Het Bureau in ontwikkelingswerkersland

De Joegoslaven rukken op. Tussen de in Nederland verblijvende schrijvers van buitenlandse afkomst maken de auteurs uit het voormalige Joegoslavië de laatste jaren een opmerkelijke opmars. Hoewel de Joegoslavische kolonie in Nederland vergeleken met die in Duitsland en Oostenrijk tamelijk bescheiden lijkt, is het percentage schrijvers onder hen hoog. Bovendien lijkt het evenredig verdeeld over de verschillende republieken. De onlangs in deze krant besproken Boris Cicovacki is Serviër, Nada Pinteric een Kroatische en Antonije ˇZalica is afkomstig uit Bosnië. En even verscheiden als hun afkomst zijn ook hun boeken. Alleen hun – voortreffelijke – vertaalster hebben ze gemeen.

Nada Pinteric heeft van de drie literair gezien de minste pretenties. Zij is de enige bij wie haar nieuwe vaderland, Nederland, een belangrijke rol speelt. Nieuwe landen, nieuwe landen! is namelijk een rechttoe-rechtaan satire op de toestanden bij het Actiecentrum, een Nederlandse instantie die zich bezighoudt met het bevorderen van de democratie in de landen van het voormalige Joegoslavië. Dit Actiecentrum is een ontwikkelingswerkvariant van Voskuils Bureau. De democratie op de Balkan zal de medewerkers worst wezen, waar het om gaat is het Actiecentrum stevig op de kaart te zetten door zoveel mogelijk snoepreisjes te maken, recepties af te lopen en zelf allerlei volstrekt nutteloze ontvangsten, symposia en presentaties te organiseren. De rest van de tijd wordt besteed aan bureaucratische beuzelarijen. Wanneer de verteller voorzichtig voorstelt om een bepaald Kroatisch tijdschrift dat de democratie blijft verdedigen niettegenstaande talloze pesterijen van hogerhand, de helpende hand te bieden – iets wat toch tot de eerste taken van het Actiecentrum behoort – wordt haar suggestie achteloos weggewuifd. De directeur heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Hij moet naar Den Haag, of hij is lunchen.

Deze Hollandse taferelen worden regelmatig afgewisseld met herinneringen uit de tijd dat de `ik' nog in Zagreb woonde en haar idealen en ideeën steevast stuk liepen op de klippen van de communistische ideologie en bureaucratie. De parallel met het Actiecentrum is zonneklaar.

Nada Pinteric heeft een vlotte pen, haar boek is venijnig en soms hilarisch, maar toch overtuigt het niet helemaal. Die vlotheid gaat met de schrijfster aan de haal, bovendien lijkt ze nog te direct bij haar onderwerp betrokken, te verontwaardigd, om de afstand te verkrijgen die nodig is om tot de kern door te dringen. Ze neemt de tijd niet voor een rustige opbouw, het is of ze op de eerste bladzijde al meteen alles eruit wil gooien. Bovendien lopen er in haar verhaal nog enkele personages (zonder uitzondering vrouwen) rond die wel `goed' zijn, onder wie de ik-verteller zelf, en ook dit doet afbreuk aan het geheel.

`Goed' of niet, de personages komen niet tot leven, de situaties blijven in hetzelfde kringetje ronddraaien. De directeur en zijn paladijn Dragan, een Joegoslaaf die de omslag naar de Nederlandse zeden zonder enige moeite heeft gemaakt, zijn aardig neergezet, maar er had veel meer uitgehaald kunnen worden. En de passages over het oude Joegoslavië voegen te weinig toe aan het geheel. Nieuwe landen, nieuwe landen! is een prachtige illustratie van de aloude literaire wet dat satire niet kan samengaan met getuigenis en positieve helden. Het boek behoort daardoor tot de categorie: leesbaar en aardig, maar net niet briljant genoeg. Wat niet weg neemt dat het verplichte lectuur moet zijn voor minister Herfkens en iedereen die zich illusies maakt over het nut van het Nederlandse ontwikkelingswerk.

