Schreeuwen om stilte

Jan Hoet, rokend en flemend symbool van artistieke bevlogenheid, verzamelde zeventig kunstenaars voor de buiten-tentoonstelling Sonsbeek.

,,Er zijn tegenwoordig heel veel kunstenaars in de wereld. Die kunstenaars hebben ruimte nodig. Ik ben er om ze die ruimte te geven.''

Deze zomer trekt Jan Hoet als een zendeling door Europa. Een zendeling voor de kunst met zo'n 150 kunstenaars in zijn kielzog, van wie hij op strategische plaatsen werk achterlaat. Op groepsexposities in het Belgische Geel bijvoorbeeld, in het Duitse Borken en het Vlaamse Watou. In Venetië ook, waar Hoet als curator van de Belgische Biennale-inzending Luc Tuymans presenteert. En dan neemt Hoet ook nog de negende aflevering van Sonsbeek voor zijn rekening. Onder de titel Locus/Focus presenteert hij op drie lokaties rond Arnhem het werk van 75 kunstenaars. Daar zijn opvallend weinig grote namen bij. Hoet geeft de voorkeur aan kunstenaars als Simone Deckers, Brian Tolle, Kim Young-Jin, Slava Nakovska en Michael Ross, die in Nederland niemand kent, maar die wel regelmatig zijn te zien in Hoets eigen Museum voor Actuele Kunst in Gent. Voor dat museum heeft hij decennialang geijverd en gevochten. Maar nu het er staat is Hoet er steeds minder te vinden. Hoet gaat liever op weg. Lekker zenden.

Dat Hoet boven alles een ijveraar is, blijkt opnieuw op de donderdag voor de opening van Sonsbeek, als hij een presentatie houdt voor pers en kunstenaars. De omstandigheden zijn niet goed. Zojuist is duidelijk geworden dat Thomas Schütte, een van de beroemdste kunstenaars uit Hoets ensemble, zich heeft teruggetrokken omdat zijn beelden van hun geplande plaats werden geweerd. Ook heeft de Arnhemse Ouderenpartij protest aangetekend tegen het werk van de Italiaanse Bruna Esposito, die in een zijbeuk van de Eusebius-kerk een swastika van bonen en peulvruchten wil leggen. Bovendien is er op deze donderdag, twee dagen voor de opening, nog nauwelijks een werk te zien. Alles en iedereen ligt achter op schema.

Maar dan leeft Hoet op. Uit de losse pols houdt hij een toespraak van drie kwartier waar een stand-up-comedian met open mond naar zou kijken. Hij praat, fleemt, grapt en dat allemaal in een Engels dat het begrip `steenkolen-' een nieuwe dimensie geeft. Niemand begrijpt precies wat hij zegt, maar dat doet er ook niet toe. Hoets rede is een lange bezwering, waarin af en toe een slogan opduikt die je mee kunt nemen en voor je uit kunt mompelen als je voor de door hem verkozen kunstwerken staat. Het zijn slogans van een symbool, een wandelend, rokend, mompelend symbool van artistieke bevlogenheid, van integriteit en passie voor kunst. Precies wat ze in Arnhem zochten.

Nul

,,Sonsbeek heeft geen basis, en moet daardoor altijd weer bij nul beginnen.''

Dat Hoet en Sonsbeek elkaar zouden vinden lag eigenlijk voor de hand. Sinds Chambres d'Amis (1986) is Hoet de bekendste organisator van buiten-museale tentoonstellingen in Europa. En Sonsbeek is al jaren de bekendste buitenkunst-tentoonstelling van Nederland. Die roem was alleen tanende door de onvoorspelbaarheid van het project. Tussen Locus/Focus en Sonsbeek '93 zat acht jaar, tussen de aflevering van '93 en die ervoor zaten er zeven, en tussen '86 en de aflevering daarvoor maar liefst vijftien jaar. Aan die laatste tentoonstelling, Sonsbeek buiten de perken uit 1971, dankt Sonsbeek ook meteen zijn solide reputatie. Curator Wim Beeren verplaatste in dat jaar het concept van zijn revolutionaire Op losse schroeven dat in 1969 in het Stedelijk werd gehouden, naar de buitenlucht. Voor het eerst werd het publiek in de open lucht geconfronteerd met beelden die niet op sokkels stonden, maar vrij door het park zwierven. Wim T.Schippers parkeerde een betonnen auto tegen een boom, Ronald Bladen plaatste een wig in het gras en Claes Oldenburg plantte een enorme troffel in het park – een beeld dat ondertussen een ijkpunt is in de collectie van Museum Kröller-Müller.

