In Colombia ontvoerde Nederlandse ecologen vrij

Twee Nederlandse ecologen die eind mei in Colombia werden ontvoerd zijn gisternacht vrijgelaten. De toedracht van de ontvoering en de vrijlating zijn bij het ministerie van Buitenlandse Zaken niet bekend. Volgens een woordvoerder van het ministerie zijn de twee goed behandeld. Ze zijn na hun vrijlating opgevangen door het Rode Kruis, en verblijven in een hotel in de Colombiaanse stad Cali. Een medewerker van de Nederlandse ambassade in Bogotá is naar ze onderweg.

Volgens de Colombiaanse politie zijn de Nederlanders ontvoerd door linkse rebellen van het Colombiaanse Nationale Bevrijdingsleger (ELN). De ecologen zijn lid van de gifkikkervereniging Dendrobatidae Nederland, en deden in de zuidwestelijke regio Cauca onderzoek naar pijlgifkikkers. Voorzitter R. Kurpershoek van de vereniging bevestigt de vrijlating, en laat weten dat de twee inmiddels telefonisch contact met hun familie hebben gehad. Een van de onderzoekers woont al jaren in Colombia, en volgens Kurpershoek zou hij de expeditie niet hebben laten doorgaan als het niet volkomen veilig was.

Het nog niet duidelijk of de ecologen naar Nederland willen terugkeren, of dat ze hun onderzoek zullen voortzetten.

Het Colombiaanse politieteam dat de ontvoering onderzocht liet lang onduidelijkheid bestaan over de nationaliteit van de gegijzelden. Daardoor kon het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken pas na de vrijlating van het tweetal de ontvoering bevestigen. Maar volgens de woordvoerder werd het de afgelopen dagen steeds duidelijker dat de gegijzelden Nederlanders waren.

De leider van het Colombiaanse onderzoeksteam V. Melendez verklaarde eerder dat de hij de nationaliteit van de ecologen niet kon bevestigen, omdat toen niet duidelijk was welk onderdeel van het ELN achter de ontvoering zat. Hij liet toen ook al weten een snelle vrijlating te verwachten. Melendez zegt dat de ecologen op 25 mei opgehouden werden door een verkeersongeval, en daar de aandacht trokken van passerende rebellen die ze meenamen.

Volgens Melendez worden buitenlanders meestal niet ontvoerd om losgeld te innen, maar om inlichtingen te verkrijgen. Vaak verdenken de rebellen de buitenlanders ervan informanten te zijn voor extreem-rechtse paramilitaire organisaties.