De zon

De zon scheen. Dat gebeurde de laatste tijd vaker. Het zou wel eens zomer kunnen worden. Max en Vera werden er helemaal vrolijk van. Toch waren zeook voorzichtig. Weer was iets dat om kon slaan. De ene dag zat je in hetzonnetje, de volgende dag regende het. Het was niet anders.

Vandaag was er geen wolk aan de lucht. De zon stond er groot enmachtig als een gele voetbal middenin. Max en Vera lagen er met eengrasspriet in de mond naar te kijken. Iets mooiers konden ze voor die dagniet verzinnen. Gewoon niks doen, dat wilden ze en ze deden het nog ook. Het was zelfs helemaal niet moeilijk.

,,Het is niet goed, hè Max, om in de zon te liggen,'' zei Vera na een tijdje sloom.

,,Weet ik niet,'' zei Max. Hij wist het wel. Je kon verbranden als je lang in de zon lag, dan werd je zo rood als kreeft wat gek was, want kreeften waren helemaal niet rood, maar donkerblauw of zwart of zwartgroen.Ze werden pas rood als je ze kookte, wat nog gemeen was ook.

,,Het is slecht voor je ogen om in het licht te kijken,'' ging Veraverder.

,,Uhuh,'' bromde Max. Er was altijd wel wat. Zat je net ergens naarte kijken, mocht het weer niet, want het was slecht. Zo kon je wel bezigblijven.

,,Weet je hoe groot hij is, de zon?'' ging Vera verder.

,,Heel groot,'' zei Max. Hij gaapte.

,,Hij is een miljoen keer groter dan de aarde,'' antwoordde Vera. Ze had haar gewichtige stem opgezet. Dat vond ze leuk. Als ze iets wist wat Max niet wist.

,,Goh,'' zei Max. Een miljoen keer groter was zo groot dat hij het zich niet meer voor kon stellen. Te groot, dat kon je ook zeggen.

,,En hij is wel een half miljoen keer zo zwaar,'' vervolgde Vera, ,,dat wist je niet hè?''

,,Nee,'' zei Max, ,,en je zou het niet zeggen ook.''

Ze keken omhoog, naar de zon. Zoals hij daar hing te schijnen, zag hij inderdaad niet groot uit. Hij moest wel heel ver weg zijn dus.

,,Het is jaren reizen naar de zon,'' ging Vera verder. Verdomd als het niet waar was, maar soms kon ze gewoon zien wat Max dacht, tenminste zo voelde het voor Max die dat helemaal niet leuk vond, want hij kreeg er de rillingen van.

,,Hoeveel jaar?'' vroeg hij.

Dat wist Vera niet zeker. Ze zoog op haar grasspriet. Ze dacht na.

Misschien was je wel een heel leven onderweg om op de zon te komen. En wat dan? Het was er vreselijk heet. Duizend keer heter dan het vet in een frituur, honderdduizend keer heter. Er was dus helemaal niets op de maan. Geen leven, geen water, niks. Niet eens een patatbakker om de knop wat lager te zetten.

,,Nou, hoe lang?'' drong Max aan.

,,Te lang Max, veel te lang. Of wil je naar de zon?''

,,Ik? Nee,'' zei Max.

,,Ik ook niet,'' zei Vera, ,,geef mij de maan maar.''

Max knikte. Van de maan werd hij altijd dromerig. Er waren mensen die er rond hadden gelopen, op de maan. Ze droegen grote, witte pakken en hadden enorme sprongen gemaakt. Max zou dolgraag eens naar de maan willen.

Hij was dol op enorme sprongen.

,,Je denkt aan de maan hè...'' fluisterde Vera naast hem.

Max draaide zich op zijn zij en keek haar aan. Vera had blauwe ogen waar kleine, goudkleurige sterretjes in dreven. Je kon ze alleen zien als je goed keek. Dat deed Max nu. Hij was gek op Vera's ogen, en andersom vond Vera die van Max ook mooi, al waren ze anders dan de hare, blauw en een beetje flets, als de Noordzee op een ansichtkaart. Zo keken ze elkaar aan terwijl de zon op hen neerscheen. Ze waren er allebei blij mee.