Gele sneeuw van Antonije ˇZalica is een geheel ander soort boek. ˇZalica wil duidelijk Literatuur schrijven, met een hoofdletter. Hij schrijft in een dikwijls doorwrochte stijl, vertelt zijn verhaal niet chronologisch en niet continu, gebruikt literaire verwijzingen en geeft zijn hoofdstukken symbolische, geladen titels als `Drie verhalen over vuur', `Drie verhalen over aarde' enzovoort.

Gele sneeuw vertelt het verhaal van een groepje jonge mensen, studenten aan de theaterschool, in Sarajevo vlak voor en tijdens de burgeroorlog. Het is `een voor die tijd heel vreemd gezelschap uit Sarajevo, Dubrovnik en Belgrado.' Dus bestaande uit Bosniërs, Kroaten en Serviërs, die zich tot dan toe hun afkomst nauwelijks bewust waren en ook hardnekkig proberen deze in hun relaties tot elkaar geen rol te laten spelen. Als de oorlog al op het punt staat uit te barsten gaan ze nog skiën in een geheel verlaten wintersportoord bij Sarajevo.

Ook willen ze het eindexamenproject van een hunner koste wat koste laten doorgaan. Het betreft een opvoering van Romeo en Julia. Een toepasselijker stuk kan niet gevonden worden: de liefde van twee jonge mensen uit twee verschillende onverzoenlijke clans in een door haat verscheurde stad. De parallellen met de situatie en de mogelijkheden tot actualisering liggen dan ook voor het oprapen. Shakespeare, de pogingen de opvoering rond te krijgen en het al aardig hard wordende leven in de stad worden door ˇZalica vermengd tot een boeiend verhaal.

En na de geslaagde première `viel de gele sneeuw'. De gele sneeuw is een wonderlijk natuurfenomeen dat zich slechts zelden voordoet. Een wolk zeer fijne stofdeeltjes uit de Sahara waait de Middellandse Zee over, stoot boven de Bosnische bergen op sneeuwwolken en kleurt de neerslag daaruit geel. Een verschijnsel dat natuurkundig zeer goed te verklaren is, maar toch iets heel onwerkelijks blijft behouden. Bij ˇZalica is de gele sneeuw het symbool voor de burgeroorlog, ook iets waarvoor een `logische' verklaring te vinden is, maar dat als je er midden in zit, volkomen onwerkelijk is.

In de volgende hoofdstukken probeert ˇZalica een beeld van de oorlog op te roepen zoals die door een jongeman in Sarajevo, met een vrouw en een klein kind, wordt beleefd. Proberen te overleven onder het vuur van scherpschutters, water en vuur te bemachtigen om het weinige voedsel dat er is te bereiden – het wordt allemaal suggestief beschreven, maar toch lijken in deze hoofdstukken de literaire ambities van de schrijver enigszins in botsing te komen met de boodschap die hij wil uitdragen. De lezer krijgt voortdurend de indruk of ˇZalica tijdens het schrijven nog bezig is te bekomen van zijn verbijstering en verontwaardiging over de waanzin van de burgeroorlog. Door dat gebrek aan afstand bederft hij het effect van het verhaal enigszins.

In het laatste hoofdstuk is die afstand er wel: `Legende over het gewapende volk', vertelt het verhaal van een schooljongen (de verteller) en een leraar met een gemiddelde Joegoslavische achtergrond die in het kader van een zogenaamde `zelfbeschermingsoefening' een nacht op school moeten doorbrengen, een nacht die historisch wordt omdat Tito erin overlijdt. Het is een prachtig, strak verhaal dat in maar een paar bladzijden een leven vol Oostbloktreurigheid schildert en laat zien waartoe ˇZalica in staat is wanneer hij voldoende distantie tot zijn onderwerp heeft.

Nada Pinteric: Nieuwe landen, nieuwe landen! Uit het Kroatisch vertaald door Reina Dokter. Van Gennep, 109 blz. ƒ27,50 Antonije ˇZalica: Gele sneeuw. Vertaald door Reina Dokter. Meulenhoff, 200 blz. ƒ32,90