Sport en autonomie

,,TOPSPORT IS ONDERWERP van intense publieke aandacht en moet dan ook intens onderzoek verwachten.'' Zo waarschuwde de Raad van Europa meer dan tien jaar geleden toen deze organisatie een antidopingverdrag het licht deed zien. Het valt te betwijfelen of de opstellers daarbij dachten aan een massale politie-inval zoals nu heeft plaatsgehad in de Giro. De regeringen die het antidopingverdrag sloten, betuigden nadrukkelijk hun respect voor ,,de autonomie van de vrije sportbeweging''.

De gedachte dat de sport haar eigen wetten heeft, maakt onderdeel uit van haar aantrekkingskracht. Er gaat iets moois uit van de speler die een aanvechtbare beslissing van de scheidsrechter accepteert in plaats van direct naar een bezwaarschrift te grijpen. Het overlaten van de noodzakelijke regulering aan de vrije sportorganisaties roept ook vragen op over de kwaliteit van de procedures van deze bonden. Zie het rumoer over de recente schorsing van Edgar Davids door de internationale voetbalfederatie.

Naarmate steeds grotere (zakelijke) belangen zijn gemoeid met de sportbeoefening komt de gedachte dat de sportwereld haar eigen regels kan permitteren steeds meer onder druk te staan. Landen als Frankrijk – waar de Tour enkele jaren geleden te maken kreeg met politie en justitie – en Italië hebben de autonomie al in de jaren zestig en zeventig doorbroken met antidopingwetten. Over de wenselijkheid van de strafrechtelijke aanpak wordt binnen Europa verschillend gedacht. Maar het beginsel is ook door Nederland erkend. In april werd hier de illegale productie en handel in dope onder de Wet economische delicten gebracht, niet in de laatste plaats om sterke opsporingsmiddelen als de telefoontap mogelijk te maken.

HET INVOEREN EN toepassen van antidopingwetten betekent in elk geval dat voor discussie over een speciale behandeling van sportlieden geen plaats is. Zij hebben dan als iedere burger aanspraak op rechtsbescherming. Vanuit dit oogpunt past altijd een vraagteken bij een razzia door een narcoticabrigade. Het schokeffect van de Italiaanse en Franse aanpak maakt zelfregulering door de sportwereld ook niet overbodig. De Raad van Europa waarschuwde al tegen ,,de ietwat simplistische oplossing van alleen maar straf uit te delen aan de sportbeoefenaren die positief worden bevonden''.

De wielersport blijft gespleten. Typerend was de reactie van een (niet betrokken) ploegleider gisteravond op de televisie. Hij betitelde de politie-operatie als ,,absolute waanzin'' omdat er in weinig andere sporten zo zwaar wordt gecontroleerd als de zijne. Maar hij putte steun uit de omstandigheid dat het publiek ondanks politieacties in groten getale blijft toestromen bij de Giro of de Ronde van Duitsland. Zweept de druk van het populariteitscircus de renners echter juist niet op om naar verboden middelen te grijpen?