Zingen was overleven

Theo Loevendie componeerde de opera `Johnny & Jones', gebaseerd op het leven van twee joodse zangers die omkwamen in Bergen-Belsen.

,,Met gêne'', zegt Theo Loevendie in zijn werkkamer, ,,heb ik hier zitten componeren aan de opera Johnny & Jones. Ik was bezeten, euforisch. En dan dacht ik weer aan wat die jongens is overkomen, de echte Johnny & Jones, Nol van Wezel en Max Kannewasser. Uit het kamp Westerbork weggevoerd, in Auschwitz terechtgekomen, in 1945 in Bergen-Belsen gestorven. Ze waren 28 en 26 jaar.''

Met Johnny & Jones schreef Theo Loevendie een opera die dichtbij hem staat. De populaire swingende joodse entertainers Johnny & Jones namen in 1944 met toestemming van de bezetters hun Westerborkserenade op in een studio in de P.C. Hooftstraat, om de hoek bij het huidige woonhuis van Loevendie in de Concertgebouwbuurt. Zijn tante Caroline had Johnny en Jones gekend. En het vriendenpaar Alexander en André, dat Caroline Loevendie de laatste maanden van haar leven verzorgde, komen net als Caroline voor in de opera, waarvoor Carel Alphenaar het libretto schreef.

Loevendie: ,,Mijn gêne over mijn plezier aan Johnny & Jones redeneer ik op twee manieren weg. Ik wilde als tegenwicht tegen dit kunstwerk de expositie in het Verzetsmuseum over de echte Johnny & Jones. En de opera Johnny & Jones is toch een hommage aan die jongens. Als ik de posters zie, en er is nu ook een t-shirt, denk ik: `ze moesten eens weten.'

,,Mensen die Johnny & Jones hebben gekend, vonden het allemaal fantastisch. Iemand zei wel: `Ik ga niet zelf kijken, dat kan ik niet aan.' Het is voor sommigen nog steeds traumatisch om daarmee te worden geconfronteerd. De opera Johnny & Jones is een soort fictie, je moet de echte Johnny & Jones loslaten. Maar of dat kan, als je zo betrokken bent?''

Hoe dichtbij de realiteit achter Johnny & Jones voor hem ook is, Loevendie beschouwt zijn opera als kunst, niet als een getrouwe afspiegeling van de geschiedenis. Deze opera raakt aan de werkelijkheid, maar het is geen documentaire, legt hij uit. En hoe historisch de titelpersonages Johnny & Jones ook zijn, de opera brengt ze volgens Loevendie op een abstracter plan, omdat muziek de meest abstracte kunstvorm is. Daarom klinken er ook geen liedjes van Johnny & Jones in de opera Johnny & Jones. ,,Ik werd tot de opera geïnspireerd door het lot van Johnny & Jones, niet door hun muziek. In de opera is er wel een nieuwe `Westerborkserenade', op tekst van Carel Alphenaar en op mijn eigen muziek.''

In het libretto van Carel Alphenaar worden de scènes met Johnny & Jones tussen 1938 en 1944 afgewisseld met fictiescènes in het heden. Alexander, die net een boek heeft geschreven over Johnny & Jones, verwijt Caroline dat ze hem nooit eerder had verteld dat ze het duo heeft gekend. Pas nu zegt ze dat ze aanwezig was bij de opname van de Westerborkserenade, dat ze hield van Jones en dat de herinnering daaraan `te pijnlijk is, te persoonlijk'. Maar die emoties blijken verzonnen. Ze is even verliefd geweest op Jones, en die herinnering heeft ze uitgebouwd tot een hele fantasie, een gestolen herinnering. `De waarheid werd herboren, het was een daad van liefde.'

Stalingrad

Het lot van Johnny & Jones heeft Loevendie in Amsterdam met eigen ogen bespeurd tijdens de oorlog, die begon toen hij tien was. ,,Ik was me als kind zeer bewust van wat er gaande was, ik hield alles aan het oostfront bij, ik weet nog van de hoop na Stalingrad, de vreugde op Dolle dinsdag. Ik woonde in de Kinkerbuurt en was gelopen naar de Blauwbrug, die was afgezet met een schildwacht. Ik zag ze die panden leeghalen, dat maakte een verpletterende indruk. Je voelde dat er verschrikkelijke dingen gebeurden, al werd pas na de oorlog duidelijk hoe erg het was geweest.''

