Liefde zonder naam

Jeugd, schoonheid en geloof, dat is de heilige drie-eenheid van Evelyn Waughs roman `Brideshead revisited'. De televisieserie die naar het boek gemaakt werd, wordt vanaf zondag herhaald.

`Over herlezen gesproken, ik heb Brideshead herlezen en was ontsteld,' schreef Evelyn Waugh in 1950 aan Graham Greene. Er waren genoeg excuses te vinden, vond de middelbare schrijver. De roman was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geschreven, tijdens een militair verlof, en alle atypische overdaad – de romantische retoriek, de gezwollen taal, de preoccupatie met kunst, eten en wijn, de eindeloze opgerekte metaforen – kwamen voort uit een atmosfeer van schraalheid en schaarste, en ook, al zei Waugh dat zelf niet, uit zijn bittere desillusie met het leger en de idealen waarmee hij de oorlog was ingegaan. Aan het einde van de jaren vijftig, bijna vijftien jaar na de publicatie van Brideshead Revisited, liet Waugh een herziene versie verschijnen, waarin heel wat purple prose was geschrapt. Maar het raamwerk van de roman zelf, het katholieke thema van de goddelijke genade, de al te dramatische monologen over zonde en de teloorgang van traditie, had hij intact gelaten. Wel voegde hij er een verontschuldigend voorwoord aan toe: ,,Deze roman (...) kostte me al het aanzien dat ik eens onder mijn generatiegenoten genoot en voerde me in een onbekende wereld van fanmail en persfotografen.'' Maar hoe laconiek de toon van die inleidende woorden ook was, aan alles was te merken dat Brideshead Revisited Waugh nog steeds na aan het hart lag.

Het is zijn persoonlijkste boek, en tegelijk ook zijn minst eigen boek. Voor wie de precieze, onaangedane stijl van de Waugh van A Handful of Dust bewondert, zijn wanhopige cynisme en schrijnende gevoel voor het absurde, leest Waughs `katholieke roman' als een aberratie. De schrijver legt zijn ziel bloot, onmiskenbaar, maar goed voor zijn kunst is dat niet. Katholieke schrijvers zijn vrijwel altijd beter wanneer ze schrijven over de pijn waar hun geloof uit voortkomt, het onvermogen, de doodsangst, het visioen van leegte, dan wanneer ze proberen hun geloof te bevestigen, wanneer ze troost en genade op hun personages loslaten. Als God één slechte eigenschap heeft, is het dat hij van zoveel kunst kitsch maakt. Er wordt wel beweerd dat iedere kunstenaar per definitie ook een gelovige is, omdat er transcendentie wordt nagestreefd. Ook hoor je vaak dat kunst tegenwoordig de plaats van het christelijke geloof heeft ingenomen. Het lijkt me onzin. Kunst is hoogstens uit wanhoop geboren hoop, nooit geloof. De transcendentie die de kunst nastreeft is in laatste instantie menselijk, niet goddelijk. Wie gelooft in kunst, blijft met steriele kitsch in zijn handen achter.

Toch is Brideshead Revisited met afstand Waughs populairste boek; op dit moment zelfs zo ongeveer zijn enige echt bekende roman, want zijn andere werk en zijn leven zijn de afgelopen jaren op de achtergrond geraakt. Van zijn romans is alleen Brideshead nog in een Nederlandse vertaling verkrijgbaar. De lange, nauwgezette televisieserie die begin jaren tachtig naar de roman werd gemaakt, heeft inmiddels een bijna mythische status verworven. Vanaf aanstaande zondag wordt hij door de KRO op veler verzoek opnieuw uitgezonden.

Moeilijk te begrijpen is het niet, die aanhoudende populariteit. Brideshead Revisited is wat Martin Amis in zijn recente verzameling essays en recensies The War Against Cliché, `the good bad novel' noemt, een roman waar gemakkelijk gehakt van te maken valt, maar die tegelijk kwaliteiten bezit die zich onttrekken aan welk kritisch oordeel dan ook. Sterker nog, in het geval van Brideshead zijn het juist de artistieke zwakheden die het boek zijn eigenaardige kracht geven. Het is een onbeschaamd liedje van verlangen. Verlangd wordt naar waar iedereen op een gegeven moment in zijn leven wel naar begint te verlangen: naar de voorgoed verdwenen arcadische wereld van de jeugd, naar een leven van zuiver genot en schoonheid, en last but not least, wanneer al die verlangens nergens op uitdraaien, naar God. Jeugd, schoonheid, geloof, dat willen we allemaal. Het is de heilige drie-eenheid die Waughs roman overeind houdt.

