Bezwaren en beroepsprocedures

STELLING: Ons stelsel van sociale zekerheid is nog steeds te ruimhartig

Nee, echt niet. Men kiest niet voor sociale zekerheid.

Sinds 1980 heb ik een hoge dwarslaesie door een zwemongeluk. Ik ben in grote mate afhankelijk van vele derden, diverse richtlijnen, een elektrische rolstoel, allerlei wetten, aangepaste gebruiksartikelen, uitvoeringsorganen, fysiotherapeuten, ADL (algemene dagelijkse levensbehoeften), assistenten, een aangepaste woning, aangepast vervoer, ziekenfonds, een geleidehond en waarschijnlijk nog veel meer. Na afronding van een, daarna gestarte studie mbo, sociale dienstverlening, en na periodes vrijwilligerswerk bij onder meer een plaatselijke belangenorganisatie, ben ik een zorgadviesbureau gestart.

Op deze manier tracht ik mijn leven een positieve invulling te geven en mijn ervaringen te delen. Mijn leven vult zich voor de ene helft met aanvragen, beoordelingen, afwijzingen, bezwaarschriften en beroepsprocedures voor mijn benodigde zorg. Voor de andere helft met de daadwerkelijke zorg, opstaan, douchen, toiletteren, fysiotherapie, artsenbezoek, taxi's, etcetera.

Wat er overblijft aan energie besteed ik aan mijn sociale omgeving en mijn adviesbureau.

De wereld is groot, ligt letterlijk te sterven onder de druk van haar bewoners. Europese avonturen en economische belangen staan oplossingen op termijn in de weg. Nederland alleen al is zo groot dat de overheid nauwelijks in staat is zorg te dragen voor ons sociaal stelsel.

Onze sociale zekerheid is een gigantisch, bureaucratisch bolwerk. Het verraadt de rijke historie van onze sociale zekerheid. Rond 1900 bestond bij mensen die deel uitmaakten van kleine gemeenschappen of grote families een moreel en sociaal verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van hulpbehoevenden. Soms gebeurde iets fouts met een medemens, een ongeval, zonder schuld of schuldige. Het ongeschonden door het leven gaan confronteerde velen met hun onmacht en schuldgevoel. De hulpgevers van weleer bundelden hun bewogenheid over de sociale zorg. De overheid stelde het recht op zorg centraal waardoor hulpvragers niet meer afhankelijk hoefden te zijn van liefdadigheid. De mantelzorg werd geprofessionaliseerd, de verantwoordelijkheid verschoof van sociaal bewogen burgers naar de overheid.

Na de Tweede Wereldoorlog en de jaren van opbouw, klonk eind jaren zestig onder met name sociale academici het gevoel van bewogenheid weer. Voor elk probleem was er een praatgroep. Er moest worden `geïntegreerd', er moesten `voorzieningen worden getroffen' voor mensen met een 'beperking'. Democratisch, opdat een ieder binnen de samenleving recht heeft daarbinnen te kunnen participeren.

In de jaren zeventig steeg de welvaart en het welzijn van de samenleving. De burgers die ervoor hadden gevochten waren met recht trots op hun sociale zekerheid, en bij hun in de buurt woonde ook iemand die iets had `van de uitkering'. `Uiteindelijk is de overheid nu verantwoordelijk' verwachtten de oudere initiatiefnemers van het stelsel. De tot beleidsmakers uitgegroeide academici uit de jaren zestig lieten de overheid een indringende toekomstvisie zien.

De consequenties lieten niet lang op zich wachten, de overheid zag een kostenpost op zich af komen, nam zijn verantwoordelijkheid en stuurde aan op maatregelen. Eind jaren tachtig werd er gewerkt aan individualisering en aan decentralisatie van wetten en regels. Goed voor de economie en een ieder bemoeit zich voortaan alleen met zichzelf. Patiënten- en belangenorganisaties werden betrokken bij het te vormen provinciaal, en nog belangrijker geworden, gemeentelijk beleid. De betutteling maakte plaats voor participatie.

Tegenwoordig is ons `recht op zorg' vervangen door de term `zorgplicht' met de wirwar aan regels als consequentie. Het beleid is door bezuinigingen moeilijk uitvoerbaar en zo versnipperd dat de gebruiker door de bomen het bos niet meer ziet. Dankzij de sociale (on)zekerheid zijn mijn intimi mijn mantelzorg.

Mijn praktijk zal hierin niet veel verschillen van andere. Door bezuinigingen van de afgelopen twintig jaar moet ik mijn vrienden en familie steeds vaker belasten met zorg die verband houdt met mijn fysieke beperking.

Van niet makkelijk werd het moeilijker dan moeilijk.