Bange Letten, boze Russen

Letland bevindt zich in een pijnlijke spagaat. De sovjetterreur die volgende week in Riga wordt herdacht, ligt de Letten nog vers in het geheugen. Maar Letland wil in de NAVO en de EU. En moet daarom ophouden zijn Russische minderheid te onderdrukken.

Etnische zuiveringen? Dat lijkt de Letse uitgever Aivars Garda een verkeerd woord. ,,Het gaat om het afwerpen van het Russische juk, zoals de Russen ooit het Mongoolse juk afwierpen. Dekolonisatie, noemt u het liever zo.''

Garda schreef in maart een opstelwedstrijd uit voor de scholieren van Letland. Wie het beste voorstel indient om de Russen het land uit te jagen, krijgt vierhonderd gulden. De uitgever gaf de volgende titels op. `Letland bevrijden van Russische kolonisten is Gods wil en onze nationale taak.' `Stijders voor Letland: de Letse SS en partizanen als heroïsch voorbeeld voor de jeugd.' De 72 beste opstellen verschijnen binnenkort in boekvorm.

Letland voert een stille bevrijdingsstrijd, meent Garda. Russische `burgerbezetters' houden de steden in gijzeling. ,,Hoe krijgen we ze weg zonder bloedvergieten?'', peinst de uitgever. ,,Geven we ze burgerrechten, dan nemen ze ons het vaderland af en moeten wij opnieuw de bossen in om ons land te bevrijden. Ik kies voor de vreedzame weg.'' Hij denkt aan oprotpremies, economische druk, stelselmatige discriminatie. Ook Russen die al drie generaties in Letland wonen, hebben geen enkel recht. ,,Hun grootvaders kwamen hier als misdadigers. Recht kan nooit op misdaad gebaseerd zijn.''

Garda is een fascist, maar zijn stem is niet eens zo extreem in het moderne Letland. Want de Letten discrimineren hun grote Russische minderheid. Nationalisten zien hen als een vijfde colonne. Hun loyaliteit ligt in Moskou, dat de tanks zo weer over de straten van Riga kan laten rollen. Daarom is het Letse lidmaatschap van de EU en de NAVO ook zo belangrijk. Dat toont de Russen aan beide zijden van de grens dat ,,Letland bestaat en blijft bestaan'', aldus de Letse minister van Buitenlandse Zaken Berzins.

Toen de drie Baltische staten zich in augustus 1991 losmaakten uit de Sovjet-Unie, verwachtten velen problemen in Litouwen. Daar klonk onder nationalisten de meest bloedstollende anti-Russische retoriek, terwijl in Letland en Estland nationalisten en hervormingsgezinde Russen zij aan zij streden. ,,Voor onze vrijheid en uw vrijheid'', was de Letse leus. Litouwen verraste de wereld aangenaam door een nuloptie in te voeren: wie in Litouwen woonde, werd Litouws burger. Zo niet Letland. Daar is tien jaar na de onafhankelijkheid ruim een kwart van de bevolking nog altijd statenloos.

De reden is een etnisch rekensommetje. Bestaat 80 procent van de Litouwse bevolking uit Litouwers, de Letten waren tien jaar geleden bijna een minderheid in eigen land. Bij de volkstelling van 1989 was nog slechts 52 procent van de inwoners van Letse komaf. De rest bestond uit Russen (34 procent), Wit-Russen, Oekraïeners, Polen, Esten.

Tien jaar later is de etnische balans in Lets voordeel omgeslagen. In het jaar 2000 was het Letse aandeel 58 procent en het Russische 30 procent. Dat is te te danken aan Letten die uit diaspora terugkeerden en aan Russen die vertrokken omdat ze vreemdelingen in eigen land werden. Maar in de hoofdstad Riga zijn de Letten nog altijd een minderheid, in het stadje Daugavpils is slechts 13 procent van de inwoners Lets. Dat soort percentages voedt het Letse onbehagen.

