Vasthoudend en impopulair

De slotdag van zijn campagne begon Tory-leider William Hague op een Londense vleesmarkt. De symboliek ontging weinig politieke sketch-schrijvers: allemaal dead meat. Vanochtend trok hij de conclusie uit de nederlaag, die zich al weken aankondigde omdat zijn campagne tegen asielzoekers en de euro niet aansloeg. Hij trad af als leider van de Conservatieve Partij. De Tories hebben behoefte aan ,,iemand die nieuwe initiatieven kan nemen'', zei hij.

Degenen die hem altijd al als een tussenpaus zagen, hebben gelijk gekregen. De partij die de 36-jarige McKinsey-consultant in 1997 van John Major erfde, lag in meer gruzelementen dan binnen één parlementstermijn te lijmen vielen. Dat betekent niet dat Hague het niet heeft geprobeerd, kalm, met humor en met de vasthoudendheid van de terriërs uit zijn thuisland Yorkshire.

Allereerst zocht hij een vlag om de partij onder te verenigen. Het werd, na een jaar aarzelen, de Union Jack. Hague zette de partij neer als redder van het Britse pond. Het lukte half. De ene helft van de partij had een nieuw doel voor ogen. Oudere leden zagen verrukt hoe Margaret Thatcher, ontoerekeningsvatbaar of niet, uit ballingschap werd gehaald. De andere, pro-Europese helft onder wie kopstukken als oud-minister Ken Clarke en (nu) Eurocommissaris Chris Patten, ging de facto in ballingschap omdat de partij ,,onverkiesbaar'' zou worden, al kwam het niet tot een formele breuk.

Daarbij deed Hague een soort poging alsnog naar het midden te sturen. Dat noemde hij de `revolutie van het gezonde verstand'. Britten hadden geen behoefte aan een staat die kindermeisje speelde en stiekem belastingen verhoogde, maar aan meer vrijheid en minder regels, zei hij. Maar teveel Britten herinnerden zich nog te goed dat dezelfde formule achttien jaar desinvestering in zorg en onderwijs had opgeleverd.

Hague was zijn eigen stoorzender. Dat had te maken met zijn imago. In klein gezelschap is hij aardig en geestig. Maar de meeste Britten letten alleen op zijn kale kop en zijn kraakstem. Ze zagen hem niet als staatsman, hooguit als een formidabel debater, die het premier Blair vaak lastig maakte. Bovendien zei common sense-man Hague de afgelopen maanden ook te veel extremistische dingen: dat hij misschien de EU uit wilde en dat al die immigranten het Verenigd Koninkrijk tot ,,een vreemd land'' maken.

Het werkte niet. De verkiezingen van 2001 zijn op net zo'n anti-Tory-stem uitgedraaid als die van 1997. Zoals LibDem-veteraan Shirley Williams zei: ,,Geen landslide, maar een mudslide.'' Michael Portillo, die kans maakt om Hague op te volgen, vroeg de partij om niet overhaast om zijn aftreden te vragen, maar andere kopstukken trokken de messen. Hague hield de eer vanochtend aan zichzelf. ,,Niemand is onmisbaar'', zei hij, en sprak de hoop uit dat de Tories een leider vinden ,,met een grotere persoonlijke populariteit'' dan hijzelf.