Bar Centrale

Cilento is een prachtige bergstreek ten oosten van Salerno, een vervallen landbouwgebied dat net hoog genoeg is voor interessante tochten, en net laag genoeg om geen last te hebben van te veel sneeuw of te weinig zuurstof. Dus is het hier ideaal voor een week stappen met de rugzak. Dus ook zijn de mensen hier zo arm als de mieren, eeuwenlang uitgebuit door machthebbers van allerlei slag. Ook nu nog blijven de hun toekomende eurosubsidies grotendeels aan talloze strijkstokken hangen, zodat de werkloosheid ergens in de buurt van de 50 procent zweeft en de jongelui hun heil elders zoeken, alvorens – soms na tientallen jaren – in hun dorp terug te keren, en hun dagen te slijten te midden van de andere bejaarden die met luid misbaar een kaartje leggen op de witte plastic tafeltjes voor het plaatselijke café (altijd Bar Sport of Bar Centrale geheten). Geen wonder dus dat deze geïsoleerde streek een verbanningsoord was, waar destijds de fascistische regering hun dissidenten heenstuurde. Onder hen was ook de (als arts opgeleide) schrijver en schilder Carlo Levi, die van zijn gedwongen verblijf in Aliano verslag deed in Cristo si è fermato a Eboli.

Zoals vrijwel altijd in zulke gebieden wordt de bezoeker onbekommerd aangegaapt, en vervolgens onderworpen aan een vrolijk verhoor. Wie ben je? Waar kom je vandaan? Heb je kinderen, zo ja hoeveel, zo nee waarom niet? Wat doe je voor de kost? Hoeveel verdien je daarmee? Mijn Italiaans is nauwelijks goed genoeg voor zo'n discussie, maar gelukkig zijn de Cilentani vriendelijk en geduldig, en bereid de brabbelende buitenlander aan te horen en hem te helpen zich verstaanbaar te maken.

Maar wat doe je als het gesprek over je werk gaat? Ik ben een goede timmerman, en dat schept een band, ook met de smid die het muilezel-hoefijzer even laat rusten om de vreemdeling toe te spreken op een manier die rechtstreeks uit Vergilius lijkt te komen. Bij `wetenschap' denkt men hier in eerste instantie aan theologie, vervolgens aan medicijnen of desnoods veeartsenij. Maar een onderzoeksvak? En dan sterrenkunde? Na een kwartier vol verwarring en vruchteloze pogingen vind je aanknopingspunten in het onderwijs, want het woord professore betekent hier `schoolmeester'. Dat je les geeft aan een Università is nog te volgen. Maar als de duizenden sterren boven Bar Centrale beginnen te twinkelen, haken de kaartspelers af zodra je probeert uit te leggen waar die schitterende juwelen hun energie vandaan halen, waar ze in de ruimte staan, hoeveel dagen een muilezel zou moeten lopen om er te komen, hoe de Grote Beer er over honderdduizend jaar uitziet, hoe groot de Zon zich zou voordoen voordat-ie over vijf miljard jaar ontploft.

Allemaal luchtfietserij voor de boer en de smid. Maar toch tonen de mensen in Sant'Angelo a Fasanella respect voor zulke buitenaardse bezigheden, en niet de minachting die in Nederlandse bestuurskringen bon ton is geworden wanneer de zuivere wetenschap of de vrije kunsten ter sprake komen. En juist omdat de Cilentani niet proberen je kennis en je passie te kleineren, komt tijdens zo'n gesprek in mijn hoofd iets bovendrijven wat bij wetenschappers een tweede natuur is: wat kan ik hier bijdragen? Stel dat ik hier werd vastgezet zoals Levi, hoe kan ik mij dan verdienstelijk maken met wat ik kan en weet? De armoede die je omringt, de schamele resultaten van duizenden jaren ploeteren, en vooral de waardigheid van de mensen dwingt je tot dat zelfonderzoek. Hoe kan iemand met mijn inkomen, van staatswege betaalde opleiding, door wetenschappelijke zorgen omgeven gezondheid, zich rechtvaardigen in een dorp waar een man van mijn leeftijd eruit ziet of-ie twintig jaar ouder is, en waar een kop voortreffelijke espresso negentig cent kost?

Dat vraag ik mij niet af in Nederland, in een maatschappij waar mensen zich zorgeloos uitleveren aan kwakzalvers, in de rug gedekt door de dramatische successen van de medische wetenschap. Niet hier, waar een vertraging van tien minuten van een der schone en snelle treinen een ramp is. Niet hier, waar het onderwijs zo goed was dat politieke prutsers het niet konden laten dat kapot te verbeteren. Niet hier, waar men zich tot barstens toe heeft volgegeten aan de producten van wetenschap en techniek om daarna, boerend en ruftend, het nut ervan aan een `brede maatschappelijke discussie' te onderwerpen.

