Een griffel voor bijna geen woorden

Al jaren reikt de CPNB griffels en penselen uit aan kinderboeken: een Gouden Penseel voor de mooiste illustraties en een Gouden Griffel voor de mooiste tekst – gedichten, verhalen sprookjes, een roman of wat voor genre ook maar. Behalve de Gouden Griffel en Penseel worden er ook nog Zilveren Griffels en Penselen verdeeld. De laatste jaren, al vele laatste jaren, werden de griffel-bekroningen steeds `literairder'. Daar was nogal eens kritiek op, de griffeljury's zouden het spannende boek of het mooie verhaal `dat kinderen leuk vinden' veronachtzamen. Dat is altijd een wat moeilijk argument, vind ik: iets wat `kinderen leuk vinden'. Kinderen kopen meestal niet zelf hun boeken, dus er zit een vertragende factor in de kinderkeuze, het ene kind is het andere niet, en bovendien, als je de prijzen afstemt op het publiek dan krijg je een publieksprijs. Die is er al: de kinderjury kiest ook elk jaar een paar boeken uit. Griffels en penselen zijn artistieke bekroningen, gegeven op grond van een volwassen artistieke prestatie. Het is niet per se nodig om Carry Slee of Paul van Loon te begriffelen omdat ze grote populariteit genieten. Als het om literaire prijzen voor volwassenen gaat, verwacht ook niemand dat er naar verkoopsucces wordt gekeken. En je hoort dan ook zelden iemand zeggen dat `volwassenen' een bepaald boek `niet leuk' vinden.

De griffel- en penseeljury's moeten vooral blijven doen wat ze doen. Dat wil niet zeggen dat er niet over de keuzes te twisten valt. Een beetje twisten kan geen kwaad. En dit jaar voel ik daartoe sterk de aandrang, omdat het boek dat de Gouden Griffel heeft gekregen vrijwel geen tekst bevat. Het had eventueel een Gouden Penseel moeten krijgen, maar geen griffel.

Het gaat om Wachten op Matroos van Ingrid Godon, `met woorden van André Sollie' zoals de titelpagina vermeldt. Het boek vertelt het verhaal van vuurtorenwachter Tijs die wacht op `Matroos'. Op zijn verjaardag komt Matroos, als de drie andere gasten al weg zijn, middenin de nacht. Tijs en Matroos gaan naar zee, zoals ze van plan waren. De postbode en de vrouw die Tijs altijd eten kwam brengen kijken uit over zee of Tijs weer terugkomt.

Dat is het verhaal.

Het wordt in weinig woorden verteld. Die woorden zijn niet slecht maar ook niet opmerkelijk, zoals het verhaal zelf ook weinig opmerkelijks heeft. Om niet te zeggen, niets. De Griffel kan onmogelijk voor die paar woorden zijn, en dat is dan ook niet de bedoeling. Ook Ingrid Godon, die het verhaal tekende in de stijl van Wolf Erlbruch wordt begriffeld. Helaas is er geen juryrapport beschikbaar, dolgraag zou ik willen weten wat de motivatie hiervan is. Ik zie niets bijzonders aan die tekeningen behalve dat het goede en mooie tekeningen zijn en dat ze helemaal in de stijl zijn die nu erg in de mode is onder kinderboekillustratoren en die geïnitieerd is door Wolf Erlbruch. Je kunt zeggen dat die tekeningen een verhaal vertellen, zeker. Dat doen tekeningen in prentenboeken bijna altijd. Is het een geweldig verhaal? Zijn het tekeningen waarop heel veel gebeurt, maken ze woorden overbodig, zijn ze speels, verrassend, literair, associatief, origineel, brutaal of bijzonder? Nee. Niets van dat al.

Wat een vreemde bekroning is dit. Wat een onzin. Of was het wanhoop? Vond de jury geen enkele tekst goed genoeg en heeft ze daarom een boek gekozen dat gewoon bijna geen tekst bevat? Een verrassende `eenheid van tekst en illustratie', volgens de reglementen ook een reden voor een griffel, is hier al evenmin te bespeuren. Er zijn tientallen boeken zoals deze. Niets mis mee. Maar ze geven geen aanleiding voor een Gouden Griffel.

Ingrid Godon: Wachten op Matroos. Met woorden van André Sollie. Querido, 28 blz. ƒ25,-