De doofpotten van Nederland

In de thrillers van Tomas Ross treden bestaande personen op onder hun eigen naam. Anderen schenkt hij een nieuwe identiteit - en nieuwe woorden en daden.

Hij wordt de Nederlandse Frederick Forsyth genoemd, de thrillerschrijver Tomas Ross (1944). Gemiddeld twee goed verkopende boeken per jaar schrijft hij, voornamelijk `faction': verhalen die gebaseerd zijn op werkelijke gebeurtenissen zoals het Englandspiel, de Lockheed-affaire, de Bijlmerramp en de Liro-zaak. Voorafgaande aan `De maand van het spannende boek', zoals juni jaarlijks heet, verscheen Tranen over Hollandia, spelend in 1962 ten tijde van de Nieuw-Guinea-crisis, waarin het zindert van door geheime diensten opgezette complotten. Dit bijna 350 bladzijden tellende boek opent met een zin waarin Joseph Luns, toenmalige minister van buitenlandse zaken, tijdens een kabinetszitting zegt: ,,Ze zouden die verrekte Kennedy's allebei dood moeten schieten.' Zoals bekend werd Luns op zijn wenken bediend, wat de aan hem toegeschreven uitspraak extra schokkend maakt.

Op de zolder van het prachtige zeventiende-eeuwse pand waar hij hartje Amsterdam kantoor houdt, vraag ik Ross of Luns dit echt gezegd heeft en meteen zitten we midden in de discussie over de vraag of je in gefictionaliseerde verhalen historische, soms zelfs nog levende figuren onder hun eigen naam mag laten optreden.

,,Toen ik mijn eerste boek schreef twintig jaar geleden', zegt Ross, ,,De honden van het verraad, over Molukkers die naar Indonesië gingen ten tijde van de coup tegen Soekarno, ben ik ook andere misdaadromans gaan lezen. Op een gegeven moment las ik De dag van de jakhals van Forsyth die het aandurft om, zonder spanning op te bouwen, in veertig bladzijden de hele structuur en de werkwijze van de OAS (het Franse geheime leger) ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd uit te leggen. Het bleek een genre te zijn waarin niet alleen een inspecteur Snuffel hoeft te worden opgevoerd, maar waarin je ook nog een heleboel andere dingen kwijt kunt.

,,Zou Nederland niet een aantal doofpotten hebben, dacht ik, waar een historicus moeilijk bij komt en waar journalisten geen tijd voor hebben – en mag je daar als thrillerschrijver mee doen wat je wilt? Mag je bijvoorbeeld, zoals ik in Tranen over Hollandia doe, bestaande mensen als Luns, maar ook de journalist Willem Oltmans en de communist Marcus Bakker onder hun eigen namen laten figureren?'

Ross, die behalve thrillers, ook tv- en filmscenario's schrijft, meent van wel. Luns heeft deze woorden over de Kennedy's misschien niet tijdens een kabinetszitting uitgesproken, maar wel tegen Ross persoonlijk. En naar Oltmans en Bakker, die nogal onsympathiek worden neergezet, heeft hij onderzoek gedaan: ,,Tegen hen werd begin jaren zestig precies zo aangekeken als uit mijn boek blijkt.'

Aerts van Leeuwen

In zijn boek Koerier voor Sarajevo, onder andere over het Srebrenica-drama, gaf Ross twee ministers die duidelijk herkenbaar zijn als Voorhoeve en Van Mierlo andere namen, in een ander boek treedt een BVD-chef op onder de naam Aerts van Leeuwen, voor wie uiteraard de toenmalige BVD-chef Dockters van Leeuwen model heeft gestaan. Soms gebruikt hij dus echte namen, soms gefingeerde die verwijzen naar bestaande. Ross geeft toe dat dit inconsequent is. ,,Ik gebruik soms niet de echte namen, omdat ik niet zeker weet of sommige personen wel echt hebben gedaan wat ik ze toeschrijf. Mijn criterium is: als mijn historische personage iets op een bepaalde manier gezegd of gedaan zouden kunnen hebben en ik kan daar voor instaan, dan mag ik ze dat in mijn boeken ook laten doen – anders kan ik niet dramatiseren.'

Het probleem met faction [fictie die deels is gebaseerd op historische feiten] is dat je als lezer nooit precies weet wat waar is en wat niet. Ross vindt dat geen probleem: ,,'t Grootste compliment dat ik kan krijgen is als je zegt: ik weet niet wat waar is en wat verzonnen.'