Letland gunde begin jaren negentig het staatsburgerschap slechts aan de nazaten van degenen die voor de sovjetbezetting van 1940 in Letland woonden en aan degenen die na augustus 1991 geboren werden. De ruim honderdduizend aanhangers van het Interfront, die de coup tegen Gorbatsjov steunen, kwamen helemaal niet in aanmerking.

Hoewel de Letse wet op het burgerschap nu is verzacht, zijn ruim 570.000 niet-Letten nog altijd statenloos. Jaarlijks worden er tien- tot vijftienduizend genaturaliseerd. Zij moeten dan hun kennis van de Letse grondwet, geschiedenis en taal aantonen en het volkslied zingen. De 570.000 heten negrazjdani, niet-burgers. ,,Negrs'', noemen ze zichzelf gekscherend. Ze hebben geen stemrecht, mogen geen grond kopen, hebben minder recht op bijstand, komen niet in aanmerking voor bepaalde overheidsbanen, hebben een visum nodig voor de Europese Unie. In hun paspoort staat alien of Letvia.

Het burgerschap is slechts één van de hordes die de Letse staat opwerpt. In 1991 was slechts 21 procent van de Russen de Letse taal machtig. Dat moest snel veranderen, meenden de nationalisten. Volgens een eerste wetsvoorstel dienden winkelmeisjes die geen Lets spraken ontslagen te worden. Lets was de enige toegestane taal bij openbare optredens – zelfs een Engelse popgroep op toernee moest in principe Lets zingen.

De taalwet is nu onder Europese druk afgezwakt, maar het uitoefenen van beroepen blijft afhankelijk van de beheersing van de staatstaal. Daartoe doet men examen. Wie Lets op basisniveau beheerst (1A), mag straten vegen. Een werker aan de lopende band die soms een instructieboek moet raadplegen, heeft 1B nodig. Voor loketbeambten, agenten of boekhouders is niveau 2B vereist. Politici spreken perfect Lets – 3B. Veertien taalinspecteurs controleren of de taalvaardigheid ook na het examen op peil blijft. Zij nemen Russen die ze verdenken van slecht Lets opnieuw examen af.

Volgens dezelfde taalwet zijn alle straatbordjes in het Lets en worden Russische namen verletst. Ambtenaren hoeven niet op Russische brieven te reageren. Op radio en televisie is de voertaal verplicht 75 procent Lets. ,,In principe moeten wij na elk woord Russisch drie woorden Lets spreken'', zegt Andrej Chotejev, programmadirecteur van Bizniz-radio. Hij draait Russische popmuziek voor een Russisch publiek. Als een burger een klacht indient, dient het station een maand na dato nog een tape van zijn uitzendingen over te leggen aan Letse ambtenaren. Onlangs besloten die ,,op basis van jezuïtenmethodes'', aldus Chotejev, dat er op Bizniz te veel Russisch wordt gesproken. Bizniz mocht drie dagen lang niet uitzenden en dreigt nu zijn licentie te verliezen. Chotejev is bereid de hele juridische gang te doorlopen, tot het Europese Hof aan toe. ,,Ik ben een optimist. De Letten willen veel te graag bij Europa horen. Uiteindelijk moeten ze deze poging tot assimilatie opgeven.''

Want dat is een probleem. De Letse wetten verhouden zich vaak moeizaam tot de mensenrechten en de rechten van minderheden. Letland bevindt zich daarom in een pijnlijke spagaat tussen zijn wens Brussel te behagen en zijn Russofobie. Voorlopig wint het laatste. Letland rekt tijd. Zo ondertekende het land de `Framework Agreement' voor de rechten van minderheden, maar ractificeert die niet.

Betonnen grafkist

Dzintra Hirsa is een keurige dame, type Zweedse welzijnwerker. Als directeur van het Staatstaal Centrum in Riga strijdt ze voor behoud van de Letse identiteit. ,,Taal is niet alleen een communicatiemiddel, het is een cultuurdrager'', zegt ze. Een tweetalig land kan Letland niet worden, meent Hirsa, ,,want dan lost onze identiteit op.''

