`Wij zijn fabrikanten, geen handelaren'

In het Brabantse Moergestel staat het hart van de Nederlandse schoenenindustrie. Maar ook hier leggen de kleintjes het af tegen de gigantische import van goedkope schoenen uit Zuid-Oost Azië. En tegen elkaar. De jarenlange strijd tussen de Moergestelse schoenenfabrieken Van Bommel en Avang loopt op z'n einde.

Ooit moest op het kerkhof van Moergestel wegens ruimtegebrek het oude graf van een pastoor worden geruimd. Toen men de kist opende, bleek het lichaam vergaan maar de schoenen waren nog in goede staat. Van welke fabrikant de schoenen afkomstig waren is nooit duidelijk geworden. Maar voor de inwoners van de Brabantse plaats is dat geen enkel probleem. Het verhaal bleef rondzingen als symbool voor de kwaliteit van de Moergestelse schoenen.

,,Waarschijnlijk waren het schoenen van Van Bommel'', zegt de directeur van de ene schoenfabriek. ,,Ik denk dat ze van Avang waren'', zegt de voormalige directeur van de andere schoenfabriek. ,,Maar goed dat het nooit is opgeschreven'', zegt de eerste dan weer.

De spanning is nog niet uit de lucht. Na een concurrentieslag van anderhalve eeuw werd begin mei bekend dat schoenfabriek Wed. J. P. Van Bommel – sinds 1734 – concurrent en plaatsgenoot Avang – sinds 1860 – overneemt van de familie Van Gils, die binnen de familie geen opvolger kon vinden voor de huidige directeuren. Buiten de familie was niemand te vinden die én een bedrijf kan besturen én verstand heeft van het schoenenvak. Beide bedrijven begeven zich op de markt voor duurdere herenschoenen en beide zijn nota bene gevestigd in dezelfde Brabantse plaats Moergestel. Eind deze maand wordt de overname beklonken.

Van Gils voelt er aanvankelijk weinig voor om over de overname te praten maar Van Bommel weet hem over te halen. ,,We spraken over het belang voor de fabriek'', zegt Ad van Gils (67). Van Bommel heeft gevoel voor publiciteit. Begin jaren tachtig won hij een Italiaanse designprijs – de Oscar Alta Moda. Daarmee wist hij Van Bommelschoenen onder de aandacht te brengen op een moment dat het minder goed ging met de Nederlandse economie en mensen minder geld aan dure schoenen wilden besteden. Zoon Reynier van Bommel: ,,We bespeelden de jury zó dat we de prijs wel móesten winnen.''

Was het een oude droom om Avang over te nemen? ,,Dat is een te groot woord'', zegt Frans van Bommel (58) die sinds veertien jaar aan het hoofd staat van het familiebedrijf. ,,Ik werk hier nu 34 jaar waarvan de eerste 20 jaar als vertegenwoordiger. Toen ik net begon, vroegen veel winkeliers waar ik langsging al waarom we Avang niet overnamen. Maar daar waren we helemaal niet aan toe. Van Gils was toen zelfs groter dan Van Bommel. Dat klopt toch Ad?'' De voormalig directeur van Avang knikt en luistert naar het verhaal van Van Bommel.

De rollen zijn inmiddels omgedraaid. Van Bommel heeft een omzet van 43 miljoen gulden terwijl de omzet van Avang tegenwoordig niet groter is dan zeven miljoen. Het ontbreken van een geschikte opvolger was dus niet het enige probleem. Met een omzet van zeven miljoen was Avang eigenlijk te klein om nog langer de kosten op te brengen om de internationale concurrentie aan te gaan. ,,Na de oorlog konden we alle schoenen meteen kwijt'', zegt Van Gils. ,,Tegenwoordig is schoenen maken in Nederland topsport. Ik zie dit als Avang in een nieuw perspectief'', zegt hij, doelend op de overname. Als Frans van Bommel even de kamer uit loopt om iets te regelen, zegt Van Gils: ,,Maar het is niet makkelijk.''

