Caleidoscopisch overzicht actuele kunst

Op de hoofdtentoonstelling op de Biennale van Venetië hebben alle kunstenaars, bekend en onbekend, een gelijkwaardige plaats. Hun werk gaat over de wereld waarin zij leven.

Boven de poorten van het Italiaanse paviljoen, die toegang geven tot de hoofdtentoonstelling van de Biennale van Venetië, prijken 192 landenvlaggen. Kunstenaar Marco Neri schilderde ze vorig jaar stuk voor stuk na op doek en hing ze hier aan de gevel. Zo wordt de toon voor de tentoonstelling onmiddellijk bij binnenkomst gezet: `Plateau of Humankind', samengesteld door Harald Szeemann, gaat over kunst uit heel de wereld.

In de entreehal is onder de titel The Platform of Thought letterlijk een podium voor andere culturen opgericht. Op een hellend vlak zijn daar rondom het beeld De Denker van Rodin naïeve beelden van hedendaagse Afrikaanse, Indiaanse en Chinese kunstenaars neergezet. Neanderthaler-achtige sculpturen, boeddhistische en hindoeïstische beelden en Afrikaanse grafpalen staan er zij aan zij en bieden een beeld van wereldwijde uitingen van volkskunst.

Szeemann heeft bewust geen thema aan Plateau of Humankind willen verbinden. De curator typeert zijn tentoonstelling eenvoudigweg als een verzameling kunstwerken waar je naar kunt kijken. Zijn streven is om een zo'n caleidoscopisch mogelijk beeld te geven van de actuele kunstuitingen. Om die reden heeft hij behalve aan beeldende kunst ook veel aandacht geschonken aan cinema, theater, dans, muziek en poëzie. ,,De presentatie geeft inzicht in de passies, gedragspatronen en gezichtspunten die alle mensen in gelijke mate delen'', zegt de Zwitser.

Wanneer je rondloopt over de tentoonstelling, wordt duidelijk wat Szeemann met die uitspraak bedoelt. De kunstwerken die hij uitkoos gaan niet zozeer over de kunstenaars zelf, maar over de wereld waarin zij leven. Plateau of Humankind richt zich op de problemen van onze tijd, op zaken die ons allemaal aangaan. Zoals de doodstraf, treffend verbeeld door de Amerikaanse Lucinda Devlin in haar sobere foto's van cellen, gaskamers en elektrische stoelen in Amerikaanse gevangenissen. Of zoals oorlog: Rineke Dijkstra toont een recente serie portretten van jonge Israëlische mannen en vrouwen in legeruitrusting, gefotografeerd op de directe, frontale manier die we van haar kennen.

Sommige kunstenaars zochten hun inspiratie in alledaagse onderwerpen. Jeff Wall presenteert een fotoserie van verloederde buurten, en focusde op de dichtgetimmerde ramen en het onkruid dat tussen de stoeptegels groeit. De Engelse kunstenaar Paul Graham maakte foto's van openbare toiletten en richtte zijn camera op de vunzige tekeningen en teksten op de muren. En de drie Amerikaanse grafitti-kunstenaars Barry McGee, Stephen Powers en Todd James brachten de straat letterlijk de tentoonstelling binnen. In de Corderie op het Arsenale-terrein bouwden zij een straat met krakkemikkige toko's, billboards, barretjes en een gokhalletje. De installatie lijkt op een straatmarkt in een Afrikaanse stad, maar blijkt geïnspireerd op de buurten in New York en San Francisco waar de kunstenaars zelf vandaan komen.

Plateau of Humankind is een toegankelijke tentoonstelling, met veel fotografie en videokunst. Het aardige is dat alle kunstenaars, jong en oud, bekend en onbekend, westers en niet-westers, een gelijkwaardige plek hebben gekregen. Sommige grote namen vallen tegen. Gerhard Richter bijvoorbeeld, toont een serie ruitvormige doeken in voornamelijk oranje tinten. De werken waren oorspronkelijk in opdracht voor een Franciscaanse kerk in de buurt van het Italiaanse Foggia gemaakt, maar werden door de kerk geweigerd omdat ze te abstract waren. Op de Biennale maken ze nu een wat verloren indruk. Ook Cy Twombly, die uitpakt met twaalf nieuwe schilderijen, stelt teleur. Zijn pastelkleurige doeken missen de kracht en de scherpte van zijn oudere werk.

Het zijn de jonge kunstenaars die met de meest verrassende werken komen. De Engelsman Keith Tyson (1969), misschien wel dé ontdekking van deze biennale, zette simpelweg al zijn ingevingen op papier: portretten van onbekende personen, plattegronden van het heelal, schema's en cijferreeksen, maar ook de voetafdrukken in zijn atelier. Het zijn grillige, maar prachtig uitgewerkte schetsen, die samen een indrukwekkende wandvullende installatie vormen. Tyson noemde zijn werk een `Monument for the present state of things'. Daarmee vat hij in één klap samen waar deze editie van de biënnale over gaat.