Het gaat goed met het Lets, denkt Hirsa, al blijft het voor burgers veel te gemakkelijk zich voor de taalinspecteurs te verschuilen. ,,Maar de Russische jeugd begint te begrijpen dat je hier niets bereikt zonder staatstaal.'' Nu dreigt Brussel roet in het eten te gooien. ,,De Russen zeggen: u kunt ons niet dwingen Lets te leren, dat is in strijd met de mensenrechten.'' Mensenrechten? ,,Letland heeft een minderheid van 42 procent, een uniek problemen. Wij mogen onze taal en identiteit niet offeren op het altaar van de Europese integratie.''

De Russische parlementariër Boris Tsilevistj begrijpt niet dat Europa zich bij de Letse obstructie neerlegt. ,,De Albanezen in Macedonië, waar zoveel om is te doen, staan er veel beter voor dan de Russen in Letland'', zegt hij. ,,De Albanezen klagen dat de staat hun universiteit in Tetevo niet subsidieert. Ongelofelijk! Hier moeten Russische belastingbetalers zelfs lager onderwijs in eigen taal zelf betalen.'' Tsilevitsj pleit voor ,,ondubbelzinnige Europese druk''. ,,Beleefde diplomatieke hints begrijpen onze politici niet.''

Een bezoekende eurocraat zal zich ook moeilijk kunnen voorstellen dat er in Letland iets loos is. Het Balticum is de Balkan niet. In Riga zetten niet brallende romantici de toon, maar kalme bureaucraten die hun wetten democratisch door het parlement loodsen. Slechts sporadisch is er geweld. Zo legde een rechtbank in Riga de Letse neonazi's van `Donderkruis' vorig jaar celstraffen op van 1 tot 2,5 jaar voor drie mislukte pogingen het sovjetoverwinningsmonument op te blazen. En kregen Russische `nationale bolsjewisten' die een kerktoren met een nephandgranaat bezetten, onlangs 5 tot 15 jaar celstraf. Spanningen blijven onder de oppervlakte. Zo kijken de Letten onbewogen toe als Russische veteranen op 9 mei hun overwinning op nazi-Duitsland vieren. De rode vlaggen en portretten van Stalin nemen ze dan voor lief, al zijn die verboden. En negeren de Russen de oudjes van de Letse SS, wanneer die volgende week door Riga wandelen.

Het `Bezettingsmuseum' in het hart van Riga kweekt enig begrip voor de Letse onbehagen. In deze betonnen grafkist etaleerde de Sovjet-Unie vroeger de Letse bijdrage aan het reëel bestaande socialisme. Tegenwoordig viert het nieuwe Letland er zijn slachtofferschap. De permanente tentoonstelling begint op 17 juni 1940, wanneer de Russische tanks Riga binnenrollen om een eind te maken aan 23 jaar Letse onafhankelijkheid. In het Molotov-Ribbentroppact heeft nazi-Duitsland Letland aan de Sovjet-Unie gegund. Een deel van de joodse bevolking van Letland – 80.000 mensen – juicht de komst van de Sovjets toe. Liever Stalin dan Hitler.

Op de tanks volgt de NKVD, de voorloper van de KGB. In het `verschrikkelijke jaar' executeren de geheim agenten duizenden Letten en voeren tienduizenden in veewagens af naar Siberië. Daarvan keert nog geen procent terug. De machiavellistische genie Stalin benoemt de jood Semoin Sjustin tot Lets volkscommissaris van staatsveiligheid. Als nazi-Duitsland een jaar later de Sovjet-Unie binnenvalt, blaast het Rode Leger in totale wanorde de aftocht. Slechts één sovjetorgaan houdt het hoofd koel: de NKVD. Politieke gevangenen worden naar de bossen afgemarcheerd, doodgeschoten en in massagraven begraven.

Geen wonder dat de Letten op 1 juli 1941 de Duitse troepen onder bloemen bedelven. Bendes Letten openen de jacht op joden en communisten. De joden van Riga worden bijeengedreven in de synagoge aan de Gogolstraat en levend verbrand. Na twee maanden van pogroms maken Himmlers Einsatzgruppen het karwei af. Maar op dit deel van de geschiedenis ligt niet het accent in het Bezettingsmuseum, al wordt het ook niet verzwegen.

