Rebellen aan de rivieroever

In Sneeuwbeeld, het vorig jaar geprezen debuut van Thomas van Aalten (22), waren de hoofdpersonen zwalkend `op weg naar de jaren nul'; in zijn nieuwe roman Tupelo leven de personages in het jaar 2000. De millenniumwisseling heeft weinig veranderingen teweeggebracht. Van Aalten beschrijft opnieuw een wereld van verveelde losers, van ontspoorde jongeren die agressief en seksueel gefrustreerd door het leven gaan. Aan de toekomst denken ze niet, willen ze niet denken; hun belangrijkste referentie is het verleden – om precies te zijn de gedegenereerde popcultuur uit de jaren tachtig, waarvan Duran Duran en Billy Idol niet eens de allerergste uitwassen zijn.

Hoofdfiguur in Tupelo is Victor, een studerende twintiger die tijdens de zomervakantie terugkeert naar het dorpje in het rivierengebied waar hij zijn schooltijd heeft doorgebracht. Samen met zijn drugsgebruikende zusje past hij op de dobermannpincher van zijn gescheiden moeder en doodt hij de tijd in het gezelschap van zijn jeugdvrienden, die geen van allen erg goed terecht zijn gekomen. Abdul bezemt de vloer van de Texaco, Sam is geflipt tijdens een wereldreis, Cameron is een `gehersenspoelde computerprogrammeur', T-Rex verkoopt zijn lichaam met de slagzin `homo-erotische alien-seks', en komt daarbij in de meest gewelddadige situaties terecht. Allemaal zijn ze, om met de in het boek geciteerde Sex Pistols te spreken, `pretty vacant'.

De vrienden zuipen Tuborg, blowen zich suf, hebben ongeïnspireerde (kinky) seks, jagen van tijd tot tijd de bourgeoisie de stuipen op het lijf, wisselen zinloze zegsels uit, en liggen verder wat in de zon. (`Zeg, heb je nog hobby's?' zegt een meisje tegen de hoofdpersoon. `Nee, ik word wakker, val in slaap,' luidt het antwoord. `Dat is alles wat er is. Het is een prachtige wereld.') Om het sombere beeld van de moderne jeugd te vervolmaken, worden de in kort bestek verwoorde `belevenissen' van Victor en de zijnen afgewisseld met fragmenten uit televisiepraatprogramma's waarin zo mogelijk nog lossergeslagen jongeren aan de tand worden gevoeld. Iedereen is rebel zonder reden, al geeft één jongen de schuld aan zijn vader, die hem verkleed als Elvis meesleepte op een bedevaart naar Presley's geboorteplaats Tupelo.

Van Aalten is behoorlijk stijlvast – zijn schetsen uit het moderne leven zijn geschreven in een uitgeloogd no-nonsenseproza, waaruit de lezer af en toe wordt opgeschrikt door hardgekookte en gepeperde dialogen. Maar wiens stijl lezen we? Het lijkt of Van Aalten een Nederlandse versie van Bret Easton Ellis' klassieke roman Less Than Zero heeft willen schrijven en daartoe bewust afstand heeft genomen tot zijn veel conventioneler gestileerde debuutroman. De overeenkomsten met Ellis zijn opvallend: niet alleen de handeling van de roman (een jongen keert terug naar de plaats waar hij opgroeide) en de vorm (korte, vlakke scènes) herinneren aan Less Than Zero, maar ook de verwijzingen naar de popcultuur, de gewelddadige uitweidingen en de moralistische beschrijvingen van een amoreel universum.

Schokken doet Tupelo zestien jaar na Less Than Zero niet. Maar het is erger dat je ook niet warm of koud van de roman wordt. Dat komt in de eerste plaats door de nietszeggendheid van de hoofdpersoon; hoewel een schrijver natuurlijk niet verplicht is om te zorgen dat zijn lezers zich identificeren met zijn personages, moeten die op zijn minst interessant genoeg zijn om er een paar uur mee door te brengen. Victor is dat niet, hij ontbeert tragiek en komt bovendien niet zo geestig over als zijn schepper hem bedoeld heeft. Het is maar heel af en toe dat Victors gelaten-cynische bespiegelingen over de toestand in de wereld hout snijden, zoals wanneer hij filosofeert over de muzak die te horen is in de supermarkt: `In de Aldi klinkt geen muziek. Als je boodschappen doet bij de Dirk van den Broek hoor je nog popliedjes, maar andere versies dan het origineel. [...] Bij de Albert Heijn hoor je de originele versies.'

Misschien is Tupelo bedoeld als een eerbetoon aan Bret Easton Ellis. Misschien streefde Van Aalten naar het literaire equivalent van een cover van een klassiek liedje. Maar zijn Hollandse Less Than Zero is uiteindelijk even overbodig als de Mantovani-versie van een Elvis Costello-nummer.

Thomas van Aalten: Tupelo. Podium, 190 blz. ƒ32,50