Blair's zege wekt verwachtingen

De tweede achtereenvolgende ruime overwinning op de Tories mag Labourleider Tony Blair optimistisch stemmen. Maar durft hij het, met zijn hernieuwde ruime mandaat, ook aan het Britse kiesstelsel te hervormen en Groot-Brittannië de eurozone in te leiden?

De man die op 43-jarige leeftijd in 1997 de jongste premier uit de Britse geschiedenis werd, is sinds gisteravond ook de eerste Labour-premier die een volledige tweede termijn verwierf. Tony Blair heeft gisteren een historische overwinning geboekt.

Toch komt de klinkende zege – een meerderheid van 167 zetels in het parlement – neer op een voorwaardelijk overgangsrapport. Ten eerste is er de lage opkomst, niet vertoond sinds 1918, toen veel mannen in de loopgraven van Vlaanderen stonden. Veertig procent van de Britten nam dit keer niet de moeite te gaan stemmen. De 44 procent van de stemmen waarmee Blair is herkozen, vertegenwoordigen niet meer dan een dik kwart van het electoraat.

Ten tweede moet een belangrijk deel van de beloftes die New Labour in 1997 deed nog worden waargemaakt, zoals de verbetering van het openbaar onderwijs en de gezondheidszorg. ,,We hebben altijd gezegd dat we daarvoor een tweede termijn nodig hebben'', heeft Blair steeds herhaald. Hij krijgt nu die tweede kans, onder meer omdat hij bewezen heeft dat ook een Labourregering de economie stabiel te houden.

De Britten erkennen dat verbetering van de openbare sector na achttien jaar achterstallig onderhoud onder de Conservatieven inderdaad prioriteit houdt. Ze erkennen ook dat één termijn daarvoor te kort is. En ze maken duidelijk dat de Conservatieven nog geen alternatieve regering zijn. Zowel belastingen verlagen als de openbare dienstverlening verbeteren, zoals William Hague beloofde, is een ongeloofwaardige combinatie. Maar Blair krijgt niet meer dan één kans. De verrassende zetelwinst voor de LibDems, die belastingverhoging bepleitten, duidt daar op. Of zoals The Sun, de grootste tabloid-krant en volksbarometer, kopt: `Don't let us down, Tony!'

De afgelopen vier jaar en in de laatste campagnemaand heeft Blair nadrukkelijk risico's gemeden. Nu zijn meerderheid in het parlement vrijwel ongewijzigd is en zijn macht op een hoogtepunt, vraagt het land zich af of hij in een tweede termijn wel bereid is risico's te nemen.

Twee dringen zich er valvast naar voren. Eén: zal hij het aandurven een begin te maken met een hervorming van het kiesstelsel, zoals de Liberal Democrats wensen?

Blair dankt zijn meerderheid aan het huidige first past the post-systeem, waarbij alleen de kandidaat met de meeste stemmen wint, hoe klein zijn voorsprong ook is en de rest van de stemmen verloren gaat. Maar het massaal oprukken van tactisch stemmen geeft een krachtig signaal dat de kiezers via de achterdeur zelf naar een systeem zoeken dat werkelijke stemverhoudingen beter weergeeft. Er kan een tijd komen – bijvoorbeeld over vijf jaar, als Labour niet op een grote meerderheid afstevent – dat Blair daarvan het nut gaat inzien.

En twee: de euro. De koers van het pond daalde deze week naar een historisch dieptepunt, toen het speculeren begon dat Blair nog dit najaar een voorzet zou geven voor een referendum over Britse toetreding tot de gemeenschappelijke Europese munt. Na het aftreden van Toryleider Hague, die zijn campagne ophing aan de strijd tegen de euro, duwde de markt het pond verder naar een gunstiger instapkoers.

Maar tegenover zulk optimisme staat dat Blair grote delen van zijn partij voorlopig tegenover zich zou vinden, onder wie Gordon Brown, de minister van Financiën.

William Hague heeft, onder andere met steun van Margaret Thatcher, geprobeerd deze verkiezingen tot een referendum over de euro te maken. Het is sloeg niet aan en hij stapte op. Daarmee is het dilemma voor de Tories niet weg. Zoals Hague zelf gisteren zei: we hebben veel soul searching te doen. De partij kan rechts blijven sturen, maar het resultaat lijkt na vier verloren jaren voorspelbaar. De partij kan ook proberen Labour te beconcurreren in het middenveld, waar alle Britse verkiezingen nu eenmaal worden uitgevochten.

Maar die laatste keuze leidt onvermijdelijk tot nieuwe ruzie tussen de pro- en anti-Europese facties in de partij. Labour maakte in de eerste helft van de jaren negentig onder Kinnock, Smith en Blair een soortgelijke keuze, door radicaal links de mond te snoeren. Of en wanneer de Tories rijp zijn voor zo'n manoeuvre, moet blijken. Zo niet, dan dreigt een scheuring tussen gematigde Tories en haviken. De liberalere Schotse tak van de Conservatieve partij, die aan de door `Londen' gedicteerde rechtse koers niet meer dan één zetel overhield, heeft daarop alvast openlijk gezinspeeld.

De Liberal Democrats noemen zichzelf nu de ,,echte oppositie''. Charles Kennedy heeft zich links van Labour opgesteld, vraagt een belastingverhoging en speelt voor geweten in kwesties als het Amerikaanse plan voor een raketschild, democratisering en burgerrechten. En op termijn hoopt hij onmisbaar te zijn in Blairs euro-campagne. Maar wat op termijn het gewicht van zijn extra zetels is, is nog onzeker. ,,Het is de kunst teleurgestelde Tories en teleurgestelde Labourstemmers om te vormen tot echte LibDem-stemmers'', gaf een partijstrateeg gisteravond in het feestgedruis toe.