Waar blijven de studenten?

Scholieren stellen hun studiekeuze steeds langer uit. Dat is vreemd omdat zij steeds beter begeleid worden in hun keuze.

Eigenlijk begint ze ,,nu pas te besluiten''. Fleur Cools (17) heeft haar vwo-examens net achter de rug en moet in september ergens beginnen met een studie. Algemene Sociale Wetenschappen leek haar niks, Planologie ook niet, ze had zich door vrienden laten ompraten. Oudheidkunde dan maar? Mwah. Na vandaag is ze er eindelijk uit, zegt ze resoluut. ,,Wijsbegeerte. Dat wordt het. Denk ik.''

Fleur is één van de 150 bezoekers van de informatiebeurs Last Minute! van de Vrije Universiteit (VU). Aankomend studenten, die nog niet weten wat zij willen studeren, krijgen voorlichting van studenten en docenten. Dit alles in het decor van een reisbureau: parasols, bloemenkransjes, ijs en glossy foldertjes. Het motto: je hebt nog niet geboekt, maar je bent zeker niet te laat!

De VU stort zich dit jaar op een betrekkelijk nieuw fenomeen: de scholier die zijn definitieve studiekeuze steeds maar weer uitstelt. ,,Het is zo gek'', zeggen studentendecanen Henk Boswijk en Marjorie Wielkens van de VU. ,,De aarzeling onder scholieren wordt steeds groter. Alsof ze alle opties zo lang mogelijk open willen houden.'' Geduldig staan de decanen een meisje te woord die het maar niet lukt te kiezen. ,,Aan de ene kant wil je zekerheid'', zegt ze. ,,Maar ja: wat wíl ik eigenlijk?'' De decanen knikken begrijpend.

Waar blijven de studenten? De cijfers van de Informatie Beheer Groep (IBG) laten dit jaar een sterke daling zien van het aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs. Waren er op 8 juni vorig jaar nog 92.945 aankomend studenten ingeschreven, vandaag zijn het er nog maar 88.182, ruim 5 procent minder.

Vooral in het hoger beroepsonderwijs blijven de studenten (nog) weg. Vorig jaar om deze tijd waren er 63.201 aankomend hbo-studenten ingeschreven bij de hogescholen nu zijn het er 58.570. Een daling van 7,3 procent. Bij het wetenschappelijk onderwijs (wo) is de daling overigens een stuk minder sterk: 29.612 aanmeldingen dit jaar tegen 29.744 vorig jaar.

Wat zeggen die cijfers? Niet veel, zegt het ministerie van Onderwijs. ,,De daadwerkelijke instroom kan altijd hoger liggen'', aldus een woordvoerster. De hbo-raad, de verenigde hogescholen, denkt daar hetzelfde over. Woordvoerster I. Bakker van de hbo-raad: ,,Het is lastig om met die cijfers te voorspellen hoe het verder gaat. Als betrouwbare indicatie voor het totaal aantal studenten zijn zij niet bruikbaar.''

Hoe dan ook, die daling past in een trend, zegt onderzoekster U. de Jong van het SCO Kohnstamm Instituut. Zij onderzocht de motieven voor de definitieve studiekeuze bij aankomend studenten. ,,Het moment dat ze zich inschrijven, schuift steeds verder op. Het is niet meer normaal om in december je keuze al gemaakt te hebben.''

Universiteiten en hogescholen springen hier gretig op in. Vrijwel allemaal organiseren zij voorlichtingsdagen tot ver na de eindexamens om de twijfelaars over de streep te trekken. Sommige universiteiten stellen studenten zelfs in staat de studiekeuze tot ná het eerste studiejaar uit te stellen. Zo biedt de Universiteit van Amsterdam (UvA) een gamma/bètaprogramma aan van twintig opleidingen, waarbij de student gedurende het eerste studiejaar naar eigen inzicht vakken mag schrappen. Uiteindelijk blijft één vak over.

Dat lijkt Irvine Nobbe (18) wel wat. Al een tijdje is zij op zoek naar ,,iets dat bij me past'' en met haar moeder loopt ze open dagen af. ,,Andere mensen gaan dan een jaar naar het buitenland. Maar ja, ik heb hier een vriendje.'' Ze wil ,,iets wiskundigs''. ,,Maar wat? Ik heb echt geen flauw idee.''

De steeds latere studiekeuze lijkt in strijd met de steeds professionelere begeleiding bij de studiekeuze van studenten. Zo is de zogenoemde loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) een vast onderdeel van het lesprogramma. Vwo-ers besteden gemiddeld zo'n 80 uur aan dit vak, dat hen moet helpen een ,,zoek- en keuzeproces te doorlopen''. Veel leerlingen moeten verder een `toekomstdossier' bijhouden, waarin zij verslag doen van beroepskeuzetests en open dagen.

Bovendien is vanaf 1998 de tweede fase in het onderwijs ingevoerd. De bedoeling van toenmalig staatssecretaris Netelenbos en haar opvolger Adelmund was het voortgezet en hoger onderwijs beter op elkaar te laten aansluiten. Door het invoeren van vier vaste lespakketten de profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en techniek en natuur en gezondheid moesten de leerlingen vanaf de bovenbouw naar de voor hen meest geschikte studiekeuze toewerken.

Allemaal leuke projecten, zegt onderzoekster De Jong van het Kohnstamm Instituut, maar het bevordert een snelle studiekeuze niet. Sterker, de twijfel over wat te doen is onder aankomend studenten groter dan in de tijd dat zij nog in hun vrije tijd open dagen moesten bezoeken. De Jong: ,,Je kunt nog zo'n mooi programma hebben, maar als er een sfeer heerst dat je laat moet beslissen, is daar geen kruid tegen gewassen.''

Het ministerie van Onderwijs zegt dat de tweede fase primair bedoeld is om leerlingen te helpen een goede studiekeuze te maken. De woordvoerster: ,,Die tendens van laat beslissen zie je al jaren. We beogen een goede aansluiting, geen verandering van gedrag.'' Bovendien moet je als student tegenwoordig, met vaak maar vier jaar studiefinanciering, wel érg zeker zijn van je keuze, vindt studentendecaan Wielkens van de VU. ,,Dat maakt je keuze minder vrijblijvend. Ze gaan erdoor twijfelen.''

Toch is die twijfel volgens De Jong voor een groot gedeelte een ,,modeverschijnsel''. ,,Je bent een slappeling als je al snel weet wat je gaat doen. Ze steken elkaar ermee aan.'' Aankomend studente Fleur Cools herkent dat wel een beetje. ,,Je kijkt erg naar wat je vrienden vinden en doen. Tot ik pas geleden dacht: hé, ik moet ook zelf eens wat beslissen.''