Jeugd: voor Waugh was dat Oxford, een plaats waar hij naar begon terug te verlangen vrijwel meteen nadat hij die had verlaten. In 1930, hij was toen zevenentwintig en had een pijnlijke echtscheiding achter de rug, schreef hij een kort krantenartikel, getiteld `Was Oxford Worth While?' Een retorische vraag. Er viel volgens de jonge Waugh van alles op Oxford af te dingen, ten eerste leerde je er bijna niets, van wat je er leerde was het grootste deel verouderde kennis, en carrièreperspectieven ho maar (Waugh zelf kon na zijn studie in Oxford niets beters krijgen dan een baantje als schoolmeester in een afgelegen school in Wales, wat leidde tot zijn eerste en enige zelfmoordpoging). Maar er was iets anders dat Oxford de moeite waard maakte, en de reden die Waugh geeft, zegt eigenlijk alles: Oxford beschermt een jongeman nog een paar jaar voor het leven zelf. Wie meteen na school een baan vindt, schrijft hij, draait meestal hopeloos vast in zijn bestaan. ,,It is just because Oxford keeps them back from their careers that it is of most value.'' Een paar jaar in die magische stad geeft je een beschermlaagje, daar komt Waughs verdediging op neer, zodat je beter bestand bent tegen `the dreary and futile jobs' die je te wachten staan.

Er is meer, natuurlijk. Waugh noemt het niet in zijn artikel, maar Oxford is ook de plaats van de romantische vriendschap, zoals die tussen de bleke hoofdpersoon van Brideshead Revisited, Charles Ryder en de even onmogelijke als charmante Sebastian Flyte. De liefde tussen de twee jongens is echte liefde, maar het is niet de liefde ,,that dare not speak its name'', het is iets nog veel mooiers: liefde die nog geen naam heeft. Zo'n hartstocht is onherroepelijk verbonden met de onbewustheid van je jeugd. Vrouwen hebben met het echte leven te maken, en moeten dus zo lang mogelijk buiten de deur worden gehouden. Voor de meeste lezers en kijkers naar de serie is dat het overheersende, of zelfs het enige beeld van Brideshead Revisited: twee verliefde jongens en een teddybeer. Oxford is een exotische, magische tuin, die los van de wereld staat. Het gevoel met z'n tweeën in een eigen wereld te leven, nog onaangeraakt door de pijn van de ervaring, betoverd door erotische charme; het zijn die vroege scènes die zich in het collectieve geheugen hebben genesteld.

Bij het terugzien werkt het nog steeds, ook al irriteert de aanstellerig uitgespeelde Engelse ballerigheid me meer dan ik had verwacht. De charme van Sebastian Flyte blijkt uiteindelijk tijdgebonden, het is Ryders gevoel van betovering, kwetsbaar en grootogig gespeeld door Jeremy Irons, die nog steeds overtuigt. De vriendschap tussen Charles Ryder en Sebastian Flyte is in werkelijkheid slechts het begin, niet meer dan de aanleiding tot het ware drama van de Flytes; in de roman duurt die alleen het eerste deel, in de televisieserie twee van de elf afleveringen.

Schoonheid: Waugh werd al tijdens zijn leven een akelig snobisme verweten, een ongezonde hang naar het leven van de hogere klassen, waar hij zelf dat maakte het extra idioot helemaal niet bij hoorde. Ik schrijf over wat ik ken, antwoordde Waugh telkens weer, de lagere klassen kende hij niet, ze hadden hem ook nooit geïnteresseerd. Dat lijkt een provocatie van de groteske brombeer die Waugh in het openbaar graag speelde, maar er zit ook een kern van waarheid in. In de roman wordt alles wat mooi is, alle beschaving, bedreigd door wat de schrijver `the age of Hooper' noemt, naar een jonge, volkse officier die onder Ryder dient in het leger, in de proloog en de epiloog. Deze Hooper heeft geen gevoel voor orde en traditie, weet niks en gebruikt uitdrukkingen als `Rightyoh' (net zo'n snobistische gruwel voor Ryder als voor sommige mensen tegenwoordig, wanneer ze anderen `doei' horen zeggen, of `gebakje').

Het valt niet te ontkennen, wat mooi is heeft voor Waugh niets met gewone mensen te maken. Het barokke wonder van het Engelse landhuis, dat de roman domineert als symbool van schoonheid en spiritualiteit, wordt gecontrasteerd met de grauwe wereld van het opkomende volk, dat alles lelijk en plat en dood maakt.

