Amerikaansch-Hollandsch

Een kleine tentoonstelling in het Verzetsmuseum in Amsterdam laat het leven zien van Nol van Wezel en Max Kannewasser.

De kleine expositie over Johnny & Jones in de entreehal van het Verzetsmuseum in Amsterdam loopt onafwendbaar naar hun noodlot. Op het eerste paneel hangen de geboorte-actes van Nol van Wezel en Max Kannewasser en op het laatste zijn wat fotootjes uit Bergen-Belsen geplakt, waarop lijken op een vrachtwagen worden gesmeten. Van Wezel en Kannewasser waren twintigers toen ze in het kamp aan de honger en de tyfus bezweken. Hun nationale populariteit heeft alles bij elkaar maar een paar jaar geduurd.

Ze werkten halverwege de jaren dertig bij de Bijenkorf (de één als verkoper, de ander op de calculatie-afdeling) en zongen swingende liedjes bij de gitaar op feestavonden van de personeelsvereniging De Zwerm. Het is na te lezen in een opengeslagen nummer van het personeelsblad: ,,Deze jonge zangers, die een storm van bijval oogstten, zullen als nieuwe steunpilaren van De Zwerm nog dikwijls onze avonden opluisteren. Excelsior, jongens!'' Maar al snel zagen ze kans er hun beroep van te maken. Zie het affiche voor de cabaret-revue Extra Tijding die in 1936 werd gespeeld in het Leidsepleintheater. Daarop staan ze vermeld als ,,de vermaarde Amerikaansch-Hollandsche Jazz-zangers''.

Johnny & Jones baseerden hun succes op een onweerstaanbare formule. Terwijl het populaire lied in die dagen nog goeddeels in mars- of walstempo opklonk, blonken zij uit in puntig gesyncopeerde deuntjes naar het voorbeeld van de Amerikaanse jazz-muziek. Dat was modern en sprak dus de jeugd aan. Ze zongen bovendien met een quasi-Amerikaans accent, waarin de tong zich lui om de r heen rolde zonder die te laten trillen. Maar daarbij schreven ze komiekerige Nederlandse teksten, die ook amusant waren voor de vaders en de moeders. Op zijn best kwam dat allemaal samen in hun grootste platensucces, dat ook hun lijflied werd: Mijnheer Dinges weet niet wat swing is. In vooruitstrevende gezinnen zongen zelfs de kinderen mee.

De tentoonstelling bewijst hoe populair ze eind jaren dertig waren. Er zijn sterrenfoto's, aankondigingen in het VARA-programmablad De Radiogids, platen en fanmail, er zijn zelfs een paar seconden bewegend beeld (niet meer dan een flits in een filmpje over een manifestatie van de metaalbewerkersvakbond uit 1939) en er zijn kritieken uit het blad De Jazzwereld, waarin de puristische lezers werd voorgehouden dat Johnny & Jones nu eenmaal met zuivere jazz geen droog brood zouden kunnen verdienen.

De omslag sluipt binnen, zoals hij dat ook in werkelijkheid deed. Na mei 1940 lijkt alles nog gewoon door te gaan, tot er een sinister knipsel te zien is uit het blad De Misthoorn, in september 1941 gepubliceerd na een optreden in Den Haag: ,,Wat een heerlijke bargoensche klanken stootten deze twee vieze jodenkinderen uit! Het was om te genieten en de zaal hing dan ook aan hun dikke jodenlippen.'' Men kan er lang bij stilstaan zonder het te begrijpen: iemand heeft dit – waarschijnlijk grimmig grijnzend – geschreven, toen is de tekst door een typograaf in een keurig lettertje gezet, daarop moest een derde de drukproef corrigeren en tenslotte is het de lezers onder ogen gekomen, gewoon, zoals dat bij een krant of een tijdschrift gaat.

Snel daarna werden Johnny & Jones in het isolement gebracht waarmee voor alle joden de vervolging begon. Als ze nog optraden, mocht daar uitsluitend joods publiek bij zijn. Ze brachten vertier voor joodse kinderen en adverteerden in het Joodsch Weekblad dat ze ook bij de mensen thuis konden komen: ,,Onze liedjes zijn zonnestralen / die u uit uw zorgen halen''. In maart 1942 waren ze bijvoorbeeld de gangmakers op een trouwfeest van een ex-Bijenkorf-collega. Ze zongen aangepaste teksten op hun eigen succesnummers. Een paar dagen later herhaalden ze dat hele optreden, ruim drie kwartier, in een opnamestudio voor particulieren. Dat geluid is nu teruggevonden en ook te horen op de nieuwe cd Maak het donker in het donker. Hou-er-de-moed-maar-in-muziek, ontroerend en luguber tegelijk.

Op de cd staan voorts de zes nummers die Johnny & Jones in augustus 1944 in een studio in Amsterdam hebben laten opnemen. Hoewel ze toen allang in kamp Westerbork zaten, als arbeiders bij de vliegtuigsloperij, konden ze af en toe het kamp uit om elders onderdelen op te halen. Ze zongen wat ze in het kamp zongen, intussen zonder quasi-Amerikaans accent: ,,Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilv'ren maantje op de heide...'' Van oude vrienden en collega's kregen ze het dringende advies onder te duiken. Iemand wist zelfs een adres. Maar het ging hen goed, zeiden ze, ze zouden zich er heus wel doorheen slaan. Ze waren intussen getrouwd; waarschijnlijk waren ze ook bang dat hun vrouwen in Westerbork iets zou overkomen als ze niet terugkeerden.

Kort daarna volgde toch het transport. Eerst naar Theresienstadt, daarna door naar Auschwitz en Bergen-Belsen. Naast het laatste paneel ligt het Memor-boek waarin de namen staan van alle Nederlandse joden die tijdens de tweede wereldoorlog zijn vermoord.

Johnny and Jones; two swinging kids and their fate. Verzetsmuseum, Amsterdam, t/m 14/10. Inl. (020) 6202535

CD: Johnny and Jones, Maak het donker in het donker. NJA 0101