Als Hitler in 1943 de Letten nodig heeft in de strijd tegen het bolsjewisme, worden er twee Letse SS-divisies opgericht. Ruim 140.000 Letse jongens melden zich of worden geronseld. Vanaf 1944 vinden zij 65.000 Letse recruten van het Rode Leger tegenover zich, die nog voor de Duitse inval zijn gerecruteerd. In die sector van het Oostfront is de Tweede Wereldoorlog een Letse burgeroorlog.

In de Tweede Wereldoorlog sterven in totaal 550.000 Letten, bijna een derde van de bevolking. Na de oorlog zetten de Sovjets het werk voort. Opnieuw rijden de veewagons af naar Siberië. Tot 1956 zetten groepjes Letse partizanen het verzet vanuit de bossen voort. Intussen stromen Russen het land binnen. De nieuwe bewoners zijn veelal militairen, want Letland is van groot strategisch belang bij de beheersing van de Oostzee. En fabrieksarbeiders, want de Sovjet-Unie plant nieuwe industrie in Letland, met zijn hoogopgeleide bevolking en goede infrastructuur.

De instroom van ongeschoolde Russische arbeiders versterkte de Letse vooroordelen. Het Letse cliché van de Rus is dat van een luie, ongedisciplineerde smeerpoets. In het Bezettingsmuseum is een barak uit de Russische goelag op ware grootte gereconstrueerd. Het lijkt geen toeval dat de enige tekst die in dit vertrek hangt niet gaat over folteringen, honger of executies. De tekst gaat over de parasja, de toiletemmer waarin de slaven van de goelag zich tijdens een reis over de Wolga ontlasten. ,,Voor ons Letten, die hieraan niet gewend waren, was de parasja een bezoeking'', schrijft de Let Martins Bistirs. De stank, de vliegen, de diarree ,,die tegen het achterste van degene spatte die op de toiletemmer zat'' – waarna de emmer werd gebruikt om drinkwater uit de Wolga te scheppen! Vijftien jaar goelag, vijftien jaar zonder toiletpapier. Voor Russen is zoiets normaal, suggereert de tekst. Maar arme Letten. Een halve eeuw in het wereldrijk der viespeuken.

Etnocide

Van de drie Baltische staten heeft het postcommunistische Rusland met Letland de slechtse relatie. De onvrede van Moskou over de behandeling van de Russen bereikte in 1998 een kookpunt. In juni 1998, op de eerste herdenkingsdag voor de slachtoffers van de communistische terreur, marcheerden SS-veteranen over de kinderhoofdjes van Riga. Parlementariërs eisten excuses van Moskou voor de `genocide' op het Letse volk. In datzelfde jaar begonnen de Letse autoriteiten bejaarde KGB'ers te arresteren die betrokken waren bij deportaties naar Siberië. In maart 1998 sloeg de politie van Riga in op betogende gepensioneerden. Al bevonden zich onder de demonstanten veel Letten en onder de politie veel Russen, op Russische tv-kanalen ging het om Letse fascisten die Russische bejaarden van de straat knuppelden.

Er volgde een escalerende oorlog van woorden. De Moskouse burgemeester Loezjkov maakte stemming tegen de Letse `etnocide', de Letse ambassade in Moskou werd bekogeld. De Russische Doema legde in april 1998 sancties op, waardoor de Russen hun Letse sprotjes in olie moesten missen. De vijandelijkheden flakkeren sindsdien periodiek op. De Russische woede voedt weer de Letse angst. Een jaar geleden vertelde de Letse president Vika-Freiberga Der Spiegel wat veel Letten denken. Met een instabiel buurland als Rusland is een invasie nooit uitgesloten.