In 1971 was zulke erkenning niet vanzelfsprekend. Sonsbeek buiten de perken werd getroffen door het lot van de avant-garde. Volgens de critici was Sonsbeek geldverspilling, elitair in tijden van egalisering. Daar schrok de gemeente Arnhem zo van dat het tot 1986 duurde voor ze een nieuwe Sonsbeek aandurfde. Deze aflevering, samengesteld door Saskia Bos, was een rustige moderne beeldententoonstelling die zoveel goodwill kweekte dat in '93 de Amerikaanse tentoonstellingsmaakster Valerie Smith aan de slag mocht. Met een dramatisch resulaat. Smith wilde Beeren links inhalen en kwam met een concept dat erop neerkwam dat de tentoonstelling er eigenlijk niet toe deed. Voor Smith ging het om het `proces', de `interactie tussen de kunstenaars en de werkelijkheid' en daarbij stond het publiek eigenlijk alleen maar in de weg. Dat keek dan ook wel uit om te verschijnen; in totaal kwamen er slechts 12.000 bezoekers op Sonsbeek '93 af, waar er in een bescheiden schatting op 60.000 was gerekend. Het begrotingstekort was 1,2 miljoen. Sonsbeek was al zijn goodwill weer kwijt.

Andy

,,Of het nou Andy Warhol was of Rembrandt of Piero della Fransesca, ze startten allemaal vanuit hun autobiografische Locus. Er is altijd een verband tussen locatie en de kunstenaars.''

Entree Jan Hoet, in alles het tegendeel van Smith. Voor Hoet geen complexe concepten, al weet hij zijn plannen for art's sake soms verrassend ingewikkeld te laten klinken. Hoets kracht ligt juist in het vinden van verbindingen tussen kunst en maatschappij, in het kweken van interesse bij een onwillig publiek, dat heeft hij wel geleerd in zijn 25 jaar durende gevecht voor een eigen museum. Hoet durft rustig te roepen dat hij voor Sonsbeek op 100.000 bezoekers rekent, en als je hem hoort geloof je hem nog ook. Dat komt vooral doordat zijn plan voor Sonsbeek 9 even simpel is als effectief. Hoet situeerde zijn tentoonstelling op drie locaties. Allereerst park Sonsbeek, al sinds de aflevering van 1949 de basis van de tentoonstelling. Verder de Eusebiuskerk in Arnhem-centrum en het winkelcentrum Kronenburg in Arnhem-Zuid, aan de overkant van de Rijn.

Vooral die laatste keuze is een slimme actie, want daarmee slaat Hoet drie vliegen in een klap. Allereerst betrekt hij Kronenburg, het Rotterdam-Zuid, het Amsterdam-Noord van Arnhem bij zijn project, wat Sonsbeek bij de Arnhemse bevolking meteen veel steun opleverde. Bovendien haalt hij met het winkelcentrum een modieus aspect van de kunst binnen. Veel hedendaagse kunst gaat over de vraag in hoeverre de kunst zich staande kan houden in de visuele samenleving, de concurrentie aankan met televisie, reclame en internet. Door een authentieke shopping mall vol Hema's, Heijns en Blokkers in het parcours op te nemen krijgen kunstenaars de kans deze concurrentie aan te gaan, zich volop in dit gevecht te storten. Maar Hoet bereikt er ook nog iets anders mee. Door het opnemen van Kronenburg wordt Sonsbeek meteen een drietraps-overzicht van de manieren waarop kunst zich tegenwoordig tot de wereld kan verhouden. Kunst in de stilte van een lommerrijk negentiende-eeuws park, tussen de symboolgeladen, maar rustige omgeving van een kerk en in een bolwerk van modern hedendaags consumentisme. Sonsbeek als testcase van de hedendaagse kunst-discussie.