Toch vindt hij ook niet dat in een roman alles is toegestaan, zoals de werkelijkheid verdraaien of over bestaande mensen de vreselijkste dingen schrijven. ,,Als ik in mijn nieuwste boek boek Poncke Princen Bauke Prins noem, dan is dat omdat Bauke Prins dingen heeft gedaan die Poncke Princen nooit heeft gedaan. Ik verander de namen als ik me wat meer vrijheid met die personages wil permitteren. Oudminister van binnenlandse zaken Toxopeus, die er ook in voorkomt, heeft voor de radio gezegd dat hij Tranen over Hollandia heel spannend vond, maar dat het in werkelijkheid niet zo is gegaan, bijvoorbeeld tijdens de kabinetszittingen die ik beschrijf. Nou dat kan natuurlijk, alhoewel ik me goed heb gedocumenteerd. Ik hoorde bijvoorbeeld dat Luns altijd de krant zat te lezen en dus nooit oplette, waar De Quay ontzettend de pest over in had. Dan maak je een sfeertekening en die kan er naast zitten. Maar zo werkt Hella Haasse in haar historische romans ook.'

Ross is nooit bang geweest dat mensen die in zijn boeken voorkomen naar de rechter lopen. ,,Nee, waarom zou men dat doen? 't Heeft een keer gespeeld met De man van St. Maarten, dat onder andere gaat over de broer van ex-premier Lubbers die in een schandaal verwikkeld zat. Toen heeft Lubbers gedreigd met een proces, maar daar op aanraden van de RVD weer van afgezien. In de tv-serie Wij Alexander heb ik het gerucht dat Wilhelmina niet de dochter is van Willem III, omdat hij wegens syfilis steriel zou zijn, duidelijk een rol laten spelen. Ik was ervan overtuigd dat de KRO dat eruit zou halen, maar dat hebben ze niet gedaan, wat ik dapper vond.'

BVD

Tomas Ross, pseudoniem van Willem Hogendoorn, groeide op in Den Haag, waar zijn uit het gereformeerde verzet afkomstige vader na de oorlog bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst ging werken. Als ik Ross vraag of zijn fascinatie voor geheime diensten gevoed is door het beroep van zijn vader, aarzelt hij. ,,Misschien, hoewel mijn belangstelling voor de BVD pas is ontstaan na mijn vaders dood in 1971, toen ik me begon af te vragen: wat heeft die man daar eigenlijk allemaal gedaan? Hij heeft ruim 25 jaar voor de Dienst gewerkt, maar ik ben er nooit in geslaagd inzage te krijgen in zijn personeelsdossier.

,,Als kind zei ik op school dat mijn vader ambtenaar was bij Binnenlandse Zaken, maar ik wist wel dat hij bij de BVD werkte. Hij heeft het me pas officieel verteld toen ik zestien was. Vlak daarvoor hadden we een ontzettende puinhoop thuis gehad omdat mijn oudste broer op de PSP had gestemd. Dat beviel mijn vader helemaal niet.

,,Zelf moest ik altijd ontzettend lachen om de BVD. Dan zei ik bijvoorbeeld tegen mijn vader: wat denken jullie wel, dat de Russen in Twente zitten? Indiaantje spelen, studenten opjagen, wat heeft het voor zin, gaat daar de belasting naar toe? Daar ging hij heel serieus op in. Zijn frustratie was dat hij niet kon vertellen wat hij precies deed.

,,Een keer heb ik, toen mijn ouders samen naar het Residentieorkest waren, een kast opengebroken. Ik vond daar een dossier over een Haagse gymnasiaste – het speelt in '62 of '63 die verliefd was geraakt op een aantrekkelijke Amerikaanse functionaris van de Amerikaanse ambassade. Hij had haar gevraagd in te breken in de Russische ambassade. Vervolgens is ze in de kelder van dat gebouw gepakt en meegenomen naar Oost-Berlijn, waar ze een proces kreeg. Daar zijn BVD-mensen naar toe geweest. Tegenwoordig is er over de werkwijze van de BVD veel meer bekend dan vroeger. Zelf heb ik ook contact met een BVD-er, met wie ik regelmatig praat, maar ik kan natuurlijk niet zeggen wie dat is.'

Dat Ross onder pseudoniem schrijft, heeft in elk geval niets met het beroep van zijn vader te maken. ,,Nee hoor, ik kwam uit de journalistiek, schreef non-fictie-boeken en deed dat onder mijn eigen naam. Toen ik mijn eerste thriller af had zei mijn uitgever: `Je moet dat niet publiceren onder dezelfde naam als je non-fictie, want dan raakt de boekhandel in de war. En laten we dan maar direct een internationale naam nemen.' Mijn toenmalige vrouw, een Schotse, heette Ross van haar achternaam. Zij was zwanger en als het een zoon werd, zouden we hem Thomas noemen. Maar 't werd een meisje en dus besloot ik Thomas Ross als schrijversnaam te nemen. Op de cover van dat eerste boek is per ongeluk de letter h in Thomas weggevallen en dat heb ik maar zo gelaten. Mijn pseudoniem heeft niets te maken te maken met de Amerikaanse thrillerauteur Ross Thomas, want ik wist helemaal niet dat hij bestond.'

