Dan is er ineens die angst weer

Shirley Zwerus (1946): ,,Mijn eerste televisieoptreden was in de `Johnny en Rijk Show'. Ik speelde piano en ik zong `Little things mean a lot'. Ik was een klein, schattig meisje met lang haar en van die pijpenkrullen. Net als bij een pop. Mijn moeder deed dat met een krultang. Petula Clark trad daar ook op en zij pinkte een traantje weg.

Ik was vrij jong al bekend als zangeres. Op mijn veertiende werd ik door mijn platenmaatschappij tot de `Nederlandse Conny Froboess' gebombardeerd. Ik mocht altijd wat later op school komen wanneer ik had opgetreden.

Mijn vader wilde per se dat ik concertpianiste zou worden. Maar ik hield meer van blues en van jazz. Na het conservatorium ging ik met bandjes optreden.

Ik heb altijd gezegd: `Op het moment dat ze me met tomaten gaan bekogelen stop ik ermee', en dat is nooit gebeurd. Ik heb altijd heel veel succes gehad. Als enig blank meisje zong ik met Indorockbands zoals `René and his Alligators' en `The Black Dynamites'.

Op het podium was ik heel actief. Ik danste wild. Swingen! Totale gekte, het liep constant uit de hand. Ik droeg een zilveren pak. Bij een optreden in de Expohallen zijn me haast de kleren van het lijf gerukt. Het was echt rock'n'roll. De mensen werden hysterisch. Er waren van die touwen om het podium heen gespannen.

Toen we met de Nederlandse Knokke-ploeg in 1964 in de finale kwamen, was dat een fantastisch moment! Ik zong `Gotta Move' van Barbara Streisand, maar in het Nederlands: `Ik ga weg'. Mensen stonden op tafels te springen en te dansen. Zelfs de juryleden. Er werd geapplaudisseerd, er kwam gewoon geen einde aan. Nou ja, het was uniek. Willeke zei nog: `Het was door jou dat we hebben gewonnen.'

Met mijn singletje `Big boss man' onder de arm is mijn toenmalige vriend naar New York gevlogen. Harold Atkins van radiostation WWRL zei: `Ze zingt als een dikke zwarte negerin, maar als ze werkelijk zo mooi is als op de hoesfoto dan wil ik haar hebben.' Dus ik naar New York, en vervolgens zijn we naar L.A. gegaan om een elpee op te nemen en daar werd ik verliefd op mijn producer. Met hem ben ik getrouwd.

Ik heb acht jaar in Hollywood in een gouden kooi geleefd. Ik had daar alles wat een vrouw zich, materieel gesproken, maar kon wensen – voor mijn verjaardag kreeg ik een auto met een strik erom, dat soort dingen. Maar hij was dag en nacht in de studio. Zijn secretaresse maakte af en toe lunch appointments voor ons.

Ik ben uit Hollywood weggegaan. Ik heb alleen mijn kleding ingepakt, ik wilde niets meer met die man te maken hebben. In 1976 ben ik teruggekomen naar Nederland.

Toch ben ik binnen een jaar weer in de belangstelling geraakt. Het moment waarop alles samenviel was toen ik de Edison kreeg voor `It's me' – de beste single van het jaar.

Waarom ik niet meer in Nederland woon? Je weet dat niet? Dus die beerput moet weer open? Je hebt geen idee wat me allemaal overkomen is. Het is te gek voor woorden. Ik was zeer labiel in die tijd. Ik had een lange relatie achter de rug en die was over. Mijn moeder was er slecht aan toe, dus hij kwam op het juiste moment. Begrijp je?

Hij kwam uit Den Haag, een grote, donkere man. Hij gaf een show in het Kurhaus en hij vond dat wij een duet moesten zingen. Ik moest vooraf repeteren. Ik zei nog: `Jezus, zoveel tijd heb ik niet', want ik was lekker met mijn carrière bezig. Hij drong aan: `Realiseer je je wel hoe belangrijk dit voor je is? Je mag optreden in mijn show.' Hij was namelijk bij Willem Duys in `de Vuist' geweest. Ik moest en zou met die man een duet zingen, en toen is de vonk overgesprongen. Ik werd overrompeld. Hij heeft me op een vreselijke manier weten in te palmen.

Hij was geobsedeerd door mij. Hij verstopte al mijn post. Ik las geen krant meer want dat had hij verboden. De telefoon mocht ik niet aannemen. Ik mocht geen boodschappen meer doen. Op het laatst zat ik alleen nog maar thuis. Toen begon hij me ook te slaan. Ik leefde in permanente angst. Ik had nooit gedacht dat... ik bedoel, je leest er over... dat het mij zou overkomen. Ik wilde bij hem weg, maar het lukte niet. Ik probeerde te vluchten, maar hij hield me tegen. Hij bedreigde me met een pistool.

Mijn bankrekening heeft hij leeggehaald. Hij heeft mijn hand kapot geschopt. Hij zei: `Ik vind het niet nodig dat jij piano speelt. Je wilt bij me weg.'

Die nachtmerrie heeft vijf jaar geduurd. Ik ben gevlucht in een auto met geblindeerde ramen. In Spanje ben ik bij kennissen beland. Ik was heel bang. Hij had gezegd: `Je kunt vluchten, maar ik vind jou overal.'

Dit wordt mijn achtste jaar in Spanje. Mijn foto's, mijn adressen, ik heb niets meer – dat is het ergste. Ik ben geschrapt uit het leven en daardoor ook uit mijn carrière. Het is over. Mijn huis is verkocht en daarvan heb ik alle schulden kunnen betalen.

Er zijn zoveel leuke en interessante dingen gebeurd in mijn leven, maar het lijkt alsof het allemaal is weggevaagd. Ik heb Bach gezongen, jazz gezongen, ik heb in Londen gewoond, ik heb daar nog met Jimi Hendrix gedanst! Ik heb Ray Charles ontmoet. Voor Eric Burdon een blues arrangement geschreven...

Mijn huidige vriend John is een goeie vergeleken met al die egotrippers die ik in mijn leven heb ontmoet. Vaak vraagt hij: `Wat is er toch met je? We hebben het toch goed?'

Ik heb niks opgebouwd. Geen kennissenkring. Mijn ouders zijn dood. Ik ben overal in de wereld geweest, maar heb niets vastgehouden.

Als ik 's morgens opsta dan geniet ik, echt waar. Dan zie ik la Concha, de berg die ieder uur van kleur verandert. Zo prachtig. Maar dan krijg ik ineens weer die angst.''