Alles wat een rok draagt

Van hun titels moeten ze het niet hebben, de romans van Henk Romijn Meijer. Oubollig, dat is nog het beste wat je kunt zeggen van titels als Lieve zuster Ursula (1969) of Leuk dat je nog even langs bent geweest (1993). Ook voor de titel van zijn nieuwe roman Oprechter trouw, ontleend aan het meest afgekloven Vondel-citaat, zal niemand met hooggespannen verwachtingen naar de boekwinkel snellen. Ten onrechte, net als de vorige keren. Want Romijn Meijer mag dan een ongelukkige hand hebben bij het kiezen van zijn titels, de romans zelf mogen er wezen.

4

In Oprechter trouw gaat het (de titel laat nauwelijks ruimte voor twijfel) over een huwelijk, zij het een hoogst onconventioneel huwelijk, aangezien de beide echtelieden al meer dan vijfentwintig jaar gescheiden zijn. Wel wonen ze nog altijd in hetzelfde huis, bij het Sarphatipark in Amsterdam. Barend Fijnvandraat, vierentachtig jaar oud, en zijn zes jaar jongere Hetty hebben zich nooit van elkaar los kunnen maken, en met welke perikelen dat allemaal gepaard gaat, daarvan kan de lezer meer dan vierhonderd bladzijden lang meegenieten.

`Geen water bluscht dit vuur', luidt het – eveneens van Vondel afkomstige – motto bij de roman, die bestaat uit een lange reeks van scènes uit het `huwelijk' van deze twee vitale en voortdurend met elkaar kibbelende bejaarden. Vooral op Barend, vertaler van beroep (al staat ook ergens dat hij nog altijd niet wist wat hij worden zou), heeft de leeftijd nauwelijks vat gekregen. `Oud worden moet je doen als je nog jong bent', vindt Barend, en daarom is hij op hoge leeftijd zo jeugdig gebleven, tot wanhoop van Hetty, die maar niet kan wennen aan de vele vriendinnetjes met wie Barend zijn gedachten, zijn conversatie en zijn bed vult.

Ze begrijpt niets van `die man', roept ze om de haverklap, wanneer hij haar weer eens op de kast heeft gejaagd. Hetty krijgt dan ook nogal wat van Barend te verduren. Haar plagen en pesten lijkt, naast een nimmer verzakende preoccupatie met Hema-meisjes, dienstertjes en eigenlijk met alles wat een rok draagt, zijn voornaamste dagvulling, althans wanneer hij niet werkt aan een nieuwe vertaling van Lady Chatterley's lover. Zijn doorgaans goedaardige pesterijen en haar wanhopig onbegrip over wat hem nu weer heeft bezield bepalen het ritme van deze comedy of errors, waarvan Hetty's beste vriendin Willemien het geheim verraadt als ze zegt: `Het is een soort liefde, moet je maar denken'.

Het kost Hetty de grootste moeite om daarin te berusten. Diep in haar hart droomt ze nog altijd van de ideale man, indachtig haar favoriete liedje `Some day my prince will come'. Wat ze verlangt is `een man uit één stuk, een aardige man, een mooi lijf en verder niet al te ingewikkeld'. `Aardig' is ook Barend, meestal tenminste, en dat maakt het juist zo ingewikkeld, maar `een man uit één stuk' kan ze hem onmogelijk vinden.

Kermiskind

Toch vertoont zijn gedrag beslist consistentie, bestaande uit een even permanente als tergende mengeling van trouw en trouweloosheid. Van meet af aan heeft hij haar bedrogen, zowel actief als in gedachten. Want ook Barend heeft zijn dromen, die zich richten op het `kermiskind' dat hem in zijn jeugd het hoofd op hol heeft gebracht, maar evengoed is een zinnetje als `ze had lang blond haar en huilde', ergens gelezen in een café, voldoende om zijn verhitte fantasie aan het werk te zetten. Met dat blonde huilende meisje zou Barend graag een nieuw gezin stichten, iets wat op zijn leeftijd nog heel goed kan, meent hij zelf.

Met het gezin dat hij daadwerkelijk heeft gesticht, maken we alleen zijdelings kennis. Met Nathalie en Natasja, de mooie dochters van Barend en Hetty, en met hun zoon Benjamin, die als trompettist naar Canada is vertrokken en sindsdien niets meer van zich heeft laten horen. De dochters wonen samen met de kaal geschoren therapeut Jules, die hun aanraadt alles te doen wat ze `leuk' lijkt. Een van de gevolgen daarvan is dat Natasja op zeker moment in een bordeel gaat werken. Tot ontzetting van Hetty, maar Barend komt zijn dochter er doodgemoedereerd bezoeken, hij was altijd al van mening dat het goed is voor meisjes om twee jaar van hun leven in een bordeel door te brengen, als tegenhanger van de tweejarige dienstplicht die jongens moeten vervullen.