Wat kan ik hier doen behalve genieten van de natuur, van de schilderachtige stadjes, van de hartelijkheid van de mensen? Een professore is een schoolmeester, dus daar zou ik kunnen beginnen, ware het niet dat de plaatselijke prete niet zou toestaan dat ik op school een poot aan de grond kreeg. Zelfs de 4 uit 2+2=4 is verdacht als-ie uit de mond van een ongelovige komt. Want in deze streek, zoals altijd in straatarme gebieden, is letterlijk alles geloof, zelfs de wiskunde. Een van onze gastheren liet vol trots zijn oude wijnpers zien, en verklaarde in volle ernst dat hij het bottelen nog twee weken moest uitstellen, omdat wijn die gekurkt wordt bij wassende Maan de flessen doet knappen. Desondanks was de man een oprechte amateur-astronoom, met een drieduims kijkertje op zijn terras. Hij was kapitein geweest van een duikboot, het soort schip waarbij de kleinste onregelmatigheid een ramp kan (en zal) veroorzaken. Je zou dan denken dat juist hij de methoden van wetenschap en techniek in zijn botten moest hebben, maar nee. Aan Cicero zou hij niet hebben kunnen uitleggen hoe een periscoop werkt, maar dat van die wijn zou Marcus T. vertrouwd in de oren hebben geklonken. Alles is hier geloof. De Napoletano naast mij sloeg kruisjes tijdens de landing in zijn stad, juist nadat hij – alleen omdat ik Nederlander ben – uit naam van zijn god een tirade had afgestoken tegen homo's die een imam zou doen blozen. De buschauffeur heeft Christophorus aan de achteruitkijkspiegel hangen, maar vertikt het zijn stoelriemen vast te maken.

Carlo Levi maakte zich, als arts, zo goed en zo kwaad als het ging nuttig voor de bevolking die hem huns ondanks gevangen hield. Ik breng er alleen maar wat lires heen voor een bord pasta en onderdak op een agriturismo of bij mensen thuis. Wat te doen? Timmerman? Maar de halve bevolking is hier al werkloos. Bijles natuurkunde? Maar er is hier geen middelbare school. Engelse les? Dat zou de jeugd maar aansporen tot emigratie. Ik zou rijk kunnen worden bij de kaartspelletjes die de oude mannen hier dag in dag uit spelen, want van kansrekening hebben ze geen kaas gegeten. Alles is hier geloof: ze zoenen hun vingertoppen voor ze een kaart trekken. Gelukkig spelen ze niet om geld, maar `om de stompen'.

Het enige wat ik kon bedenken is iets aan de energievoorziening te doen. In deze stralende omgeving maken alleen de hagedissen gebruik van zonne-energie, terwijl men toch krom ligt voor de elektriciteitsrekening; pas als de gasten aankomen, gaat de warmwatervoorziening aan. Een paar platen zwart buizenplastic op het dak, een pompje en een thermostaat losgeprutst uit een van de talloze autowrakken die je hier tussen de struiken vindt, en klaar.

Eboli ligt honderd kilometer noordoostelijk van Aliano. Jezus kwam niet verder dan daar, zeiden de Aliani tegen Levi. Dat was maar voor de helft een bittere grap: men is hier niet zozeer door de nieuwe god verlaten, als wel buiten zijn route gelegen. De oude goden zwerven nog in allerlei vormen rond, want alles is hier geloof. De top van de Costa Palomba bestaat uit een gekartelde rij tanden van grijsgele kalksteen, een karst-formatie zoals je die hier overal vindt. Uiteraard ziet men er een tempel in, compleet met spookverhalen over erediensten en vooral offers. Op die top, de Antece, is een van de pieken in de loop van de jaren uitgehold doordat de regen de steen deels oplost, waarna de kalk bij droog weer uitkristalliseert. Zo ontstaat een bodem die bijna volmaakt vlak en waterpas is. Dus moet het een altaar zijn. Staande op die top besef ik: zonder bijscholing zal ik hier weinig kunnen bijdragen. Want de rotsformatie doet mij niet denken aan bloedige mensenoffers, maar aan de diepe geologische tijd waarin zo'n vorm ontstaat.

Tijdens de afdaling, genietend van de kleurenpracht om mij heen en struinend door de macchia, probeer ik te schatten hoe lang dat geduurd kan hebben. Stel dat zich per dag één laagje afzet. Dat is dan minstens een miljardste, en waarschijnlijk een paar miljoenste meter dik. De holte is tien centimeter diep, dus dat wordt dan drieduizend jaar, en we kijken niet op een factor 10. Voor mijn ogen zie ik de rots omsmelten, als een suikerklontje op de bodem van een kop thee. Zelfs mijn verhalen over de sterren zouden in Sant'Angelo geloofwaardiger overkomen dan dit.

De dag van de terugreis was het Feste della Repubblica, dus geen bussen. Geeft niets; de dochter van de familie waar wij logeerden bracht ons tegen een kleine vergoeding naar het station van Battipaglia, een rit van anderhalf uur met een oeroud vehikel waarvan het merk in de loop van talloze reparaties nogal onduidelijk was geworden. En ja, toen begreep ik ineens beter waarom sommige mensen hier wat vaak een kruisje slaan.