Een nieuwe catastrofe

TURIJN/ MONTREUX/ NEW YORK Alsof het ertoe doet: In het vliegtuig legde een man mij uit dat het verhaal A Perfect Day for Bananafish van Salinger over pedofilie gaat. De bananenvis is niets anders dan een penis.

Een jongeman, Seymour, neemt een kind mee het water in om bananenvis te vangen. Hij kust haar voeten, niet lang daarna schiet hij een kogel door zijn hoofd. Over het kind wordt nog gezegd dat ze wegrent zonder spijt.

Bij herlezing wordt de theorie van de vreemde man – hij had een paardenstaart – steeds overtuigender. Vanaf de eerste alinea waarin de vrouw van Seymour een artikel leest – getiteld `Sex Is Fun – or HeIl', wijst alles in één richting.

In de lobby van het hotel in Turijn zat Harry Mulisch. Magerder en ouder dan ik had verwacht. Ik schudde hem de hand. Hij zei: ,,Jouw jas doet me denken aan Mea Shearim.'

De wijk in Jeruzalem waar de vrome joden wonen.

Daarna volgde nog een gesprek met een andere schrijver over W.F. Hermans in Parijs die langzaam verbitterde.

Ergens moet je op afstevenen, waarom niet op verbittering?

Uiteindelijk bestaan alleen die teksten waarover men bereid is oorlog te voeren. Laten ze ons toch in godsnaam verscheuren, zoals wij hen verscheuren.

Hopelijk wijst alles nog in één richting.

Als je alle ijdelheid en ambitie wegstreept, houd je dit over: als ik schrijf ben ik een dier. In het leven ben ik ook wel een beest, maar niet altijd even overtuigend. De roeping van de mens is om beest te zijn. Daarom schrijf ik. Met voorbeelden hoop ik deze theorie te staven.

Na Turijn nam ik mijn intrek in Le Montreux Palace, niet in de eerste plaats vanwege Nabokov.

De gangen van dat hotel, zo breed als een kleine winkelstraat. Maar verlaten.

Half negen 's avonds, bar La Rose D'Or in Montreux Palace. Niemand, uitzicht op het meer, en de besneeuwde toppen. Een pianiste, te oud om nog door te breken, richtte zich tot mij met haar muziek.

Het werd half tien, La Rose D'Or bleef leeg. Harry Mulisch kon nu ieder moment binnenkomen. Hij zou in mijn oor fluisteren: ,,Ik wil bij je onderduiken.' Ik wist waarom en ik zou zijn hand pakken en hem door lange gangen naar een van de kamers met uitzicht op het meer leiden.

In Montreux is niets te doen. Je kunt alleen naar de overkant kijken, soms is dat genoeg.

Misschien zou ik nog zeggen: ,,Als het morgen droog blijft, kunnen we bananenvis gaan vangen.'

De ochtend nadat La Rose d'Or leeg was gebleven, wandelde ik over de promenade. Veel mensen met kinderen en twee of drie waterskiërs. Eerst bekeek ik de waterskiërs. Daarna de kinderen.

Het ultieme comfort is er niet zijn. Montreux komt in de buurt.

Een gedachte tussendoor: ik wil op mijn visitekaartje laten zetten: ,,Arnon Grunberg, volstrekt immoreel, maar altijd beschaafd.'

Een andere gedachte tussendoor: tijdens de zomer van '98 dacht ik dat de mensen waren geschapen om mij gelukkig te maken. Dat zag ik opeens haarscherp in Montreux.

Terug in New York zag ik andere dingen haarscherp. Als de mensen waren geschapen om mij gelukkig te maken, dan was die schepping niet helemaal gelukt. Toch ging ik verder met pogingen tot beschaafd contact.

Laat me een definitie geven van dit contact: tragedies passeren de revue; verkrachtingen, oorlogen, verdrijvingen, abortussen, aardbevingen, kinderen en moorden, en dat alles onder het genot van wat voedsel en wijn. Een kleine mythologie van menselijke ellende, terwijl de linkerhand in Japanse nootjes graait.

Aan het eind van die mythologie ga je met elkaar naar bed. Om aan de reeks van catastrofes een nieuwe toe te voegen.

In 98 van de 100 gevallen, gebeurt dat laatste niet. Je gaat uit elkaar en de rest blijft een belofte. Omdat je vergat te vragen: ,,Kun je iets voor me doen?'