Grappig is dat het gewilde hedonisme in de roman, waar Waugh zich later voor schaamde en dat hij aan de ontberingen van de oorlog weet, ook een belangrijk element in het succes van de televisie bleek, juist bij het grote publiek. `The age of Hooper' had inmiddels plaatsgemaakt voor het tijdperk van de yup, waarin het onbeschaamde, gewetenloze genieten van dure spullen na jaren van linkse zelfonthouding en schuldgevoel tot principe was verheven. Wie de serie nu terugziet, schrikt af en toe van het naïef ontzag van de makers voor een mooi landschap, een barokke gevel of een fijne fles wijn – die zo nu en dan het verhaal volledig uit beeld lijken te duwen, zo lang blijft de camera erbij stil staan. Wij kijken inmiddels niet meer op van een dure sigaar of een kamer vol schilderijen en antieke meubelen – je kunt zelfs zeggen dat de verfilming van Brideshead Revisited heeft bijgedragen tot een hernieuwd besef van de `geneugten des levens', met alle platte excessen die die sleetse uitdrukking in zich draagt. Niet dat Waugh helemaal blind was voor de keerzijde van het geritualiseerde dolce far niente van de Engelse adel. In de roman zoeken zowel Cordelia als later Julia, de twee dochters des huizes, aangespoord door hun geloof, een hogere bestemming in goede werken. Haar maatschappelijke betrokkenheid maakt van Cordelia weliswaar een lelijke oude vrijster, zoals Ryder met enige gêne vaststelt, maar ze is een van de weinige personages die werkelijk vervulling vindt, die door haar goede daden bevoegd is te oordelen over de anderen.

En het geloof? De gedachte die Waughs roman beheerst, en eigenlijk zijn hele werk, is dat het leven ondraaglijk is. Daarom zijn het gedragen verlangen naar de voorbije jeugd, naar de schoonheid van het leven op Brideshead en het verlangen naar God in de roman ook zo nauw met elkaar verbonden; het zijn alledrie vluchthavens, die je behoeden voor de tragedie die het aardse bestaan is. Twee ervan zijn tijdelijk en uiteindelijk onhoudbaar. De onbevangenheid van de jeugd raakt onherroepelijk verstrikt in het web van de buitenwereld, je wordt opgewacht door morele dilemma's, ontrouw en echtscheidingen, twijfel en verveling. Oxford verandert in een luchtspiegeling, altijd aanwezig, voorgoed buiten je bereik. De aardse schoonheid blijkt eveneens vergankelijk. Brideshead wordt gemaltraiteerd en verwaarloosd door de Hoopers van deze wereld, het is allemaal ijdelheid. Alleen God is eeuwig. In de epiloog van de roman, wanneer Ryder tijdelijk gelegerd wordt in het landhuis dat zo'n bepalende rol in zijn leven speelde, komt hij uiteindelijk tot die conclusie: alles is vergaan, zijn eigen leven is een lege huls, de familiekapel lijkt voorgoed gesloten, er brandt alleen dat ene vlammetje nog. Het geloof.

Dat nietige rode vlammetje staat voor Waughs diepste overtuiging. In Brideshead Revisited krijgen de drie belangrijkste afvalligen van de familie Flyte, Sebastian, zijn zuster Julia en hun vader Lord Marchmain, net voor het te laat is God op bezoek. Sebastian, die eindigt als een hopeloze dronkelap, vindt in Noord-Afrika onderdak bij monniken, Julia kan op het allerlaatste moment niet met Ryder trouwen omdat ze dat beschouwt als een verzaking van haar geloof, en Lord Marchmain, in de serie fenomenaal gespeeld door Sir Laurence Olivier, zet in de laatste seconden van zijn leven zijn honende scepsis overboord en slaat nog een kruis.

Waarom doet het me niets? Nou ja, niets, het grijpt me niet aan zoals Waugh gewild had dat het me zou aangrijpen, als een werkelijk religieuze ervaring. Het is geruststellend, maar het is de bevrediging van de kitsch, niet van de kunst. Dat vlammetje is Waughs strohalm, zijn enige houvast in een wereld die voor hem niets meer was dan een absurd pandemonium. De enige manier waarop ik erin kan geloven, is door het te zien als een uiting van verlangen van de schrijver, een verlangen dat groter was dan zijn kunst. Hij mocht het willen.

`Brideshead Revisited', zondagavond Nederland 1 23.33-0.29 uur