Johnny & Jones gingen na de opname van de Westerborkserenade in Amsterdam weer terug naar het kamp Westerbork in Drente. Ze probeerden niet te ontsnappen of onder te duiken. Loevendie ziet hun gedrag niet als het ontkennen van de dreiging of het negeren van de werkelijkheid. ,,Naïef, heet dat, nu we weten wat er is gebeurd. Maar je eigen dood onder ogen zien? Mensen klampten zich aan alles vast, aan de Joodse Raad, aan Weinreb, aan hun bekendheid als Johnny & Jones. Ze mochten ook wat, naar Amsterdam om een plaat op te nemen, dus zó naïef was het niet. Ze waren entertainers, ze zongen om de moed erin te houden, liedjes over de verduistering, het schaarse voedsel. Zingen was voor hen overleven. Maar er is een grens, ze zijn op verschrikkelijke wijze door uitputting om het leven gekomen, dan is er niets meer over.

,,Ik ken een verhaal van een verpleegster, die Johnny & Jones meemaakte toen ze in 1943 optraden in het joodse ziekenhuis aan het Weesperplein. Ze waren met tien mensen in een lift tussen twee verdiepingen gestrand. Iemand vroeg aan een van de jongens: `Wilt u een pepermuntje?' Hij zei: `Mag ik het dan wel een half uurtje in mijn hand houden, dan heb ik een warme maaltijd.' Dat zit nu ook in de opera. Humor, zeker joodse, grenst altijd aan het tragische. Het is bittere humor.''

Aan het slot van de opera Johnny & Jones vallen hoop, bitterheid en tragiek samen. Johnny & Jones dromen van ,,een tournee naar Canada en de USA, Boogie Woogie, met een riedel, een riff, en ook weer zingen in het Engels, really swingin'. Boogie - '' Ze knippen met de vingers om zichzelf te begeleiden, want alle musici zijn één voor één verdwenen. En al wordt het nergens gezegd, we weten welk lot hen te wachten staat, ook al hopen ze zelf te overleven.

Loevendie: ,,Voor mij is componeren ook overleven, dat voel ik heel duidelijk. Je geeft vorm aan je bestaan. Bij hen voel ik dat ook. In de oorlog werd muziek lijfsbehoud. `Als we maar uitblinken, dan redden we het wel.'

,,Het homopaar Alexander en André is onbedoeld een verbinding met de actualiteit van nu. Toen de imam wat discriminerends zei, dacht ik: de opera Johnny & Jones! Ik heb in de oorlog gezien, hoe absurd het is mensen te etiketteren. Johnny & Jones en Alexander en André zijn dubbelrollen. Maar ik zie niet concreet dat Johnny & Jones `herleven' in Alexander en André, wel dat ze niet zijn vergeten. Ik ben een geboren optimist. Wat mij erg aanspreekt is een citaat van Anne Frank: `Ondanks alles geloof ik toch in het goede in de mens.' Ik wil daarin geloven, maar mijn levenservaring zegt het tegenovergestelde. Ik word heel erg pessimistisch van de onderdrukking van dePalestijnen. Ik geloof niet in het vooruitgangsdenken. Het wordt niet beter, we leren niet van onze fouten. Na de oorlog dacht iedereen `dit nooit meer', maar dat denkt iedereen al millennia lang.''

Niet alleen het onderwerp van Johnny & Jones is dichtbij voor Loevendie, die een carrière in de jazz maakte, ook zijn muziek is dat. ,,Ik heb bij het componeren nog nooit zo'n identificatie gevoeld. Omdat ik niet met klassieke muziek ben opgegroeid, heeft mijn muziek nooit een strikt idioom en hier klinkt een veelheid aan stijlen. Er zijn een paar citaten, wat motiefjes uit een operette van Jacques Offenbach, een lied van Arnold Schönberg, een stukje Duke Ellington. Ik ben erg beïnvloed door Turkse muziek en in Johnny & Jones zitten ook onregelmatige maatsoorten en heterofonie. Verder lijken het vaak stijlcitaten, maar het zijn citaten van mezelf.

,,In mijn operamuziek ben ik altijd een voortzetter van grote traditie. Bij Verdi hoor je drinkliederen en religieuze muziek, bij Mozart Turkse muziek in Die Entführung aus dem Serail. Ik voel vooral veel affiniteit met Haydn. Hij was de uitvinder van de elitaire symfonie, maar hij injecteerde die met allerlei `gewone' muziek, met een boerenklompendans in een menuet. Haydns Abschiedssymphonie heeft mij altijd gefascineerd, aan het slot verlaten de orkestleden één voor één het podium, zodat de muziek ophoudt.

,,In Johnny & Jones worden de musici één voor één weg geplukt, telkens na een solo in één van de stijlen van de verboden muziek. De grond wordt onder die jongens weggehaald, ze eindigen knippend met hun vingers, het enige dat ze nog hadden.''

Johnny & Jones door de Nederlandse Opera en het Nieuw Ensemble o.l.v. Lawrence Renes. Regie: Theu Boermans. Stadsschouwburg Amsterdam. 8 t/m 12/6.