Wie het nog niet begrepen had, zou nu kunnen weten dat Romijn Meijer zijn personages niet zonder meer aan zijn fantasie heeft laten ontspruiten. Wie anders namelijk kan model hebben gestaan voor de altijd verwonderde hedonist Barend Fijnvandraat dan Adriaan Morriën, vader van twee dochters die hij in Alissa en Adrienne (1957) ooit zelf heeft geportretteerd? Zijn zachtmoedige wereldvreemdheid (en alles wat vrouw en kinderen daaronder te lijden hebben gehad) lijkt naar het leven getekend. In de praktijk is deze connectie met de werkelijkheid overigens niet meer dan een extraatje, iets voor de literaire voyeurs onder ons. De roman is mans genoeg om op eigen benen te staan.

Dat neemt niet weg dat juist het rijk geschakeerde portret van de beide hoofdpersonen en hun wonderlijke relatie de grote kracht van het boek uitmaakt. Een echte intrige ontbreekt, al valt het tijdsverloop samen met de maanden die Barend nodig heeft om D.H. Lawrence's ooit omstreden roman te vertalen. `Ik vertel deze geschiedenis met de bescheiden middelen waarover ik beschik, fragmentarisch, de gestoorde hartslag van de emoties, van de hak op de tak, een potpourri van gehavende indrukken', zegt de verteller, die een intieme betrokkenheid bij het vertelde aan de dag legt. Hij spreekt zijn liefde uit voor Nathalie en Natasja. Zijn verhaal moet jegens hen zelfs iets `goedmaken', wat suggereert dat deze verteller niet automatisch met Henk Romijn Meijer mag worden geïdentificeerd.

Verloren zoon

Dat laatste blijkt te kloppen. Tegen het eind van de roman maakt hij zich bekend als de verloren zoon Benjamin die, inmiddels naar Frankrijk verhuisd, de geschiedenis van zijn familie op afstand reconstrueert, met gemengde gevoelens weliswaar, maar uiteindelijk toch vooral met verzoenende affectie. Terwijl hij het `positief ouder worden' aanwijst als hét thema van zijn verhaal. Wat dit thema precies met Benjamin te maken heeft, blijft onduidelijk; het lijkt eerder bij Romijn Meijer te passen, die ook niet meer een van de jongsten is en die door deze roman te schrijven het thema ervan overtuigend in praktijk heeft gebracht.

Al te veel belang lijkt de truc van de alwetende verteller die stiekem een personage is, onlangs ook gebruikt door Barber van de Pol in háár familieroman Kriblijn, daarom niet te hebben binnen het verhaal. Voor het plezier dat Oprechter trouw de lezer kan bezorgen maakt het niet zoveel uit wie de verteller is. Dat plezier zit in de dwaze, verbazingwekkende en ontroerende details waarmee deze tragikomische huwelijkshistorie wordt verteld.

Barend die op Hetty's verwijtende vraag hoe hij indertijd zijn geld naar de hoeren kon brengen terwijl het gezin amper te eten had, antwoordt: `Ja, dat was ook erg moeilijk'. Hetty die op haar filosofische kunstkring in `oogcontact' meent te komen met de psychiater die een idiote lezing over `hebben' houdt. De uitgever René Boskamp, moeiteloos herkenbaar als Geert van Oorschot, van wie gezegd wordt: `Hij liep met grote passen bij Barend vandaan, sigaar in de wind, zijn haar verwaaid, aanvoerder van een bataljon dat achter zijn rug een andere richting had gekozen'. Barend die in een amusementshal een wezenloze teenager met vertaalproblemen lastig valt en vervolgens van pedofilie wordt verdacht. Het herenigde gezin (minus Benjamin) dat in het laatste hoofdstuk aan de drank gaat, kijkend naar de samenvatting van de elfstedentocht, waaraan Barend graag nog had meegedaan. Enzovoort. Enzovoort.

De roman staat vol met zulke taferelen, smeuïg en met milde, zij het weinig verhullende ironie beschreven. Wie, in navolging van de schrijver, de tijd neemt om zich erin te verliezen en zich niet stoort aan een herhaling meer of minder, beleeft een paar kostelijke uren. Ook dat klinkt oubollig, maar daardoor moet men zich, evenmin als door de titel, in dit bijzondere geval niet laten misleiden.

Henk Romijn Meijer: Oprechter trouw. Meulenhoff, 442 blz. ƒ49,90