,,Onze politici zijn in trance. Hun mantra is NAVO, NAVO, NAVO'', sneert oppositieleider Janis Jurkans. Hij is een verklaard tegenstander van toetreding tot het bondgenootschap. Jurkans wil Rusland niet provoceren. Rusland heeft een rode lijn getrokken rond de Baltische staten. Uitbreiding met Estland, Letland en Litouwen brengt de NAVO aan de poorten van St. Petersburg, op enkele minuten vliegen van vitale Russische basissen. De vrome verzekering dat de NAVO een defensief bondgenootschap is, klinkt Russen hol in de oren sinds Kosovo.

Als Letland toetreedt tot de NAVO volgt een nieuwe wapenwedloop, winnen de Russische hardliners het pleit en richt Rusland zich op China, waarschuwt Jurkans. ,,We verwoesten onze realtie met Rusland voor een hersenschim. `De deur staat voor iedereen open', zeggen de Amerikanen, maar in de diplomatie wemelt het van de open deuren. Uiteindelijk zet de NAVO zijn relatie met Rusland voor ons niet op het spel.''

Het Letse leger werkt desondanks hard aan het bereiken van de NAVO-standaard. Het defensiebudget, nu 1,3 procent van de begroting, haalt binnen twee jaar de NAVO-norm van 2 procent, belooft de regering. Voorlopig teert het leger op dumpmateriaal uit bevriende landen, want Rusland liet geen cadeautjes achter.

Vervolg op pagina Z2 (34)

Letland

Vervolg van pagina Z1 (33)

Toen de laaste Russische militairen in 1994 hun Letse basissen verlieten, was bijna alles weggesloopt en de rest vernield.

Op een gure, natte vrijdagmiddag inspecteren we met de Letse minister van Defensie Girts Valdis Kristovskis de basissen langs de Russische en Wit-Russische grens. Langs deze 160 kilometer zullen Rusland en Wit-Rusland 300.000 militairen legeren als Letland toetreedt tot de NAVO, zo is gedreigd.

Onder ons glijdt het monotone platteland voorbij. Lichtgroen voor weilanden, donkergroen voor naaldbossen, donkerblauw voor meertjes. Zwarte wolken slepen gordijnen regen langs de horizon.

Minister Kristovskis weet dat veel NAVO-lidstaten huiverig zijn voor toetreding van de Baltische staten. Maar we moeten niet in het verleden leven. ,,De tijd is voorbij dat een land een rode lijn over zijn buurlanden kon trekken en zeggen: dit is mijn invloedssfeer.'' Dat `oude denken' is passé, want anno 2001 zijn de spanningen geluwd. Waarom dan nog lid worden van de NAVO, luidt dan de tegenvraag. Kristovskis: ,,Wij hebben een halve eeuw bezetting achter de rug. Het zou funest zijn als wij opnieuw een grijze zone worden tussen de machtsblokken. Een niemandsland dat uit strategische overwegingen bezet wordt als de spanning oploopt, zoals in 1940.''

Camouflagenetten

Kamp Aluksine doemt op uit de nevel. In dit complex van witte barakken is de nieuwe lichting Letse rekruten vier weken geleden aan de basistraining begonnen. Aluksine heeft een soldatenraad, een democratische nieuwigheid. De jongemannen wachten de minister bloednerveus op. Hoe de omstandigheden zijn? Alles normaal, minister. En het eten? Kan slechter, minister. Geen klachten dus? Nou, de eerste twee weken van de training waren wel zwaar. ,,Die moeten ook zwaar zijn'', zegt Kristovskis.

Door naar de basis bij Rezdine, waar zo'n 80 procent van de bevolking Russisch is. De minister laat zich tussen camouflagenetten interviewen voor het `legeruurtje' van de lokale tv. Kinderen planten boompjes bij het monument voor de eerste Letse legerleider, die in 1919 op het slagveld sneuvelde. Tussen de naaldbomen zingen vrouwen in klederdracht vaderlandslievende liederen.