Donderdagavond werd ik in mijn lip gebeten, tijdens het eten. Het deed pijn. Navraag leerde dat het bijten in de lip meer betekent voor degene die bijt dan voor degene die wordt gebeten.

Zo eindigde een kleine mythologie van menselijke ellende in lipbijten. Daar eindigde het natuurlijk niet.

Ik had alleen geen trek in een hotel. Na middernacht naar een hotel gaan, zonder bagage, zonder paspoort, met vrouw en dan vragen of ze nog toevallig een kamer vrij hebben, het kan, en ik doe het ook wel als het moet, maar echt prettig is het niet.

Ik belde een vriend die mij had aangeboden dat ik zijn woning mocht gebruiken. In het kort legde ik hem de situatie uit.

,,Geen probleem,' zei hij, ,,als je over twintig minuten belt is alles in orde. Zorg dat je de linkerlift naar boven neemt dan neem ik de rechterlift naar beneden. Hoe laat denk je dat je weer weg bent?'

,,Vroeg in de ochtend. En wat doe jij?'

,,Ik vermaak me wel.'

Een half uur later betrad ik zijn woning.

Kaarsen brandden, muziek speelde.

,,Waar zijn we hier?' vroeg het beschaafde contact.

,,In mijn woning,' zei ik. ,,Wat wil je drinken?'

Ik trok een keukenkast open, maar daarin zaten geen glazen.

,,Dit is jouw woning niet,' zei ze, ,,waar zijn we?'

,,Hier,' zei ik, ,,is dat niet genoeg?'

,,Kus me niet op mijn borsten,' zei ze, ,,want daar voel ik niets.'

,,Waar voel je dan wel wat?'

,,Nergens.'

Dat was behulpzame informatie. Het was de tweede keer dat wij een catastrofe aan onze schier eindeloze reeks toevoegden, dus ik had wel mijn vermoedens. Ik heb altijd mijn vermoedens.

Ze plukte een haar van het hoofdkussen. Het was geen mannenhaar.

,,Heb je hier met andere vrouwen geslapen?'

,,Nee,' zei ik, ,,maar er slapen ook nog andere mensen op dit bed.'

Weer beet ze in mijn lip.

,,Beloof je niet meteen in slaap te vallen?'

Om half zes werd ik wakker .

Ik maakte haar wakker.

,,We moeten gaan,' zei ik.

Mijn vriend kon nu ieder moment thuiskomen.

,,Ik slaap,' mompelde ze.

Ik kleedde me aan. ,,We moeten echt gaan,' zei ik.

Ze stond zwijgend op, en begon in het medicijnkastje van mijn vriend te rommelen.

Ze zette een zonnebril op.

,,Dit is het beste van de nacht,' zei ze, terwijl we over Park Avenue liepen, ,,deze zonsopgang.'

,,Het is mooi,' zei ik.

,,Dus maandag ga je naar Tel Aviv.'

Ik knikte.

,,Moet dat?'

,,Ja,' zei ik, ,,dat moet.'

,,Als ik op het nieuws hoor over een explosie in Tel Aviv ga ik nog die avond met een man naar bed.'

,,Ik zou je seksleven niet laten bepalen door terroristen, maar waarom niet?'

Bij de hoek bleven we staan. Zij moest hier de andere kant uit.

,,Mijn moeder weet dat ik een slet ben,' zei ze.

Ik gaf haar een hand en een kus.

,,Zul je me missen?'

,,Je hebt seks met mensen in de hoop dat ze je missen?' vroeg ik.

,,Ja misschien,' zei ze, ,,onder andere.'

Ik kon me daar wel iets bij voorstellen. Schreef ik niet in de hoop gemist te worden? Die dag dat ik niet meer in de krant sta. Je zou het moeten kunnen zijn, gemist, je zou over jezelf moeten kunnen zeggen: ik ben gemist. En het daarbij laten.

Ik betrad mijn woning. Er was niemand. Eigenlijk had er natuurlijk iemand in mijn bed moeten liggen die zei: ,,wat ben je laat.'

Even overwoog ik ook het zo te schrijven maar zoveel geweld kon ik de waarheid niet aandoen. Al was het voor het verhaal jammer. Op iedere schrijfcursus kunnen ze je vertellen dat de daden van de personages wel gemotiveerd moeten zijn. Welnu, waarom sliep de hoofdpersoon in het huis van een vriend als hij ook in zijn eigen huis terecht kon ? Ja, waarom?

Lieve lezers en lezeressen, critici en uitgevers, minnaars en minnaressen, zo ren ik bij u vandaan: zonder spijt.