Avang en Van Bommel waren niet de enige schoenfabrieken in de omtrek. Maar de meeste concurrenten zijn verdwenen. ,,Berkelmans bestaat nog'', zegt Van Bommel. ,,En Van Lier in Loon op Zand.'' Van Gils: ,,Duifjes is verdwenen. Die specialiseerden zich in kinderschoenen. Ligtvoet. Ook kinderschoenen. Het Gouden Muiltje. De Gelaarsde Kat. Allemaal in Moergestel.''

Het dorp tussen Tilburg en Eindhoven was lange tijd een belangrijk centrum voor de schoenenproductie in Nederland. Iets verder naar het noorden in de Langstraat, het gebied bij Waalwijk en Kaatsheuvel, stonden `de andere' schoenenfabrieken. Als de concurrentie niet in Moergestel was te vinden, dan toch zeker wel een paar kilometer naar het noorden.

In 1962 waren er in Nederland nog 227 schoenfabrieken waar zo'n 16.000 mensen werkten. In 1989 was dat aantal gedaald tot 115 fabrikanten. Volgens de meest recente cijfers van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD), dat jaarlijks onder meer de schoenenbranche in Nederland in kaart brengt, is dat aantal door fusies, faillissementen en verplaatsing van fabrieken naar lage lonenlanden inmiddels teruggelopen tot twintig. Over dat aantal bestaat onduidelijkheid. De Nederlandse Federatie van Schoenfabrikanten telt 23 leden. Naar eigen zeggen is ongeveer tachtig procent van de fabrikanten aangesloten bij de federatie. Hoe groot het exacte aantal ook is, duidelijk is dat het aantal fabrikanten in dertig jaar tijd drastisch is gedaald.

De fusies en faillissementen zijn het gevolg van de enorme import van schoenen uit lagelonenlanden. Volgens het CBS komt nog slechts een kwart van alle geïmporteerde schoenen uit EU-landen en is driekwart afkomstig uit lagelonenlanden. Het bedrijfschap noemt met name China als de grootste producent van schoenen voor de Europese markt. Daar komt bij dat de consument kritisch is en zonder aarzelen overstapt naar een ander schoenenmerk, aldus het CBS. De merkentrouw is laag, zegt het bedrijfschap. Slechts 14 procent van de Nederlanders koopt uitsluitend één merk schoenen. Driekwart kan geen favoriet schoenmerk noemen.

,,Dat is ook een reden om de overname door Van Bommel goed te keuren'', zegt Van Gils tijdens een rondleiding door de fabriek. Tussen de tientallen machines en transportbanden liggen honderden paren schoenen. ,,We maken dezelfde kwaliteit schoenen'', zegt hij terwijl hij de machines van dichtbij bekijkt. In de vellen leer bij de snijmachine is nog weinig te herkennen maar verderop tijdens de rondleiding wordt steeds meer van de uiteindelijke schoen zichtbaar. Het is de eerste keer dat Van Gils een stap zet in de productiehal van de concurrent. Zijn bezoek valt ook de andere aanwezigen op die in de hal aan het werk zijn. ,,En de mentaliteit van de werknemers is hetzelfde. Als een bedrijf uit de Langstraat ons had willen overnemen had dat veel meer problemen opgeleverd. Vroeger zeiden we hier over een slechte schoen: `dat lijkt wel een schoen uit de Langstraat'.'' Als hij de hal verlaat, zegt Van Gils tegen zijn voormalige concurrent: ,,Het ziet er goed uit, Frans.'' Het nieuwe onderkomen voor de Avang-schoenen is goedgekeurd.

Het verdwijnen van de Nederlandse schoenenindustrie is niet alleen te wijten aan importeurs en buitenlandse fabrikanten. Ook Nederlandse fabrikanten hebben een deel van de productie naar het buitenland verplaatst. Dertig jaar geleden werden Italië en Portugal aangedaan. Daarna verplaatste de productie zich naar Tunesië. Een paar jaar later bleek dat India goedkoper was dan Tunesië en inmiddels heeft een aantal concerns een deel van de productie al naar Bangladesh verplaatst.

