John Taylor zou het wel weten

Sinds vorige week heeft de Amerikaanse regering-Bush er een topeconoom bij: de Stanford-hoogleraar John Taylor als staatssecretaris van Financiën. Taylor geniet vooral bekendheid vanwege zijn uiterst eenvoudige formule om in te schatten hoe hoog de korte-termijnrente in een economie zou moeten zijn: de Taylor rule. De Amerikaanse centrale bank, de federal reserve, gebruikt de formule zelf dikwijls als ijkmiddel voor het eigen rentebeleid, en ook veel onderzoekers op de financiële markten maken er gebruik van.

Voor de euro-landen is de Taylor rule uiterst inzichtelijk: zij delen nu een gemeeschappelijke rente, die door de Europese Centrale Bank gisteren onveranderd werd gelaten op 4,5 procent. Maar de verschillen tussen de euro-landen zijn op dit moment enorm. Sommige landen zouden een lagere rente kunnen gebruiken, andere hebben juist een veel hogere rente nodig.

Met name Nederland is, met zijn hoge inflatie, een buitenbeentje. Hoe hoog zou de Nederlandse rente, die door Frankfurt op 4,5 procent is gezet, eigenlijk moeten zijn?

In een werkdocument van december vorig jaar, op basis van gegevens van het najaar, kwam de Amerikaanse federal reserve destijds op een Nederlandse Taylor-rente van 6 procent. Veel hoger dus dan de euro-rente die 4,75 procent bedroeg. Sindsdien is het alleen maar erger geworden: de inflatie is sinds de fed-meting fors opgelopen. Vanmorgen kwam de inflatie over mei binnen op 4,9 procent – en het Europees berekende Nederlandse inflatiecijfer steeg zelfs licht tot 5,4 procent.

Uitgezonderd eenmalige effecten mag een nationaal inflatiecijfer van 3,8 procent worden gehanteerd. In de tussentijd is een ander ingrediënt van de Taylor rule – het opgebouwde verschil tussen de feitelijke en de potentiële economische groei in Nederland – iets lager geworden. Per saldo wordt, uitgaande van de fed-uitvoering van de Taylor rule voor Nederland, nu een rente voorgeschreven van rond de 7,5 procent.

Dat is bijna 3 procentpunt meer dan de feitelijke rentestand van 4,5 procent, die voor Nederland geldt. Waardoor de economie met een veel te lage rente bovenmatig wordt aangejaagd. De Taylor-berekening is uiteraard hypothetisch, en het is niet meer na te gaan wat er de afgelopen jaren was gebeurd als het rentebeleid veel strakker had mogen zijn. Maar voor wie zich afvraagt waarom de prijzen van goederen, diensten, arbeid en huizen hier zo uit de hand lopen, blijft het nuttig om Taylor in het achterhoofd te houden.