik geloof heilig dat een topman die zijn bedrijf goed leidt niet nerveus wordt van analisten of de koers. En voor wie is het erg als een koers daalt? Niet voor onze cliënten want als het goed is, hebben ze tijdig verkocht. Als een bedrijf bij een lage koers wordt overgenomen, dan is dat weer goed voor de beleggers die het aandeel vasthielden, want dan stijgt de koers weer. Het is uitsluitend erg voor de carrière van de bestuursvoorzitter zelf.''

Veel slechter voelen ze zich als ze er naast zitten met een koersverwachting. Fransman: ,,Soms gaat de koers veel harder dan mijn analyse. Een aandeel kan 30 procent aan waarde verliezen in één dag. Zeker in mijn sector, de IT. Zoals laatst na de winstwaarschuwing van IT-dienstverlener CMG. Ik vroeg me aan het einde van de dag af of het nog zin had beleggers aan te raden om te verkopen, want inmiddels werd het aandeel-CMG ónderschat en dan kunnen ze het beter vasthouden want dan stijgt het weer.'' Volgens Roquas kun je ,,er altijd naast zitten''. Het gaat soms razendsnel, zegt hij. ,,Wat de ene dag positief lijkt kan een dag later – na een winstwaarschuwing – in een heel nieuw daglicht komen te staan''. ,,Koersen waarderen is net als het weer voorspellen. We kunnen hooguit een verwachting uitspreken naar aanleiding van wat we weten over het bedrijf en de marktomstandigheden. We kunnen er ook naast blijken te zitten. En toch neem je meer aan van Erwin Kroll dan van een voorbijganger.''

Ze relativeren hun rol graag. Roquas voelt zich nooit verantwoordelijk als hij een koers ziet verschrompelen want hij gelooft dat de individuele invloed van een analist wordt overschat. ,,Het gaat erom hoe de hele financiële markt oordeelt, niet hoe ík oordeel.'' Hij gelooft dan ook niet in de self-fullfilling prophecy van het analisten-oordeel: als alle analisten zeggen dat een aandeel meer waard is, dan wordt het vanzelf meer waard. Fransman gelooft daar evenmin in. ,,Op de lange termijn is het de winst die de waarde van het bedrijf bepaalt en niets anders.'' Alleen Van der Zande zegt: ,,Ik kan niet ontkennen dat er soms sprake is vaneen selffullfilling prophecy. Kijk naar de stijgende koers van World Online vorig jaar. Iedereen volgde elkaar.''

Anderen relativeren hun rol niet. In een hoofdartikel schreef de Britse zakenkrant The Financial Times onlangs: `Shoot the analists'. Volgens de krant is het koopadvies van analisten zelden objectief omdat hun werkgevers andere belangen hebben in de bedrijven waarover zíj oordelen. Die banken begeleiden beursgangen (waarbij ze geen belang hebben bij een pessimistisch analistenrapport), overnames (waarbij ze een percentage van de overnamesom krijgen), en kunnen zo veel beleggende cliënten mobiliseren om een bepaald aandeel te kopen, waardoor dat aandeel vanzelf stijgt.

Op zo'n moment geldt een analistenrapport als voorkennis. En zulke voorkennis is tegenwoordig meer waard dan wat een bedrijf zelf gaat ondernemen, verzuchtte bestuursvoorzitters Hans van der Wielen van voedingsconcern Numico vorig jaar. Hij betichtte een analist bij ABN Amro ervan een pessimistische analyse over Numico te hebben laten uitlekken om ,,gigantische handel te organiseren''. Want daar verdient de `sell-side' van de bank aan. Hij noemde het ,,manipulatie van de koers''.

Bestaat die belangenverstrengeling? Alleen bij internationale zakenbanken zoals Goldman Sachs, Morgan Stanley en Deutsche Bank, zeggen de Nederlandse analisten. Van der Zande: ,,Analisten zíjn in bepaalde situaties beïnvloedbaar. Vooral als die bank zelf op grote schaal investeert in bedrijven of een beursgang of deals begeleidt. Want de belangen bij Goldman Sachs of Morgan Stanley zijn zo gigantisch groot. Dan hebben we het over miljarden.'' Ook Fransman en Roquas lijkt het ,,heel lastig'' om objectief te blijven als hun eigen banken voor miljarden betrokken zouden zijn bij het wel en wee van een fonds waarover zij rapporteren.

Toch is geen enkele bank op de lange termijn gebaat bij corrupte analisten, zegt Roquas van Kempen & Co. ,,Uiteindelijk word je door cliënten beoordeeld op grond van of je adviezen uitkomen of niet. Dus dat is je enige doel.'' Van der Zande: ,,Veel van onze cliënten hebben aandelen Aegon. En ik volg de banken en verzekeraars. Dus ik zou op korte termijn veel handel kunnen creeëren voor onze afdeling effectenhandel door mijn oordeel over Aegon telkens te wijzigen. Maar op termijn vertrouwen cliënten je niet meer als je adviezen niet blijken te kloppen.''