,,De wereld is in deze tijd gedesoriënteerd. Om globaal te kunnen denken moet je eerst locaal kijken.''

Wie Locus/Focus ziet, merkt dat Hoet een heel eigen manier heeft om met de kunst-samenleving discussie om te gaan. Niet voor niets luidde de slogan waarmee Sonsbeek de afgelopen week adverteerde `Ruim zeventig kunstenaars en Jan Hoet'. Hoet is de vaandeldrager, het uithangbord van de tentoonstelling; de kunstenaars zijn relatief anoniem.

Dat kunnen ze ook zijn omdat Hoet zijn kunstenaars heel specifiek uitkiest. Daaraan kun je zien dat dit soort buitenkunst tot een apart genre is uitgegroeid dat tijd nodig had om te rijpen, net zoals videokunst of installatiekunst. Aan buitenkunstwerken worden geen hoog-artistieke, museale eisen gesteld, het is verantwoord vermaak voor de hele familie. Een mix van Disney en Duchamp, van Warhol en Willy Wortel, van Panamarenko en `Papier hier'. Dat vraagt ook om kunstenaars die niet in de eerste plaats uit zijn op hun eigen expressie, op het drukken van hun eigen stempel, maar die juist bereid zijn zich te voegen naar de omstandigheden, zonder hun identiteit op te geven. En dat is moeilijker dan het lijkt, om die balans van kracht en bescheidenheid goed recht te houden moet je van goede huize komen.

Wat dat betreft is het Kronenburg-deel van Sonsbeek 9 een desillusie. In het winkelcentrum zijn meer dan twintig werken te zien, maar die verzuipen stuk voor stuk in de kleuren, de logo's, de achtergrondmuziek. Alsof de kunstenaars te bescheiden zijn, of ze niet weten wat ze tegen het consumentengeweld moeten aanrichten. Aimé Ntakiyica bijvoorbeeld hing aan het plafond een combinatie tussen een ventilator en een meiboom; lange slingers videotape die wapperen op de winkelwind. De tapes zijn zwart en eenvoudig en hangen hoog en niemand besteedt er aandacht aan. Nog tragischer is het lot van het beeld van Harmen Brethouwer. Hij zette voor de Kronenburgse dierenwinkel een menhir op een sokkel, met daarachter een cobra die er sluipend tegenop kruipt. Het beeld is van goedkope, grijze zeepsteen, en dat is funest. De konijn- en hamsterkooien, hondenriemen en waterbakken eromheen degraderen Brethouwers Muchalinda tot een mythologische tuinkabouter. Dat is minder dan het beeld verdient.

Brethouwers bescheidenheid is echter exemplarisch voor meer bijdragen aan Sonsbeek 9. Onder Hoets paraplu hebben de kunstenaars blijkbaar geen behoefte aan sweeping statements of grote gebaren. Op Kronenburg weten ze zich daardoor niet te handhaven, maar in de Eusebius en in park Sonsbeek leven ze op, al zijn kinderachtige mislukkingen niet uitgesloten. De Belg Kris Martin bijvoorbeeld, wilde lollig zijn en haalde het beeld van H.A. Lorentz van zijn sokkel en zette het achter een bronzen, naakte waternimf - de Nobelprijswinnaar als ouwe gluurder. Dat geldt ook voor de anecdotische beelden van Patrick Lebret (een ijscokar die in het water is gereden) en Maria Elena Gonzales (twee stenen verjaardagstaarten die in het water drijven). Een geslaagde grap is daarentegen weer de boom van Peter de Cupere. Hij zette midden in het bos een boomstam neer van paradichlorobenzine, met daarnaast bordjes die de toeschouwer uitnodigen er tegenaan te plassen. Wie dat doet ruikt de penetrante geur van goedkope toiletblokjes die je meestal in snelweg-wc's vindt. Die `frisse' geur verplettert de originele boslucht.

Mirakel

,,Sonsbeek is there to sensibilize people for art.''

