Chauffeur of tuinman

STELLING: Wie in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt werkloos is, heeft dat aan zichzelf te wijten

In 1994, midden in de economische recessie, interviewde de RVU-radio Hans Hermans. Toen 48 jaar oud en al vijf jaar werkloos. Hij was jongerenwerker van beroep. Zijn sollicitaties in die richting leverden weinig op want het van bezuiniging naar bezuiniging struikelende kabinet Lubbers-Kok ontzag ook de sociale hulpverlening niet. Van flexibiliteit was bij Hermans weinig te merken, ook al dreigde na vijf jaar WW de bijstand. Als iemand u een baan aan zou bieden als chauffeur of tuinman? `Dan zeg ik: ik doe het niet.'

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de uitkeringsinstantie zeven jaar geleden de dag na het interview (later gepubliceerd in `Economie in Nederland: 13 radio-interviews' door Louis Bogaers en Ben Kolster, RVU/Educatieve Omroep) kordaat een strafkorting op zijn uitkering is gaan uitrekenen of op zoek is gegaan naar een geschikte gesubsidieerde baan. Wat nu `lui en onaanvaardbaar' heet, was toen misschien niet netjes, maar min of meer geaccepteerd.

In de loop van de jaren negentig is de houding ten opzichte van werklozen veranderd. Met een, macro-economisch bezien, verwaarloosbaar aantal werklozen, is wat vroeger een collectief probleem was, nu een individuele zaak geworden. De individuele werkloze staat ook centraal in veel van het toegepaste economisch onderzoek dat in de jaren negentig is gedaan. Het zal weinigen verbazen dat werklozen gevoelig blijken te zijn voor financiële prikkels. Na het opleggen van een sanctie verdubbelt de kans op het vinden van een baan voor mensen in de bijstand. Opmerkelijker is dat het voeren van begeleidingsgesprekken en controle van sollicitatie-activiteiten in veel gevallen nauwelijks lijkt te helpen.

De moderne arbeidsmarkteconomie laat ook zien dat als veel werklozen in hun situatie berusten en niet actief zoeken naar werk, dit kan leiden tot een hogere werkloosheid. Slecht gemotiveerde potentiële werknemers met een geringe zoekinspanning leiden tot hogere vacaturekosten voor werkgevers en daardoor tot minder vraag naar arbeid. De weigering van individuele werklozen als Hans Hermans om een baan als chauffeur of tuinman aan te nemen, heeft zo bezien bijgedragen aan de hoge werkloosheid die Nederland tot halverwege de jaren negentig teisterde. Maar het is te makkelijk om hieruit te concluderen dat wie nu nog werkloos is dat aan zichzelf te danken heeft. Mensen zijn een product van hun omgeving en die wordt voor werklozen voor een groot deel bepaald door het gevoerde beleid.

De RVU zou Hermans nu nog eens moeten interviewen. Ik denk niet dat hij nog steeds werkloos is. De individualisering van de werkloosheid heeft geleid tot een ander beleid. Het zwaartepunt ligt niet langer bij het betalen van uitkeringen, maar bij reïntegratie. Wellicht is Hermans via een gesubsidieerde baan in de zorgsector aan de slag gegaan, en met een beetje geluk zelfs in de jeugdzorg. Misschien behoort hij tot het selecte clubje mensen dat via een gesubsidieerde baan regulier betaald werk heeft gevonden. In de begeleiding van langdurig werklozen bijvoorbeeld, een snel groeiende markt. Of hij heeft de afgelopen jaren een korting op zijn uitkering gehad omdat hij een baan als stadswacht weigerde. Als hij in Amsterdam woont, is een sanctie erg onwaarschijnlijk. Het is al jaren publiek geheim dat 's lands grootste sociale dienst net zo'n weinig voelt voor sancties als Hermans destijds voor een baan als tuinman. De harde kern werklozen die resteert is mede het gevolg van gevoerd beleid. De vrijblijvende, collectivistische benadering van werklozen, die tot een paar jaar geleden gemeengoed was, en nu nog voorkomt in het lastige Amsterdam, ijlt na. Als jarenlang een ik-doe-het-niet houding is geaccepteerd, zoals bij Hans Hermans, dan is het niet gemakkelijk als de overheid je ineens persoonlijk aanspreekt en een combinatie van scholing, zeer intensieve begeleiding en als het moet sancties in het vooruitzicht stelt. Niet makkelijk, maar wel nodig, want die combinatie werkt.

Het feit dat sommige uitvoerders van actief arbeidsmarktbeleid dwarsliggen, zoals in Amsterdam, stelt het beleid op de proef. De echte lakmoesproef moet echter nog komen, bij de volgende economische recessie. Dan zal blijken of beleidsmakers bereid zijn om vast te houden aan een individuele benadering van werklozen, met nadruk op individuele verantwoordelijkheden. Misschien ben ik te somber, maar ik betwijfel het. Amsterdam is lastig, maar het zet vaak de trend.

Udo Kock is econoom aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij schrijft een proefschrift over sociale zekerheid en arbeidsmarktdynamiek. Van 1998 tot 2000 was hij lid van de commissie Sociale Zaken van de Amsterdamse gemeenteraad.