Bijrol van de arbodienst wordt zwaarder

Het WAO-drama waarover de commissie-Donner adviseerde, kent een aantal hoofdrolspelers: keuringsartsen, bedrijven, overheidsbureaucratie, rechters en de werknemer zelf. Wat is hun rol en zal uitvoering van het advies-Donner daar iets aan veranderen? Deel 2 van een serie: de arbodienst.

Hoe het wel moet: een man rijdt met zijn auto tegen een boom en raakt in coma. De arbo-arts neemt direct (althans, na drie dagen) contact op met de uitvoeringsinstelling en meldt dat de man ,,het komende halfjaar niet verwacht hoeft te worden''. De WAO-uitkering wordt aangevraagd. Snel, efficiënt, juiste keuze. Helder, goede arbo-arts.

Hoe het niet moet: een vrouw meldt zich bij de arbo-arts met RSI-klachten. De arts gaat naar de werkgever: `wat doen we eraan'? De werkgever stemt morrend in met onderzoek naar de werkplek, maar weigert de kosten voor de fysiotherapeut en de aanpassing van de werkplek te betalen. Toekenning van een reïntegratie-subsidie laat weken op zich wachten, de zieke werknemer wordt nog zieker. En dan: keuring, afgekeurd, WAO.

Het zijn geen willekeurige voorbeelden. Bedrijfsarts Willard Gerritsen van arbodienst De Boer en Rienks in Houten maakt ze mee, zegt hij. Gerritsen is arbo-arts en loopt tegen grenzen aan. Hij kan zich er kwaad over maken. ,,De hoofdrolspelers blijven hoe je het ook wendt of keert de werkgever en de werknemer. Die moeten er samen uitkomen. Iedereen daar omheen, arbodiensten, keuringsinstellingen, uitvoerders, speelt een bijrol.''

De `bijrol' van de arbo-arts in de groeiende markt van WAO'ers is een betrekkelijk recente. En toch wordt er in de nieuwe plannen voor bestrijding van de instroom in de WAO nadrukkelijk een beroep gedaan op de diensten. De commissie-Donner, die het WAO-probleem analyseerde en met oplossingen moest komen, geeft de diensten een zwaardere rol in de begeleiding van de zieke werknemer.

Sinds 1994 zijn werkgevers verplicht een contract af te sluiten met een arbodienst. Op die manier wilde de overheid een eind maken aan de instroom in de WAO. Werknemers zouden in het eerste ziektejaar intensief worden begeleid, om terug te keren naar de oude werkplek of om aangepast werk te krijgen, bij de oude of bij een nieuwe baas. Arbodiensten zouden onder druk van de onderlinge concurrentie er alles aan doen werkgevers het beste reïntegratiepakket tegen de laagste prijs aan te bieden. Marktwerking in de WAO.

De werkelijkheid bleek weerbarstiger. Het aantal arbodiensten is sinds 1994 weliswaar enorm gegroeid, tot een kleine honderd bedrijven. Maar er wordt voornamelijk op prijs geconcurreerd en niet op kwaliteit, zo constateerde onderzoeksinstituut Nyfer onlangs. Kleinere werkgevers sluiten vaak zogenoemde `tientjescontracten' (minimale contracten) af met de arbodienst. En zo'n contract betekent ook minimaal succes.

Toch gaat het ook wel eens ergens goed. Het ziekteverzuim bij Akzo Nobel ligt twee procentpunt onder het gemiddelde in de chemie-branche en de instroom in de WAO is de helft van het landelijk gemiddelde. Volgens André Veneman, hoofd bedrijfsgezondheidsdienst van Akzo (13.000 werknemers in Nederland), zit de sleutel van het succes van de `Akzo-methode' in laagdrempeligheid, preventie en de bereidheid te investeren in de werknemers.

Akzo heeft 25 locaties, en op alle zijn arbo-artsen, arbo-verpleegkundigen en zo nodig fysiotherapeuten en psychologen. ,,De deur staat altijd open, de artsen kennen de situatie, en kunnen dus ook preventief optreden. Dat is heel erg belangrijk'', aldus Veneman. Maar het is ook duur. Akzo betaalt per werknemer tussen de 500 en 800 gulden per jaar aan de arbodienst, tegenover een landelijk gemiddelde van 200 gulden. ,,Door veel te investeren bespaar je een veelvoud aan ziektekosten.''

En toch zijn juist de kosten voor de arbodiensten voor veel ondernemers in met name het midden- en kleinbedrijf een hoge drempel. Zij sluiten dan ook vooral de `tientjescontracten' af. Begrijpelijk, maar niet de oplossing, vindt Karin Kuiper, secretaris Sociale Zaken bij MKB Nederland. Het MKB wil af van de verplichting een arbodienst in te schakelen. ,,Voor kleine bedrijven met tien man in dienst is het niet rendabel dure contracten af te sluiten. Die willen hooguit met de totale branche zo'n contract hebben.''

De adviezen van Donner lijken aan te sluiten bij dat laatste idee. Donner wil af van de verplichte winkelnering van werkgevers bij arbodiensten. Daar staat tegenover dat werkgever en werknemer volgens Donner meer tot elkaar moeten worden veroordeeld om de WAO-problematiek op te lossen. Twee jaar lang moeten ze er samen proberen uit te komen. Blijkt dan dat een van de partijen te weinig heeft gedaan om een terugkeer op de arbeidsmarkt te bewerkstelligen, dan volgen sancties. Deed de werkgever het niet goed, dan wordt hij langer financieel verantwoordelijk voor de zieke werknemer. Heeft de werknemer zich onvoldoende ingespannen, dan wordt hij ontslagen of eerder ontslagen dan nodig of hij verliest zijn recht op een werkloosheidsuitkering.

Bemiddeling van een arbodienst is dus geen voorwaarde meer voor een goede afhandeling van een ziekteperiode. Toch is de verwachting dat juist arbodiensten een grote rol kunnen (blijven) spelen. Ton Schoenmaeckers, directeur van de Brancheorganisatie Arbodiensten, ziet dan ook geen bedreiging in het wegvallen van de wettelijke verplichting: ,,De rol van de arbodiensten wordt groter. We worden meer betrokken in die eerste twee jaren. Arbodiensten zijn de natuurlijke regisseurs van de WAO. Bedrijven blijven altijd naar ons toe komen.''

Hij vreest voor de daadkracht van de politiek. ,,De laatste jaren zijn er veel goede plannen vroegtijdig afgeschoten. Men was steeds op zoek naar iets nieuws, zonder de resultaten van het oude af te wachten. Ik geloof in Donner, althans, ik verwacht er veel van. Maar het kost tijd.''

Deel één van deze serie stond in de krant van 7 juni. Meepraten over de WAO en de commissie-Donner? Ga naar De Stemming via www.nrc.nl/DenHaag.