Maar eigenlijk zijn zulke luidruchtige, provocerende beelden een uitzondering op deze Sonsbeek. De meeste kunstenaars kiezen juist voor beelden met een sobere historische of religieuze connotatie. Het mooiste voorbeeld daarvan is het Mirakel dat Maria Roosen hing aan de buitenkant van de Eusebiuskerk. Roosen geniet vooral bekendheid door haar mooie, grillige glasobjecten — knotsen van glas, wild groeiende kannen, breekbare borsten. Op Sonsbeek breekt ze daarmee en liet een zeven meter grote, vijf ton zware houten replica van de Eusebius aan de kerk klinken. Een eenvoudig idee dat fantastisch werkt. Door Roosens ingreep wordt de kerk bevattelijk. Maar er zijn ook associaties met oude schilderijen waarop je heiligen kleine kerkjes ziet vasthouden, of reliekschrijnen in kerkvorm. Deze mini-Eusebius steekt scherp af tegen de lucht en geeft je de sensatie dat je die enorme, met symboliek overladen steenklomp in je armen kunt sluiten.

Zo zijn er meer werken die niet meegaan in de luidruchtigheid, maar juist commentaar leveren op leegte, gemis, tekort. Berlinde De Bruyckere hing in het park drie levensgrote paarden die zich troosteloos om de boomtoppen krullen, alsof ze een vlucht voor werelds geweld met de dood hebben moeten bekopen. Mark Manders laat een mooie, surrealistische beeldenketting uit een boom bungelen - er hangt een stoel aan, een complete driezitsbank, en de ketting eindigt in een fragiel gebeeldhouwde hond die een brief in zijn bek heeft waar de toeschouwer net niet bij kan. Michel François bouwde een stilte-kamer, recht onder het grootste kunstmatige watervalletje in het park. Je staat onder de val en door een ruit zie je het water naar beneden kletteren. Maar het geluid, dat in het park van tientallen meters op je afkomt, is verdwenen. De neerstortende golf wordt er een sureëel beeld door, een beeld dat nog verder weg lijkt dan op televisie. Er gaat een weldadige rust vanuit.

Apen

,,AAAAAAAAAAHH! AUUW AAAAH, AUUW!!!!!''

Zo zweeft er een merkwaardige discrepantie rond Sonsbeek 9. Aan de ene kant de luidruchtige bijna publiciteitsgeile directeur, daartegenover een groot aantal stille, sobere werken. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Kendell Geers geeft daar zelfs nog een niet bepaald subtiel commentaar op. In een uithoek van het park zette hij een kooi neer, van het soort waarin vroeger ongetwijfeld ontembare apen of wilde leeuwen werden opgesloten. Nu stijgen er de klanken van zweepslagen uit op, met daartussendoor een erbarmelijk gekerm. Het is de stem van Hoet. Naar eigen zeggen heeft Geers Hoet willen `straffen' voor zijn machtspositie, maar eigenlijk geeft hij vooral aan hoe onmisbaar Hoet is. Zonder Hoets gebulder had Geers geen werk. Hoet schreeuwt het publiek bij elkaar en houdt de kunstenaars in de luwte. Zo lijkt de directeur nog het meest op de vader uit Peter van Straatens Vader & Zoon-strip, die tijdens een wandeling op de hei in de verte een bevriend echtpaar ziet lopen en ze `HE, HALLO! HIER IS HET STIL!!' toeroept. Niet erg subtiel allemaal, soms ergerlijk, maar zulke heibel is tegenwoordig onontbeerlijk om projecten als Sonsbeek van de grond te krijgen. En dan is Hoet de beroerdste schreeuwer niet.

Sonsbeek 9: Locus/Focus. T/m 23 september in Park Sonsbeek, de Eusebiuskerk, Winkelcentrum Kronenburg en het Museum voor Moderne Kunst, Arnhem. Di t/m vr 10-17u, za en zo 11-17u. Inl. www.sonsbeek2001.nl of 026-3540359. Het entreebewijs is geldig voor Connexxion bus 20, die de tentoonstellingslokaties met elkaar verbindt.