In het gevolg van de minister Kristovskis bevinden zich drie Lets-Amerikaanse adviseurs. In 1944 behoorden hun families tot de ruim honderdduizend Letten die voor het Rode Leger uit naar het westen vluchtten. Nu, op hun oude dag, is het trio terug om het oude vaderland te helpen. Dat is danig veranderd, erkent Varis Purkalitis, expert in luchtverdediging. Veel meer Russen dan vroeger. Te veel, eerlijk gezegd. ,,Je moet ze trainen, die bastards. Als ze mij in het Russisch de weg vragen, antwoord ik in het Lets.''

Bij een nieuwe Russische invasie kan het Letse leger niet lang weerstand bieden, erkent Purkalitis. ,,Maar wel kunnen we ze een behoorlijke bloedneus bezorgen. En daarna de partizanenstrijd voortzetten vanuit de bossen, tot de NAVO te hulp schiet.'' Zijn collega, die met de groene baretten in Vietnam heeft gevochten, valt hem bij. Waarom hij in Amerika bij de mariniers ging? ,,Ik zeg altijd: mijn inspiratiebron was de Waffen-SS.''

Toen hij in de herfst van 1944 als vijfjarig jongetje op dat station stond, het Rode Leger op enkele uren afstand, waren het Letse SS'ers die zijn familie in hun wagon meenamen. ,,De SS heeft mijn leven gered. U moet begrijpen dat de Tweede Wereldoorlog hier een andere context heeft dan in Nederland of de VS.''

Russofobie

Vijanden aan de grens, vijanden in het midden. Parlementariër Boris Tsilevitsj gelooft niet dat de Russofobie in het hart van de Letse samenleving ligt. Eénvijfde van de huwelijken in Letland is gemengd, de meeste inwoners zijn tweetalig. ,,Het probleem is onze politieke kaste'', zegt Tsilevitsj. ,,Zij denken in termen van opleggen, afdwingen, reguleren. Ze willen niet inzien dat ze zo geen loyale burgers kweken, maar bittere tweederangsburgers. En dat bedreigt echt onze veiligheid.''

De ironie wil dat juist de Russische jeugd, die goed Lets spreekt, zich afkeert van de Letse staat, waarschuwt Tsilevitsj. ,,Onze politici hebben overdreven verwachtingen van taal. Maar juist de Russische jongeren, die perfect Lets spreken, begrijpen hun marginale positie. Hun vaders, die veteranen in het Rode Leger of fabrieksarbeiders zijn, salueren voor elke vlag zolang er brood is.''

Neem Aleksandrs Rzavins (26). Eigenlijk heet hij anders: Aleksander Rzjavin, maar wegens de taalwet staat er iets anders op zijn visitekaartje. Op kosten van de Russische gemeenschap heeft Rzavins in Parijs mensenrechten gestudeerd. Een wijze investering. Rzavins is boos, maar verwoordt zijn woede in heldere staccato-zinnen. ,,Ik weiger een Lets paspoort aan te vragen'', zegt hij. ,,Ik ben geboren in Letland, in 1991 werd ik plotseling een vreemdeling. Naturalisatie aanvragen is onrecht legitimeren.'' Zoon van bezetters, het zou wat. ,,Alsof mijn grootvader, een spoorwegbeambte, in 1951 naar Letland wilde verhuizen! Hij woonde in St. Petersburg, maar onder Stalin had je geen keus. Het was Riga of Siberië.''

Harold Astachov, een leider van de Russische gemeenschap, vreest een explosie. ,,Kijk om u heen'', zegt hij met een weids gebaar. We zien het Domplein van Riga. Keurig onderhouden pandjes. Toeristen die zich behaaglijk op rieten stoeltjes uitstrekken. Portretschilders, een parfumerie, een oude Rus met een trekharmonica. Een gemoedelijk Europees Hanzestadje, kortom. ,,Dit is de stilte voor de storm'', fluistert Astachov.

De jonge Rzavins twijfelt. ,,Passiviteit zit in onze genen.'' En niemand die de Russen helpt. Politici in Moskou gebruiken Letland slechts om punten te scoren, Europa kan ze maar moeilijk als bedreigde minderheid zien. ,,Het is de last van de geschiedenis. In uw ogen kunnen wij alleen onderdrukkers zijn.''