Behalve de vuistdikke faction-boeken waar heel veel research in zit, schrijft Ross ook iets simpeler thrillers over de Haagse verzekeringsdetective E.J.L.D. King. Ook heeft hij ooit een vaste held gecreëerd die Finch heet. ,,Ik ben met Finch begonnen als een formule-held. Maar net als zoveel schrijvers die een vaste held hebben, word ik daar zo moe van. Je legt je te veel vast. Bovendien ben ik niet erg goed in karakters maken, ik ben echt een plot-schrijver. Ik vond het bijvoorbeeld moeilijk om zo'n Axel Boreel (die een klus voor de BVD opknapt in Tranen over Hollandia) op te voeren, want ik wil eigenlijk gewoon over Nieuw-Guinea vertellen. Ook in romances ben ik slecht, lastig met filmscripts. Ik heb 't wel eens geprobeerd met veel te veel wijn op, maar dan rolde ik de volgende ochtend achterover van het lachen. Gelukkig zijn acteurs daar erg goed in, als je maar aangeeft wat ze moeten doen. Met een boek kan dat niet. Uitgevers willen het trouwens wel graag: `Kan er seks in', vragen ze. Absurd vind ik dat, zo obligaat. Dat is een van de redenen dat dit genre zo vaak met dédain wordt bekeken. Er komt zoveel pulp uit.'

Wajangpoppen

Omdat hij aan vliegangst lijdt, heeft Ross lang niet alle locaties die hij in zijn boeken zo gedetailleerd beschrijft, bezocht. Hij is noch in Indonesië, noch in Nieuw-Guinea geweest, maar hij heeft veel gepraat met mensen die er gediend hebben als militair. ,,Ik woon in Den Haag in het Statenkwartier en dat is veel stokkend oud Indië. Je zit daar nog tussen de wajangpoppen. Verder haal ik veel uit archieven. De meeste mensen gaan ervanuit dat ik er geweest ben, maar echte kenners ontdekken wel eens een fout. In Tranen over Hollandia laat ik een aap schreeuwen. Dat kan helemaal niet, er zijn geen apen op Nieuw Guinea. Vreselijk, zo iets.

,,Bij de King-boeken maak ik het mezelf wat makkelijker. Ik ben er nu weer met een bezig en daarvoor heb ik het boek Fuiven en Kuiven gelezen over het Den Haag van begin jaren zestig. Prachtige anekdotes staan daarin. Die gebruik ik voor King. Iedereen reed toen bijvoorbeeld op een Puch of een Tomos, maar er waren jongens, geen vetkuiven maar dure jongens uit Wassenaar, die reden op een Berini M21 met zo'n grote verchroomde tank, die ze ook oppoetsten. Ze monteerden hun buddyseat zo dat hun vriendin tijdens het rijden tegen ze aan schoof zodat ze haar borsten in hun rug voelden, en je kon ook in de weerspiegeling van die tank langs haar jarretelles in d'r broek kijken. Ik heb dat nooit geweten. Fantastisch. Als King, die even oud is als ik, terugdenkt aan vroeger, denkt hij aan dat soort dingen.

,,Ik ben nu aan mijn vierde King-boek bezig. Ze verkopen niet zo goed als mijn andere boeken. Mijn best verkochte boek heet Het verraad van '42, een dik boek over de Tweede Wereldoorlog in Londen waarvan er 30 à 35.000 zijn verkocht, wat veel is voor dit genre. Koerier voor Sarajevo verkocht ook goed, 25.000 à 30.000, omdat het inspeelde op de actualiteit. Maar daarmee loop je weer het risico dat je snel gedateerd raakt. 't Probleem is ook dat in dit land de affaires bijna op zijn. Als die prins Willem-Alexander nou eens wat zou doen. Stel dat Máxima een kleindochter van Bernhard zou zijn, prachtig...! 't Zou in theorie kunnen. Bernhard heeft ook met Evita Peron gescharreld. Maar ik wil een keer ophouden met dat koningshuis.'

Hoe ziet de toekomst van de Nederlandse thriller eruit? Jarenlang heeft Ross zich uitgesloofd om de misdaadroman op te stoten. Hij stond aan de wieg van de thrillerprijs `De gouden Strop', die hij zelf twee maal won, en hij richtte samen met collega thrillerschrijver René Appel het al snel ter ziele gegane thrillertijdschrift Kaliber op, maar nog altijd heeft de vaderlandse misdaadroman een lage status. Daarom wil Ross af van de Gouden Strop, die dit jaar in november zal worden uitgereikt, want zegt hij, ,,die prijs is uitgewerkt.' Thrillers moeten voortaan concurreren met de Literatuur, meedingen naar literaire prijzen, AKO, Libris en wat niet al. ,,Wanneer gaat de P.C. Hooftprijs nu eens naar een thrillerschrijver? Dat zou pas statusverhogend zijn.'

`Tranen over Hollandia' van Tomas Ross is verschenen bij uitgeverij De Fontein en kost ƒ34,95.