Haagse burger veroordeeld tot Microsoft

Omdat de stad Den Haag een contract met Microsoft heeft getekend, wordt de burger gedwongen dat computerplatform en die software te gebruiken. Geen goede zaak, meent Adriaan van der Weel.

Microsoft-topman Steve Ballmer is in Nederland geweest en we zullen het weten ook. Den Haag heeft trots kunnen aankondigen dat de stad een contract heeft getekend met de softwaregigant uit Amerika. De stad weet zich nu bij de wereldvoorhoede op het gebied van de elektronische informatievoorziening, vooral waar die is gekoppeld aan e-business. Want Microsoft is een vooraanstaande ontwikkelaar op dat gebied.

De voor de hand liggende kritiek dat Den Haag zich door de innige samenwerking op het gebied van informatievoorziening met een commerciëel bedrijf en een reputatie als die van Microsoft misschien op glad ijs bevindt, wuift de gemeente laconiek weg. Er zullen mensen bij betrokken zijn die verstand van dat soort materie hebben, zo verzekert de gemeente.

We halen opgelucht adem. Den Haag zal zeker niet in de val trappen waar men in dat achterlijke Groot-Brittannië in is gevallen. Daar was namelijk gebleken dat diverse functies in de gebruikers-interface alleen werkten bij gebruik van de Internet Explorer als webbrowser – niet geheel toevallig een Microsoftproduct.

Maar is daarmee de kous af en kunnen wij gerust slapen? Ik zou zeggen van niet. Deze alliantie drukt ons eens te meer met onze neus op het belang van standaarden in onze snel digitaliserende wereld.

Dat Microsofts producten een de facto-standaard zijn geworden, betekent niet dat de overheid haar burgers mag dwingen die (commerciële) standaard te volgen door de toegang tot bepaalde informatie van deze de facto-standaard afhankelijk te maken. Dit geldt onverminderd wanneer de software in kwestie gratis verkrijgbaar is. Dan nog wordt de gebruiker gedwongen zich de eigenaardigheden van die software te laten welgevallen.

Vaak wordt het argument van de vrije markt te berde gebracht om dit soort allianties te verdedigen. Microsoft maakt nu eenmaal een goed product, en als de gemeente Den Haag ermee zaken wil doen: it's a free world. Ja, dat is het, maar die wereld wordt er wel een stuk minder vrij op wanneer de overheid haar burgers dwingt hun boodschappen eveneens bij de dominante marktpartij te doen. Hoe krijgt op die manier de concurrentie ooit nog een kans?

Het lijkt me dat het het goed recht van iedere burger zou moeten zijn om het computerplatform en de software te kiezen waarmee hij wil werken.

Terwijl Microsoft met alle middelen probeert steeds verder in de gunst van Brussel te komen, is het misschien een goed idee voor ons gidslandje om zich eens te bezinnen op de principiële vraag of de overheid zijn burgers niet moet vrijwaren voor de consequenties van het soort handelwijze dat Den Haag nu tentoonspreidt. Zolang dergelijke contracten geoorloofd zijn hebben rechtszaken zoals de Amerikaanse overheid tegen Microsofts dominantie heeft aangespannen weinig zin.

Adriaan van der Weel is als boekhistoricus verbonden aan de Universiteit Leiden en het Electronic Text Centre Leiden.