Zakkenrollen

In de aanloop naar de zomer zijn de gespreksthema's telkens weer dezelfde: nieuwe haring, Hollandse aardbeien, de asperges en natuurlijk een pittige discussie over de schandalige salarissen van topmanagers in het Nederlandse polderland. Zes jaar geleden sprak voormalig Tweede-Kamerlid Piet de Visser al van ,,ritselaars en rovers'' en had daarbij het Philips-management in gedachten.

Twee jaar later vroeg een andere bekende Nederlander zich zuchtend af ,,hoe lang een samenleving het volhoudt om terughoudendheid te verlangen van mensen aan de onderkant en tegelijkertijd te zien dat enkelen aan de top zich ongeneerd te verrijken''. Geestelijk vader van deze uitspraak is toenmalig FNV-voorzitter J. Stekelenburg die een paar maanden later – in het najaar van 1997 – commissaris werd bij bank en verzekeraar ING. Juist door de beloningen over dat jaar zette ING het thema zelfverrijking op de publieke agenda. Acht bestuurders van het concern zagen hun gezamenlijke salaris met 21 procent stijgen tot 17 miljoen gulden. Hun opties waren 25 miljoen gulden waard.

Ook dit jaar zal de storm snel luwen. De toon van premier Kok matigt zich al want deze week noemde hij de beloningen `een buitensporige ontwikkeling', heel wat milder dan zijn `exhibitionistische zelfverrijking'. Voor topondernemers, die zich overigens opmerkelijk stil houden, is er maar één advies mogelijk: even bukken, het gekrakeel vliegt snel voorbij. Maar pas wel op dat het geld niet uit de zak rolt.