Help Peerke Donders!

Als Brabants jongetje ging je vroeger op bedevaart naar de Heikant in Tilburg. Daar dronk je dan `heilig' water uit een put, naast het wevershuisje waar ooit een katholieke beroemdheid was geboren. Hij heette Petrus (`Peerke') Donders. Tilburgser kon zijn naam niet: de telefoongids van de voormalige textielstad telt er 193.

Tilburg is trots op de bekendste aller Donders'en. Maar de stad maakt zich zorgen, want de zaligverklaarde missionaris Peerke (1809-1887) ligt begraven in een ware bouwval: de ruim honderd jaar oude St. Paulus en Petrus kathedraal in Paramaribo, die met zijn twee karakteristieke torens boven het vervallen houten centrum van de stad uitsteekt, staat op instorten.

Dat mag nóóit gebeuren, vindt een Brabantse stichting met de naam Help Peerke Donders, die het doel heeft de kathedraal van de ondergang te redden. Samen met een comité van aanbeveling, waarin onder meer Gerrit Brokx, oud-burgemeester van Tilburg, diens opvolger Johan Stekelenburg en Hannah Belliot (de `zwarte burgemeester' van het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost) zitting hebben, wil de stichting vijf miljoen gulden inzamelen voor een gedegen opknapbeurt. Het geld moet er komen via collectes, fondsen van het bedrijfsleven en een benefietconcert met medewerking van Surinaamse artiesten.

De in Suriname geboren, in 1967 naar Nederland verhuisde Headly Binderhagel (55) is voorzitter van de stichting. Hij heeft ,,een speciale band'' met Donders, zegt hij. Hij zat op de middelbare school naast de kathedraal, waar hij misdienaar was, en in Tilburg woonde hij naast Peerkes wevershuisje. ,,De restauratie van de kerk, met zijn bijzondere, door Bosnegers vervaardigde houtsnijwerken, is buitengewoon belangrijk'', zegt hij, ,,want de houten kathedraal aan de Gravenstraat is het symbool van de solidariteit in Suriname. Zelfs niet-katholieke gelovigen in dat land realiseren zich dat. Zij leveren financiële bijdragen.'' Daar komt natuurlijk nog bij dat Peerke een betrouwbare rustplaats verdient, voegt hij daaraan toe.

Wie het levensverhaal van Donders kent, zal dat laatste beamen. Op twaalfjarige leeftijd zat het ventje al achter het weefgetouw. Nadat hij was afgekeurd voor militaire dienst schreef hij een brief aan de pastoor met de vraag of die ervoor kon zorgen dat hij, ondanks zijn gebrekkige lagereschoolopleiding, op het seminarie werd toegelaten. Want hij wilde priester worden. In 1839 smeekte de in Suriname werkzame bisschop Grooff Nederlandse priesters als missionaris naar Suriname te komen. Hij had hen nodig om het leed van de slaven en de melaatsen te verlichten. De enige die zich meldde was Donders.

In Paramaribo was het leven heel zwaar voor kapelaan Donders. Hij gaf godsdienstles en hielp de zieken, terwijl hij in de grootste armoede in zijn bouwvallige pastorie woonde. Na twaalf jaar `Paramaribo' verhuisde hij naar Batavia, de vlakbij gelegen melaatsenkolonie. Daar verzorgde hij ruim 25 jaar lang zieken en verminkten, bereidde hij stervenden op hun dood voor en begroef hij de overledenen. 's Nachts sliep hij op een houten vloer en bad hij veel, bij voorkeur op het kerkhof.

In 1887 stierf hij, na een nierontsteking. Zijn stoffelijk overschot werd begraven op het kerkhof van Batavia. In 1900 werd het opgegraven, naar Paramaribo overgebracht en bijgezet achter de sacristie van de kathedraal. Sinds 1921 rust Donders in een praalgraf in de linkerzijvleugel van het priesterkoor. Vijf jaar geleden dreigde de kathedraal – tot grote schrik van Donders bewonderaars en architectuurliefhebbers – in brand te raken toen een vuurzee de nabij gelegen prachtige Nationale Assemblee in de as legde. De St. Paulus en Petrus bleef gespaard.