Alternatief beleggingsfonds

Wie op het punt staat een huis te kopen of woont in een huis met overwaarde (= waarde minus schuld), krijgt te maken met het fenomeen van de extra hypotheek. Die móet je beleggen, want zo verdien je meer dan de hypotheek aan rente kost, beweren adviseurs. Beleggen met geleend geld dus, vaak onder de hoede van en in producten van de geldverstrekker, of een andere bank.

Als het gaat om aandelen, beleggen exploitanten graag in de internationals Ahold, ING, Koninklijke Olie en Unilever. Zo'n keuze is commercieel gezien essentieel, want verkopers van financiële producten, waaronder het leasen van aandelen, gokken wel eens mis met hun selectie. Recent met KNP. Dat levert boze brieven op, slechte publiciteit en deelnemers die afhaken.

De voornoemde vier aandelen lijken tot de communis opinio onder de deskundigen te horen. Het zijn zogenaamde defensieve waarden. Hoewel ze ook flink moeten groeien in waarde om de beloften van hun keuzeheren waar te maken, wat toch een tikkie tegenstrijdig is met zekerheid. Welke internationals horen er nou niet bij de vermeende koplopers? Bijvoorbeeld ABN Amro, Aegon, Fortis, Heineken en Philips. Interessant, zo'n scheiding.

Wie wat geld bezit, actief wil beleggen met aandelen en opties en een richting zoekt, kan de smaakmakers als uitgangspunt nemen. Een portefeuille met minimaal honderd stuks (vanwege de opties) per onderneming kost circa 55.000 gulden. Maar dan kan je slechts één optiecontract per bedrijf kopen of verkopen (schrijven), wat te weinig speelruimte biedt.

Daarom gaan we uitdunnen. Je kan kiezen voor drie bedrijven, twee of zelfs één. Die laatste mogelijkheid opent perspectieven, althans wanneer je kiest voor de ING Groep. In feite is dat een alternatief voor een wereldwijd opererend beleggingsfonds.

Zo'n fonds ontleent zijn aantrekkingskracht aan de enorme spreiding van de inleggelden over werelddelen, landen, sectoren en dergelijke. Als deelnemer neem je aan dat de fondsbeheerder zijn best doet om de economisch warmste plekjes op aarde te zoeken. In concurrentie met de beheerders van vele andere fondsen, die zo elkaar op de tenen houden. Beter kan het niet. Hoewel.

ING doet hetzelfde, omdat het via de bankpoot (kredieten) en verzekeringspoot (risicodekking) tot zijn knieën in de wereldeconomie staat. Maar deze bank/verzekeraar heeft, net als vergelijkbare bedrijven, een streepje voor op beleggingsfondsen. Het staat immers vooraan bij de diverse, zeer gespreide economische ontwikkelingen, en natuurlijk fiasco's. Terwijl een fonds op de achterbank zit en minder goed, en ook later, op de hoogte is van allerlei wel en wee.

Je kan stellen dat het aandeel ING een primair beleggingsfonds is en een fonds een secundair beleggingsfonds. Gaat deze redenering dan niet op voor Ahold, Koninklijke Olie en Unilever? Jawel, maar die bedrijven leggen zich wereldwijd toe op slechts een of enkele sectoren en missen de brede spreiding van een bank/verzekeraar. Daar staat misschien tegenover dat deze drie actief zijn in onze eerste levensbehoeften, waardoor ze minder kwetsbaar lijken.

Een belegger kan dus kiezen. Actieve mensen kopen ING met een flink bedrag ineens, desgewenst met opties. Passieven zonder ervaring of belangstelling nemen deel voor de lange termijn in een wereldwijd beleggingsfonds.

Via een fonds kan je tegen geringe kosten automatisch beleggen en middelen, door iedere maand voor vast bedrag participaties te kopen. Maar die kan je niet combineren met opties, want die zijn er niet op fondsen. Middelen kan niet met de aandelen van individuele bedrijven. Je kan niet voor 100 gulden per maand, of een ander vast bedrag, aandelen ING, of een willekeurig ander bedrijf, kopen. Eigenlijk is dat achterlijk, voor een bedrijfstak die zichzelf zo vooruitstrevend vindt.

Terug naar de portefeuille van 55.000 gulden. Die vullen we op termijn met 400 aandelen ING, mits we kort- of langlopende opties gebruiken. Een klassieke combinatie is bijvoorbeeld deze, tot slot.

Koop 200 aandelen op 75 euro, schrijf (verkoop) 2 callopties, schrijf 2 putopties. Een neutrale, boeiende strategie. Schijnbaar vol risico's door de geschreven opties, maar dat valt mee. Je schrijft 2 calls oktober 2003 uitoefenprijs 80 euro en 2 puts oktober 2003, 70 euro en ontvangt daarvoor circa 7.700 gulden aan premie. Daar staat natuurlijk een risico tegenover, niets voor niets.

Bij een fikse koersdaling worden de puts uitgeoefend en krijg je als schrijver 200 ING aangelapt op 70 euro. Vanaf dan bezit je 400 aandelen, maar dat was ook je bedoeling. Gaat de koers flink omhoog, dan moet je mogelijk de 200 ING op 75 euro verkopen. Dan blijven de 2 geschreven puts over. De voordeligste afloop in oktober 2003 biedt een ING-koers tussen 70 en 80 euro. De premie van 7.700 gulden is binnen en je houdt die 200 stukken. Opties vervelen nooit.