,,De goedkoopste schoenen komen uit Bangladesh'', zegt Van Bommel terug in het kantoor. ,,Soms grenst het aan kinderarbeid.'' De twee ondernemers zeggen het niet graag maar ook zij hebben een deel van hun productie naar India verplaatst. ,,Alleen het onderwerk'', zegt Van Gils. ,,De montage willen we in Nederland houden. Dat is altijd onze filosofie geweest.'' Van Bommel heeft begin jaren 80 het stikken van het bovenwerk van de schoen naar India verplaatst. ,,Het is helaas goedkoper om het leer hier te snijden, het materiaal vervolgens naar India te verplaatsen, daar het bovenwerk te laten maken en het tenslotte weer terug te brengen naar Nederland. In plaats van hier de volledige schoen te laten maken'', aldus Van Bommel. Waarom `helaas'? ,,Omdat het ontzettend veel energie kost.''

,,Vroeger geneerde ik me om te zeggen dat een deel van de onze productie in het buitenland zat'', zegt Van Gils dan. ,,Nu vertel ik het erbij om te laten zien dat de schoen niet te duur is. De meest intensieve arbeid moet je uitbesteden, het stikwerk. Als je de montage maar in Moergestel houdt. Dan houd je de controle over de schoen.'' De slogan van de Nederlandse Federatie van Schoenfabrikanten (`Hollands van hiel tot neus') is niet meer helemaal van deze tijd, zoveel is duidelijk. Van Bommel: ,,Het zijn de importeurs, de handelaren die 30 jaar geleden alles naar het buitenland verplaatsten. Wij zijn geen handelaren, wij zijn fabrikanten. Er zijn veel fabrieken verdwenen omdat we overstelpt werden met goedkope schoenen uit het buitenland. Wij bijten ons vast in de kwaliteit.'' Omdat er volgens Van Gils ,,een zekere nazorg'' moet worden gegeven aan kwaliteitsschoenen hebben de fabrikanten Van Lier, Van Bommel en Van Gils in 1991 de Stichting Kwaliteitsreparatie Nederlands Schoenfabrikaat opgezet. Schoenreparateurs krijgen van de stichting een certificaat als ze aantonen de schoenen volgens de wensen van de fabrikant te kunnen herstellen. Zo moet de goedkopere geïmporteerde schoen worden weerstaan. Toch geven Nederlanders steeds minder geld uit aan schoenen, berekende het CBS. Er zou steeds minder uit ,,dure EU-landen'' worden ingevoerd. Twintig procent van de productie bij Van Bommel is bedoeld voor de export. Maar dat is niet genoeg. De export moet naar 35 procent. ,,Als je te klein bent, lukt het niet om het geld op te hoesten. Schaalvergroting is heel belangrijk. We blijven uitbreiden. Zodra je een deel van de productie naar het buitenland verplaatst, heb je weer iemand nodig die de productie daar controleert.''

Van Gils was de afgelopen maanden betrokken bij de onderhandelingen over de overname maar zal zich na het tekenen van het contract niet meer actief met het bestuur van het bedrijf bezighouden. Vóór de overnamegesprekken was hij al twee jaar niet meer bij Avang betrokken, behalve als voorzitter van de vereniging van aandeelhouders. Toch kan hij het sparren met de concurrent maar moeilijk loslaten. Bij het verlaten van het pand wijst Van Bommel op een gedenksteen die voor het gebouw in de grond is gelegd ter ere van de opening door minister Jorritsma van het schoenmakersmuseum dat in de fabriek is gevestigd. ,,Misschien'', zegt Van Gils even later, ,,is het ook belangrijk te vermelden dat wij het miljoenste paar van onze mocassins aan minister Wijers hebben aangeboden.''