Powell-doctrine tegen Saddam verdient kans

Omzichtig is Amerika bezig een nieuwe strategie uit te proberen tegen Saddam Hussein. Nadat Irak begin 1991 uit Koeweit was verjaagd, werd het regime in Bagdad onderworpen aan allerhande sancties. Het moest zijn projecten voor het ontwikkelen van massavernietigingswapens beëindigen en VN-inspecteurs toelaten om toezicht te houden op de liquidatie ervan. Ter bescherming van minderheden werden zogenoemde no-flyzones boven Noord- en Zuid-Irak tot verboden gebied verklaard voor Saddams luchtmacht.

Die oude strategie, begonnen door Bush senior en op hoofdlijnen voortgezet door Clinton, ligt nu in duigen. Irak heeft de VN-inspecteurs weggestuurd. Bagdad weigert bovendien het aanzienlijk verzachte inspectieregime te aanvaarden dat de volkerenorganisatie inmiddels heeft ontworpen en dat rekening houdt met de gevoeligheden van Irak en andere betrokkenen. Sancties die Irak moesten dwingen zich aan de bevelen uit New York te houden, zijn in de loop der jaren steeds verder ondermijnd. Strategische en andere goederen komen clandestien het land binnen, met onder meer als gevolg dat Iraks luchtafweer een wezenlijke bedreiging is geworden voor de Amerikaanse en Britse piloten die de no-flyzones handhaven. Hoge Amerikaanse militairen pleiten sinds enkele maanden voor het stopzetten van de patrouilles. De eerste militaire actie van de regering-Bush – bommen op Bagdad – blijkt niet het gewenste resultaat te hebben opgeleverd.

Bij haar aantreden in januari was de regering optimistisch over een nieuwe aanpak. Ter gelegenheid van zijn confirmation hearing in de Senaat verstrekte de beoogde minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, informatie daarover. ,,De president-elect heeft het duidelijk gemaakt dat wij met onze bondgenoten zullen samenwerken teneinde het sanctieregime van nieuwe energie te voorzien'', verklaarde Powell. ,,Critici zullen zeggen dat strakkere sancties het Iraakse volk, vooral de kinderen, meer kwaad zullen doen. Niemand geeft meer om kinderen dan ik en ik meen dat een nucleair, biologisch of chemisch wapen van een Saddam Hussein niet alleen de kinderen van Irak, maar de gehele regio bedreigt – veel meer dan strakkere sancties waarvan het uiteindelijke doel niet is Irak pijn te doen, maar te voorkomen dat zij zulke verschrikkelijke wapens in hun arsenaal hebben. We moeten waakzaam zijn, gereed om provocaties te beantwoorden, en uiterst vastberaden in onze politiek tegenover Saddam Hussein. En we moeten inspanningen van de oppositie ondersteunen.''

In een paar zinnen had de bewindsman een nieuwe doctrine ontvouwd: beperking van de sancties die het Iraakse volk treffen en verscherping van de sancties die moeten voorkomen dat Irak weer een gevaar wordt voor de buren. Iran, Koeweit, Saoedi-Arabië en de Iraakse Koerden en shi'ieten weten uit eigen ervaring waartoe Saddam in staat is. Zij zouden zich naar de Amerikaanse verwachting begin dit jaar wel van hun coöperatieve kant laten zien. De door Powell voorgespiegelde inspanningen om de Iraakse oppositie te steunen, suggereerden dat het vinden van een alternatief voor Saddam tot de reële mogelijkheden behoorde. Even scheen het dat de regering-Bush zich werkelijk de vervanging van het regime in Bagdad tot doel had gesteld.

Nu, een paar maanden later, wordt van die laatste optie weinig meer gehoord. De Iraakse oppositie is te verdeeld dan dat daarvan een alternatief valt te smeden. De moeizame onderhandelingen in de VN-Veiligheidsraad tonen aan dat tussen het bedenken en het verwezenlijken van een nieuwe aanpak de nodige obstakels moeten worden overwonnen. Saddam eist de beëindiging van alle sancties. Van de permanente raadsleden is alleen het Verenigd Koninkrijk een Amerikaanse geallieerde in de werkelijke betekenis van dit begrip. De raad heeft onlangs het olie-voor-voedselprogramma voor Irak met een maand verlengd, in plaats van de gebruikelijke zes maanden. Daarmee geeft het college weliswaar aan dat het bereid is het geldende sanctieregime bij te stellen, maar de Britse, op Amerikaanse leest geschoeide hervormingsplannen niet zonder meer te omarmen. De schemerzone waarin de sancties zich bevinden zijn op zichzelf te profijtelijk voor hen die er garen bij spinnen. Juist het voorstel om controle op contrabande te verscherpen en zodoende de smokkel van allerlei clandestiene waar naar Irak tegen te gaan, komt verschillende belanghebbenden minder aantrekkelijk voor.

Volgens Jim Hoagland, columnist van de Washington Post, betekent de gang van zaken in de Veiligheidsraad voor Powell een pijnlijke tegenvaller. Powell en zijn ambtenaren zouden hun `slimme sancties' vooral bedoeld hebben als een rem op agressievere stappen tegen Bagdad. ,,Maar'', meent Hoagland, ,,de enige zichtbare resultaten van deze pogingen zijn vertraging en verwarring binnen de regering zelf, terwijl Moskou en Bagdad en andere Arabische hoofdsteden op de rehabilitatie van Saddam uit zijn. Nu zij ontdekken dat de verwijdering van Saddam in Amerika geen hoge prioriteit heeft dienen zij een manier te vinden om met hem te leven, terwijl zij zijn olie kopen voor een schappelijke prijs en zijn regime helpen rondkomen, zelfs nadat zij Powell hebben beloofd dat niet te zullen doen.''

Het lijkt alsof de columnist van de Post geïnspireerd is door functionarissen in Washington die wel agressievere stappen willen en voor wie de verwijdering van Saddam wel een prioriteit is. In hun ogen heeft Powell zijn kans gehad, maar is hij niet in staat geweest te leveren.

Het ziet er inderdaad naar uit dat ook deze bewindsman de oplossing voor het fenomeen Saddam niet gevonden heeft. De regio op het vinkentouw praktiseert weer de voorzichtigheid die herinnert aan de periode voordat Saddam in augustus 1990 zijn troepen Koeweit binnen zond. Maar of meer agressiviteit wel de oplossing brengt, is twijfelachtig. Clinton en ook de nieuwe regering hebben het geprobeerd, zonder resultaat. Een inspanning in de orde van Desert Storm zou mogelijk verandering brengen.

Maar ten eerste had die operatie plaats in specifieke internationale omstandigheden die geschiedenis zijn, ten tweede verkeert Amerika niet in een toestand om zo een inspanning te leveren. Hoe moeilijk Powell het ook heeft, zijn aanpak verdient het om verder te worden beproefd.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.