De hoge prijs van de ziekenhuis-CAO

Met de nieuwe CAO zullen de salarissen voor personeel in ziekenhuizen fors stijgen. Dat gaat ten koste van de hulp aan de patiënt.

De burger moet zijn portemonnee trekken om de nieuwe CAO waarover werkgevers en vakbonden in de ziekenhuizen het gisteren eens werden, te financieren. Het gaat om een loonstijging met 6,2 procent per jaar, ofwel 50 procent meer dan de salarisverhoging die dit jaar gemiddeld in de andere CAO's werd afgesproken. Een forse stijging dus voor salarissen in de ziekenhuizen, waarvan de AbvaKabo vorig jaar al zei dat die de vergelijking met de lonen in de marktsector goed konden doorstaan.

En niet alleen worden de loonkosten straks verwerkt in de premie die de burger voor ziekenfonds of ziektekostenverzekering betaalt, hij krijgt mogelijk dit jaar ook nog eens minder hulp. De ziekenhuizen kunnen de nieuwe CAO namelijk niet betalen uit het budget dat ze daarvoor hadden gekregen: ze komen tweehonderd miljoen gulden tekort. Dat geld, zo vertelde gisteren werkgeversonderhandelaar (en ziekenhuisdirecteur) L. Jansen, moet maar worden bezuinigd op de hulp aan patiënten en kan ook worden gehaald uit de potjes die de ziekenhuizen krijgen voor de aanpak van de wachttijden.

Maar misschien kunnen de ziekenhuizen de extra kosten in elk geval dit jaar nog financieren met een deel van de 150 miljoen gulden die ze vorige maand van minister Borst (Volksgezondheid) kregen voor onder meer het registreren van wat ze doen: een activiteit die is bedoeld als voorbereiding op een nieuw financieringssysteem maar ook een activiteit die in andere bedrijfsorganisaties vanzelfsprekend is.

Toch kan de toekomstige patiënt ook plezier hebben van de nu afgesloten CAO. En dan niet omdat de beter betaalde verpleegster met meer plezier haar werk zou doen maar omdat de rigide structuur van de arbeidsovereenkomst is opengebroken. Afgesproken is immers dat de directies en ondernemingsraden een meer flexibele inzet van het personeel kunnen vragen: het personeel kan meer `uren draaien' als het druk is (er zijn dan dus meer handen aan het bed beschikbaar) en minder als er, zoals in de vakantieperiodes, weinig patiënten naar het ziekenhuis komen. Dit vraagt overigens van de werkgevers een actiever personeelsbeleid maar dat kan ook leiden tot een daling van het (hoge) ziekteverzuim. Samen met een aantal andere maatregelen, onder meer ten gunste van de oudere werknemer, heeft dit een gunstige invloed op het personeelstekort in de sector. Ook de afspraak dat degenen die dat willen (betaald) langer kunnen gaan werken (tot maximaal veertig uur per week) kan daar overigens aan bijdragen.

Binnen de zorgsector lopen de ziekenhuizen met hun nieuwe CAO niet opvallend uit de pas, al blijft het moeilijk de verschillende afspraken te vergelijken omdat er in de meeste CAO's (net zoals in die bij de ziekenhuizen) ook sprake is van een herziening van de salarisstructuur. Dat komt vrijwel altijd neer op hogere maxima in de verschillende loonschalen. Zo voorziet de nieuw CAO voor de thuiszorg in een loonsverhoging (per 1 juli) van 5,5 procent; in een eenmalige uitkering in december van 2 procent van het jaarsalaris, en in een tussentijdse uitkering van driehonderd gulden. De CAO voorziet voorts in een `substantiële verhoging' van allerlei secundaire vergoedingen.

In de verpleeg- en verzorgingshuizen krijgen de 200.000 medewerkers er al vanaf 1 januari 4 procent loon bij. In december ontvangen ze daarnaast een eindejaarsuitkering van 3 procent van het jaarsalaris, dit is 2,1 procent meer dan ze vorig jaar kregen een uitkering die, zo is afgesproken, geleidelijk aan wordt omgezet in een volledige `dertiende maand' als een verpleeg- of verzorgingshuis succes boekt bij het terugdringen van het ziekteverzuim.

Ook de twee weken geleden gesloten CAO voor de geestelijke gezondheidszorg komt ongeveer uit op het niveau van die van de ziekenhuizen: een loonsverhoging op 1 juni van 4 procent, een verhoging van de eindejaarsuitkering met 2 procent en een eenmalige uitkering van 0,6 procent van het jaarsalaris.

Het gaat bij al deze CAO's om inkomensverbeteringen die hoger uitpakken dan die in het bedrijfsleven. Het mag dan ook niet verbazen als volgend jaar juni het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), net als gisteren, constateert dat de uitgaven voor de zorgsector weer fors zijn gestegen.