`De kleine Johannes sprak de taal van dieren en planten'

Dichter en bioloog Leo Vroman leest volgende week voor op Poetry International te Rotterdam. Onlangs verscheen zijn bundel `De gebeurtenis en andere gedichten'.

,,Tineke leest verschrikkelijk veel en onthoudt het allemaal, ik lees weinig en vergeet het,'' zegt Leo Vroman. Wat hij zich nog goed herinnert, is het allegorische sprookje De kleine Johannes (1887) van de schrijver en arts Frederik van Eeden (1860-1932). Vroman las het boek als klein jongetje in Gouda. ,,Het vervolg, De kleine Johannes II, heb ik ook gelezen, maar dat stelde me teleur, dat is erg sociaal georiënteerd. Ik ben helemaal niet zo sociaal. Ik ben dol op mensen, maar dat wil niet zeggen dat ik ze altijd moet zien. Op een van mijn geliefde cartoons, uit The New Yorker, zie je een bergtop met een klein huisje. Er staat een klein mannetje naast, met z'n vrouw geloof ik, en hij zegt: `What an ideal place to contemplate humanity!'. Zo voel ik het ook wel.''

Leo Vroman (1915) leest volgende week zaterdag en maandag voor op Poetry International in Rotterdam. Vroman, sinds 1951 Amerikaans staatsburger, woont in Fort Worth in Texas. Hij is dichter en bioloog, gespecialiseerd in hematologie. De afgelopen twee maanden onderwees hij in Tilburg letterenstudenten over de samenhang tussen kunst en wetenschap. Onlangs verscheen Vromans omvangrijke bundel De gebeurtenis en andere gedichten. Het lange gedicht `De gebeurtenis', zowel in het Nederlands als in het Engels afgedrukt, geeft een nauwkeurig verslag van de tornado die Leo Vroman en zijn vrouw Tineke eind maart vorig jaar meemaakten in Forth Worth.

,,Ze zijn nu nog steeds bezig een paar gebouwen te repareren,'' vertelt Vroman. ,,Onze ruiten waren gebarsten en van die barsten heb ik een computertekening gemaakt, die staat op de omslag van de bundel. Er hebben hele vreemde gebeurtenissen plaatsgevonden. De papieren van een advocaat zijn door de tornado terechtgekomen in de tuin van een andere advocaat ergens in de stad. Vlak tegenover ons stond een gebouw, waarin onder andere de FBI zat. Daar werd in een paar seconden de hele buitenkant van afgepeld. Ik heb een hele tijd gezocht naar FBI-papieren, met het idee dat ik iets zou vinden waarop stond hoe ze van plan waren president Clinton te vermoorden ofzo, maar niks hoor.''

Vromans jeugdboeken gingen verloren nadat hij in 1940 naar Nederlands-Indië vluchtte. ,,Daar zaten een aantal boeken bij die me beïnvloed hebben, zoals de vogelboeken van Bengt Berg, die waarschijnlijk niemand meer kent. Hij maakte natuurfoto's, waar hij erg veel moeite voor deed, bijvoorbeeld van kraanvogels op hun nest. En er was ook een heel oud natuurboek, uit het Duits vertaald, Met flitslicht en buks van C.G. Schillings. Dat was heel tweeslachtig, de schrijver maakte dan weer eens een foto van een leeuw en dan schoot hij hem weer eens dood.

,,De liefde voor de natuur was er bij mij al heel vroeg, niet onder invloed van een boek. De kleine Johannes was belangrijk omdat het een levenshouding, de liefde voor de natuur, weergaf op een onschuldige manier, ondanks de egocentriciteit van alle levende organismen. Er is me bijgebleven dat Johannes in het boek zwammen tegenkomt die wolkjes poeder uitblazen en meent dat dat het belangrijkste is van de wereld.

,,De hele stemming van het boek trof me, en de openbaring die de kleine Johannes beleeft: als je wou bidden dan kon je het beste naar een zonsondergang kijken en huilen. Dat vond ik heerlijk, ik huilde toch al veel. In De kleine Johannes wordt over de volwassenen gezegd dat ze niet genoeg keken en bewonderden. Ik kan geen insect meer plattrappen, nu ik weet hoe ingewikkeld en mooi zo'n beestje is binnenin; het is afschuwelijk om dat stuk te maken. Wat in tegenstelling is tot de kleine Johannes, die niets hoefde te weten. Hij sprak wel de taal van dieren en planten. Ik heb die behoefte nog steeds, vooral met zoogdieren. Reptielen herkennen je niet zo goed, daar kun je wel tegen praten maar dat betekent niet zoveel.''

In de bundel Psalmen (1994) sprak Vroman voor het eerst het `Systeem' aan, een ordening of ordenend principe in de fysische werkelijkheid. Vroman: ,,Ik geloof wel dat er iets is, een samenhang, dat ik beschreven heb als `Systeem', omdat ik geen beter woord weet. Ik heb geen idee of dat waar is, en daar komt nog bij, ik wil geen reductionist zijn en zeggen dat de grotere dingen af te leiden zijn als je de onderdelen begrijpt. Het is wel zo dat als je naar het uiterste gaat, naar de deeltjes waar een atoomkern uit bestaat, dat je dan vanzelf in de wiskunde terechtkomt in plaats van in de natuurkunde, een wiskunde waarvan de conclusies onbegrijpelijk zijn. We zijn opgebouwd uit onbegrijpelijkheden, alleen statistisch lijken we begrijpelijk. Daarom vind ik de bewondering voor levende dingen onvermijdelijk.

,,De colleges hier in Tilburg gingen daar ook over. Mijn studenten zijn helemaal niet op de hoogte van exacte wetenschap. Ik wil hun ogen een beetje openen voor hoe mooi alle levende dingen en zij zelf zijn. Ik heb besloten te praten over de samenhang tussen de wetenschap en de poëzie. Om te beginnen is het mij duidelijk dat de proteïne waar we grotendeels uit bestaan, gevormd wordt door ketens van aminozuren, uit een keuze van twintig. Het is een soort alfabet, men heeft zelfs beginletters gemaakt voor elk aminozuur. Je zou woorden kunnen schrijven waaruit je een proteïne zou kunnen maken. Je zou proteïne als dragers van geheime boodschappen kunnen gebruiken. We bestaan dus uit woorden, en daardoor komt het misschien dat we woorden schrijven. Onze eigen woorden drukken zich uit op het papier; onze eigen proteïnen hebben uiteindelijk geleerd over zichzelf te praten.''

Het is niet altijd even eenvoudig om Vroman te volgen als hij overschakelt op natuurwetenschappelijke speculaties. ,,Mijn boodschap is'', vat Vroman het voor het gemak samen, ,,dat het leven zo ontzettend mooi is en ingewikkeld, dat het voor mij vreselijk makkelijk is om alles wat leeft te bewonderen, ook mijn `vijanden', die ik geloof ik niet heb. Zoals ik vaak heb gezegd, heb ik geprobeerd verliefd te zijn op Hitler, omdat ik in de eerste plaats niet zo ben en in de tweede plaats omdat hij mijn aartsvijand is. En als ik aan zijn bloed of zijn cellen denk dan hou ik al van hem.''

Frederik van Eeden: De kleine Johannes. Querido, 2001, 160 blz. ƒ20,–