350 VARENDE KLEUTERS

Schipperskinderen zijn pas vanaf het jaar waarin ze zeven worden leerplichtig. Dan gaan ze naar een internaat en een basisschool die op de vaarroute van hun ouders ligt. Kleuters blijven tot die tijd gewoon aan boord. Als het in het werk van pa en ma uitkomt bezoeken ze een speciale ligplaatsschool, waarvan er in totaal tien zijn, gelegen aan druk bevaren routes in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Op de ligplaatsscholen kunnen ze vanaf drieënhalf jaar terecht, maar het is hap-snap-onderwijs: hier een ochtendje, daar een middagje. En zelfs dat is niet altijd haalbaar vanwege snelle laad- en lostijden of afgelegen terminals. In die gevallen komt de school aan boord in de vorm van de mobiele kleuterjuf.

Diana Westerveld is zo'n mobiele juf. Zelf vindt ze zich maar een surrogaat voor de school, want, zegt ze, gewoon naar school gaan en lekker spelen met leeftijdgenootjes is altijd te prefereren boven haar bezoekjes aan boord. Al ruim zes jaar bezoekt Westerveld schipperskinderen in haar gebied: Europoort, Botlek en Maasvlakte. Ze heeft nog twee collega's die het Oosten en Zuiden van het land bestrijken. De mobiele juffen staan nu nog los van de ligplaatsscholen maar vanaf augustus komen ze onder hetzelfde bestuur: de Vereniging voor Landelijk Onderwijs aan Varende Kleuters. Dan komt er ook één onderwijsmethode waarmee zowel de mobiele juffen als de scholen werken. En niet te vergeten de ouders, want juist als onderwijs schaars is worden ouders geacht zelf schooltje te spelen met hun kleuter.

In haar werkkamer in Brielle, die ze zelf `een klas zonder tafeltjes' noemt, plukt Westerveld uit één van de met knutselmateriaal en spelletjes volgestouwde kasten de nieuwe onderwijsmethode te voorschijn. In de multomap is voor twintig weken materiaal opgenomen. ``In de oude methode was er voor de ouders te weinig structuur. In het nieuwe materiaal wordt er dagelijks een lijst van activiteiten per leeftijd beschreven, met het doel erbij en hoe de ouders het moeten aanpakken.'' De minimale pedagogische instructies moeten voorkomen dat ouders zelf de schaar pakken en even een vlieger knippen omdat ze vinden dat hun kleutertje daar te lang over doet en te onhandig bezig is. ``Soms gaat het er immers om dat ze de vaardigheid van het knippen onder de knie krijgen, en gaat het niet zozeer om het resultaat'', verduidelijkt Westerveld. ``Al met al wordt het minder vrijblijvend'', vindt zij, hoewel ze meteen moet beamen dat zij, noch de school een ouder kan bestraffen omdat deze `het huiswerk' niet gedaan heeft.

Een mobiele juf is bovenal een flexibele juf. Het aantal kleuters dat Westerveld wekelijks bezoekt loopt sterk uiteen. Met een contract voor negentien uur wordt zij toch geacht altijd beschikbaar te zijn. Overdag en 's avonds, want het komt geregeld voor dat Westerveld om elf uur 's avonds gebeld wordt of zij de volgende ochtend vroeg aan boord kan komen. ``In de praktijk draai ik een volle werkweek'', vertelt Westerveld. ``Net als mijn collega's. Maar in de nieuwe structuur willen we dat niet meer doen. Daar hebben we het erg moeilijk mee, want de kinderen gaan er dan op achteruit, maar je moet je werk ook zakelijk kunnen bekijken.''

Voor vandaag staat bij Westerveld een bezoek bij Boukje (5) aan boord van het schip `Seba' op de agenda. Haar ouders vervoeren ongebluste kalk vanuit België en Duitsland naar een elektriciteitscentrale op de Maasvlakte. Met twee oudere broers en een oudere zus is Boukje de hekkensluiter. Nog een jaartje mag ze thuis blijven, maar dan gaat ook zij naar het internaat in Nieuwegein. In de kamer springt Boukje al verwachtingsvol rond als juf Diana binnenstapt. Zodra zij aan de keukentafel gaat zitten en haar tas naast zich neerzet gaat Boukje er op haar knietjes bij zitten. ``Wat gaan we vandaag doen?'' ``Ga eerst maar eens zitten'', zegt Westerveld lachend, terwijl ze een stukgelezen exemplaar van Jip en Janneke te voorschijn haalt. ``We gaan eerst lezen.'' Boukje's ogen beginnen te glimmen en met haar benen bungelend op de keukenstoel en haar kin op haar handen luistert ze gebiologeerd naar de juf. Ze wil geen letter missen, dat is duidelijk.

Vorig jaar stonden ruim 350 varende kleuters ingeschreven bij de Landelijke Stichting Onderwijs aan Varende Kleuters. Van hen volgde ongeveer tweederde onderwijs op een ligplaatsschool en/of bij een mobiele juf. Maar er zijn ook kleuters die door omstandigheden nauwelijks een ligplaatsschool bezoeken en die geen mobiele juf in de buurt hebben. Deze kleuters zijn echt aangewezen op hun ouders. Zij worden op hun beurt ondersteund door een mentor, een leerkracht die het vaste aanspreekpunt vormt voor de ouders en die altijd bereikbaar is voor vragen. Westerveld is nu nog mentor voor twee gezinnen, maar in de nieuwe organisatiestructuur zal dat aantal oplopen. Dan krijgt iedere varende kleuter aan boord een eigen mentor, die via een geautomatiseerd leerlingvolgsysteem de vorderingen van zijn of haar leerling bijhoudt.

Aan de keukentafel gaan juf Diana en Boukje door met hun werk. Moeder Marlies ruimt intussen de eettafel af, doet een afwasje en plakt een paar brieven dicht. Af en toe maakt ze een opmerking tegen Westerveld, maar Boukje laat zich niet afleiden. Ze vouwt en plakt vliegers met een lange staart, een langere staart en de langste staart. Ze tekent er mooie gezichtjes in. Dan maakt ze een korte, kortere en de kortste kralenketting. En als Boukje dan nog niet goed weet wat lang is en wat kort, is het tijd voor een bewegingsspelletje. ``Maak je maar eens helemaal lang'', zegt juf Diana tegen Boukje terwijl ze zelf op haar tenen staat met haar armen hoog boven haar hoofd uitgestrekt. Er volgen nog meer spelletjes: met ogen dicht op een touw op de vloer lopen, balletjes overgooien en in en uit een cirkel springen. ``We doen veel van dit soort oefeningen omdat schipperskinderen vaak weinig bewegingsruimte hebben'', vertelt Westerveld. Na ieder spel rent Boukje met rode koontjes naar Westerveld's tas, waarin ze alles ondersteboven haalt. ``Wat gaan we nog meer doen? Dit? Dit?'' Westerveld lacht. ``Voor een kind van vijf is anderhalf tot twee uur les echt het maximum'', zegt ze later. ``Ze kunnen nooit even wegdromen of achterover hangen in de kring als een ander praat. Er is geen ander. Alleen ik ben er. Dat is heel intensief.''

schipperskinderen hebben vaak weinig bewegingsruimte