Vier Rwandezen schuldig

Een Belgische jury heeft vannacht vier Rwandezen – twee nonnen, een hoogleraar en een zakenman – schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid, in 1994 gepleegd tijdens de genocide in hun land.

,,Vraag dertien, oui. Vraag veertien, oui.'' In het Assisenhof in Brussel was het vannacht om half twee muisstil. De Belgische voorzitter van de jury nam de 39 aanklachten door tegen vier Rwandese Hutu's, die schijnbaar onbewogen in de beklaagdenbank zaten. Elke aanklacht stond voor een misdaad tegen de menselijkheid. Met stijgende verbazing registreerde iedereen dat de jury, na een geruchtmakend proces van acht weken, de vier op vrijwel alle 39 punten schuldig bevond.

Na tien minuten was duidelijk wat weinigen voor mogelijk hadden gehouden: de ,,Vier van Butare'' moeten in België de cel in voor misdaden die ze in 1994, tijdens de Rwandese burgeroorlog, hebben begaan. De straffen worden vandaag vastgesteld. ,,De gerechtigheid heeft gezegevierd'', zegt Georges-Henri Beauthier, een van de advocaten die sinds 1995 namens nabestaanden van de Tutsi-slachtoffers van de Rwandese genocide heeft gevochten om dit proces doorgang te laten vinden. ,,Dit vonnis is een opsteker voor de voorstanders van internationale jurisdictie''.

Het waren niet alleen de twee Rwandese nonnen, een zakenman en een hoogleraar die de afgelopen weken in het statige Justitiepaleis terechtstonden. En ook niet alleen de Belgische overheids- en semi-overheidsorganen en pressiegroepen van christen-democratische snit die jaren de Rwandese Hutu's de hand boven het hoofd hielden, en dit proces bijna in de kiem smoorden. Deze rechtszaak in België, het enige land ter wereld waar iedereen – ongeacht nationaliteit – een ander kan aanklagen wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid of foltering, was vooral een heftige climax rond een vraag waarover in internationale fora met steeds meer verve wordt gedebatteerd: mogen mensen die deze misdaden hebben begaan, alleen in eigen land worden berecht? Of bestaat er een internationale jurisdictie die alle landsgrenzen en nationale wetgevingen overschrijdt, waardoor verdachten overal ter wereld kunnen worden achtervolgd voor een moord die in hun eigen land onbestraft blijft? Niemand had enig idee hoe de jury – twaalf `gewone' Belgen zonder veel voorkennis over een oorlog in hun voormalige kolonie, waar in 1994 honderdduizenden mensen over de kling werden gejaagd – die vragen zou wegen. Sinds half april hoorden zij getuigenissen van moord en doodslag, gruwelijkheden uit een wereld die de hunne niet was. ,,U kunt niet oordelen over misdaden die op duizenden kilometers afstand zijn gepleegd'', hielden de verdedigers van de beklaagden de jury steeds voor. En ook, dat de jury zich niet moest laten gebruiken in de Rwandese zoektocht naar zondebokken: ,,Bijna elke Rwandees heeft bloed aan zijn handen.''

Om half drie gistermiddag trok de jury zich terug om het vonnis te vellen. Als ze wilden eten, schoven ze een briefje onder de deur door. Daarna tekende de voorzitter van de rechtbank een decreet dat een rechtbankmedewerker de pizza's mocht afleveren. Ramen waren afgeplakt. Overal stonden gendarmes, zelfs op het balkon van de kamer van de jury, waar niemand hem elf uur lang een deken of kop koffie kon brengen. [Vervolg RWANDA: pagina 5]

RWANDA

Gemengde gevoelens

[Vervolg van pagina 1] In de rechtszaal speelde een journalist oorlogje-met-schietgeluid op de computer. Advocaten vochten tegen de slaap. Leden van Rwandese Interahamwe-milities, net als de beklaagden na de oorlog naar België gevlucht, bekvechtten met mensenrechtenactivisten, voor wie de schuld van de vier al langer vaststond. Toen het Rode Kruis veldbedden voor de jury bracht, ontspande een advocaat van de beklaagden. ,,Wie weet wordt één van de nonnen vrijgesproken.'' Hij juichte te vroeg.

De uitspraak kan een stimulans zijn voor de oprichting van het Internationale Strafhof in De Haag, dat eens de internationale-scheidsrechtersrol van België moet overnemen. Toch wordt het vonnis in België met gemengde gevoelens ontvangen. Het land toont met dit ,,blijk van humanisme'' zijn nieuwe ambities op het internationale toneel. Maar men verwacht nu wel een regen van aanklachten tegen burgers en politici uit de Derde Wereld. Dat perkt de Belgische diplomatie in. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, die graag bemiddelt in internationale conflicten, kan lastig met warlords praten die voor een Belgische rechtbank worden aangeklaagd. De minister wil de mensenrechtenwet uit 1993/1999 aan banden leggen.

Ook komt het dubieuze aandeel van België in de Rwandese burgeroorlog wellicht bovendrijven. Dat het naoorlogse Belgische christen-democratische establishment een deel van de ontwikkelingshulp aan Rwanda naar Hutu's sluisde die er wapens van kochten, is publiek geheim. Dat advocaten en de onderzoeksrechter in het Rwanda-proces, die deze corrupte praktijken als bewijslast in hun dossiers opnamen, zelfs binnen de Brusselse rechtbank werden gedwarsboomd, kan nu óók bekend worden. Maitre Beauthier vertelt over dossiers die werden gestolen, of een jaar in de la van een onwillige rechtbankmedewerker onderstoften. Over Rwandese medewerkers van de advocaat, die werden vermoord. Over de rechter die door politici, zakenlui, de kerk en zijn eigen superieuren onder druk werd gezet om te stoppen. Over het ministerie van Justitie, dat geen geld voor het onderzoek vrijmaakte. ,,Bij elke stap kwam er een spaak in ons wiel'', zegt Beauthier. ,,Het is een wonder dat dit proces heeft plaatsgevonden. Voor mij is dit een eerste stap. Die andere zaken moeten nu ook aan de oppervlakte komen''.