Bij de Tories opent zich een slangenkuil

Na de aankondiging van het vertrek van partijleider Hague opent zich opnieuw een slangenkuil in de Britse Conservatieve Partij. Michael Portillo is in de race om hem als partijleider op te volgen, maar Kenneth Clarke maakt ook een goede kans, en er zijn meer gegadigden.

Vijf jaar geleden verloor Michael Portillo zijn zetel. Gisteren keerde de tweede man van de Conservatieve Partij terug in het parlement met een reuzenoverwinning in Kensington, een van de chicste wijken van Londen en vanouds een Tory-bastion. Maar een lachje kon er niet af, toen hij in de bakstenen aula van het stadhuis vrijdag om twee uur 's ochtends zijn hulptroepen bedankte. Zelfs niet toen de als kakkerlak verkleede kandidaat van de Monster Raving Loony Party hem de poot kwam geven. Het had een fuif moeten worden, maar het leek of Portillo op een crematie sprak. En dat was ook zo.

Een dag eerder circuleerden nog scenario's waarin de Conservatieven de Labour-meerderheid met dertig tot honderd zetels zouden uithollen. Maar toen Kensington de biljetten had geteld, waren de contouren van de uitslag al duidelijk: de Tories kaapten niet de zetels waarop ze hun zinnen hadden gezet. En Labour zou een landslide-meerderheid van zeker 150 zetels halen.

De gok van partijleider William Hague om het lot van zijn partij te verbinden aan een stem tegen de euro, een stem tegen asielzoekers en een stem voor belastingverlaging, was uitgelopen op een verpletterende nederlaag. In 1997 haalden de Conservatieven een schamele 165 zetels. De einduitslag van 2001: hetzelfde aantal; geen betere illustratie van vier verloren jaren.

Portillo wist dat Hague's lot bezegeld was. Zijn stem klonk warm-weemoedig. Op zijn gezicht was de pijn te zien die hij voor de ,,dappere'' partijleider voelde. En achter zijn rug blikkerde een dolk. Er is ,,bezinning'' nodig, zei hij nog, geen ,,overhaaste'' roep om Hague's aftreden. Maar het nieuwe leven moet wel van ,,een nieuwe generatie leiders'' komen, aldus Portillo. Dat laatste was Hague met hem eens. Gisterochtend al trad hij af in de hoop dat de partij ,,een populairdere leider dan ik'' vindt ,,die nieuwe initiatieven kan nemen''.

Als Portillo het nieuwe Tory-gezicht wil worden, moet hij duidelijk maken wie of wat hij is. Tot 1995 was hij een staalharde Thatcher-volgeling met een uitgesproken pest aan immigranten. Na zijn verbanning uit het Lagerhuis werkte hij als nachtportier in een ziekenhuis, maakte een film over zijn Spaanse roots, waarin hij kloosters bezocht, lange wandelingen maakte en onderstreepte dat hij zélf de zoon van een immigrant was (zijn vader ontvluchtte Franco). Hij bekende dat hij in zijn jeugd een homoseksuele verhouding had gehad. Hij deed als schaduwminister van Financiën vaag over beloofde belastingkortingen. Hij pleitte voor een tolerante partij waar minderheden welkom zijn. En hij liet weten dat hij absoluut niet geïnteresseerd was in het partijleiderschap.

Rechts vertrouwt `Portillo de Tweede' niet meer, linkse Tories hebben hem nooit vertrouwd. In 1997 weigerde hij naar voren te stappen. Als hij zich nu kandidaat stelt, is zijn overwinning niet zeker. Want na Hague's vertrek opent zich opnieuw een slangenkuil. Kenneth Clarke, de ontspannen oud-minister van Financiën, maakt een goede kans en wil niet uitsluiten dat hij meedoet. Hij is populair onder de leden, maar niet piepjong (60) en sommigen hebben een probleem met zijn Eurofilie.

Aan de andere kant van het spectrum lopen een Ann Widdecombe, de barse schaduwminister van Binnenlandse Zaken, en de voormalige Guards-officier Ian Duncan-Smith (Defensie) zich warm. Beide vertegenwoordigen `hard-rechts' binnen de partij, dat alleen een vorm van Euroscepsis met `Portillo Mark II' en zijn sympathisanten in het schaduwkabinet lijkt te delen.

Als Hague was aangebleven, bijvoorbeeld tot een referendum over de euro, waren die twee stromingen met elkaar in botsing gekomen achter de schermen. Nu zal het vermoedelijk in het openbaar gebeuren. Alleen zo kunnen de Tories hun dilemma oplossen: rechts blijven houden en onverkiesbaar blijven, of opschuiven naar het midden om Labour met de eigen wapens te bestrijden: het verbeteren van scholen en de zorg met een gematigde vorm van overheidsingrijpen, niet Europa of asielzoekers.

Daarvoor moet Tory-rechts wel een prijs betalen: het opgeven van principes of de partij verlaten. Het is eerder vertoond. Labour maakte dezelfde manoeuvre in het begin van de jaren '90, maar dan van de andere kant. Onder Blair en diens twee voorgangers liet Labour `hard-links' vallen en bezette met een verrassingsaanval het centrum. Blair zag net iets eerder dat er niet langer een muur was die kapitalisme en socialisme van elkaar scheidde.

Old Labour voelt zich nog steeds verraden, maar weet ook dat het alternatief de oppositie is. Bij de Tories moet dat besef nog doordringen. ,,Misschien kunnen we nu eindelijk de lessen van 1997 tot ons laten doordringen'', zeggen gematigde Conservatieven nu.

Er is meer dat de Tories naar het midden dwingt. ,,Na de verkiezingen willen we niets meer met de Tories te maken hebben'', zei Dominic Cummings, campagnedirecteur van Business for Sterling, een groep zakenlieden die zich verzet tegen Britse deelname aan de euro. ,,We zijn een meer-partijencampagne en je hoeft geen Tory te zijn om het pond te willen houden'', aldus Cummings tegen de Financial Times. Volgens een anonieme hoge functionaris, aangehaald in hetzelfde artikel, is er maar één Conservatief die begrijpt dat de campagne tegen de euro met economische, niet met politieke argumenten moet worden gevoerd: Portillo.