Alles nageaapt

We horen niet graag dat we ontspoorde apen zijn, maar bioloog Frans de Waal herhaalt het keer op keer. Hij beschrijft de historie van een vak dat hijzelf voor een belangrijk deel vormgeeft.

Kan de mens door het bezit van cultuur aanspraak maken op een unieke plaats in het dierenrijk? De invloedrijke primatoloog Frans de Waal, hoogleraar aan de Amerikaanse Emory universiteit, meent van niet. Zijn nieuwe boek De aap en de sushimeester is een indrukwekkend pleidooi voor het afschaffen van de simplistische tweedeling in natuur en cultuur die in het Westen nog altijd wordt gehanteerd.

Elke sushikok is voor zijn kennis van voedsel afhankelijk van de ervaringen die hij als keukenslaaf opdeed door jarenlang de ingewikkelde verrichtingen van zijn leermeester gade te slaan. Op vergelijkbare wijze kijkt ook een aap de kunst van het voedselkiezen en verwerken af van soortgenoten. Zo leert hij van ervaren soortgenoten het onderscheid te maken tussen eetbare en oneetbare vruchten en planten. En zelfs op welke extreem bittere bladeren hij van tijd tot tijd moet kauwen om de wormen vanuit zijn darmen weer het bos in te jagen. Van dat effect is het dier zich misschien niet eens bewust, maar het is wel een vorm van zelfmedicatie die door sociaal leren mogelijk wordt.

Imiteren en leren van anderen kunnen niet alleen mensen en apen, maar bijvoorbeeld ook vogels en walvissen die van soortgenoten leren zingen, of galmen. Ook jonge olifanten leren veel van ervaren volwassenen, zoals de weg vinden naar een afgelegen waterbron, opdat ze in tijden van droogte niet zullen omkomen van de dorst. En zo zijn er in de loop der jaren veel voorbeelden bij elkaar gesprokkeld die duidelijk maken dat het verwerven van culturele kennis, niet alleen voor mensen, maar ook voor veel dieren van levensbelang is. Alleen al bij chimpansees werden 39 gedragingen gevonden die jonge dieren van volwassenen aanleren. Ze komen niet alle 39 in elke chimpanseepopulatie voor, want er bestaan culturele verschillen tussen populaties. Uit deze vondsten volgt onontkoombaar dat de veronderstelde kloof tussen mens en dier niet bestaat, of in elk geval veel minder groot is dan zo vaak wordt aangenomen.

Het is een fundamentele en nog altijd delicate kwestie die De Waal heeft aangesneden. Want in sommige kringen is de weerzin tegen de idee dat mensen ontspoorde apen zijn, onverminderd groot. Zij voelen zich sterk staan, want weten zich gesteund door de joods-christelijke traditie. Dat is op zichzelf natuurlijk geen argument in hun voordeel, maar het is wel begrijpelijk dat je dat na duizenden jaren van sociaal leren gaat geloven. Ook veel atheïsten denken in termen van die simpele joods-christelijke dichotomie van natuur en cultuur. Het is kennelijk moeilijk om aan dit vanzelfsprekend lijkende dualisme te ontsnappen. Het duikt overal op, zowel in de kerk als bij Freud op de sofa. Zelfs de westerse biologen zagen lange tijd niet in dat aangeboren gedrag vaak aangeleerd moet worden. Natuur bevat vaak cultuur en cultuur is nooit niet met natuur verweven.

Jo Mendi, een sigaar rokende, cognac drinkende chimpansee, gekleed in blauwe overall, was een ster uit de amusementsindustrie in het Detroit van de jaren dertig. Wanneer hij, begeleid door zijn dierentuindirecteur, optrad, trok hij zeker tweemaal zoveel publiek als de toenmalige presidentskandidaat Franklin Delano Roosevelt bij zijn bezoek aan Detroit. Dat ontging de tegenstanders van Roosevelt niet en ze maakten er dan ook dankbaar gebruik van in het vervolg van hun politieke campagne. Moest een presidentskandidaat die maar half zoveel toeschouwers wist te lokken als een verklede chimpansee wel de machtigste man van het land worden?

Hoe komt het dat het moeite kost om niet in de lach te schieten bij de aanblik van een als arbeider verklede chimpansee die rookt, drinkt en met bestek eet? De Waal doet twee suggesties: de aap confronteert ons met onze bizarre gewoonten en eigenaardigheden. Dankzij zijn optreden kunnen we die relativeren. We voelen ons wel uiterst gecultiveerd, maar zijn we met ons bestek, servetten en zelfs messenleggers niet tamelijk belachelijk? Als het waar zou zijn dat we om onszelf lachen, is dat nog wel sympathiek ten opzichte van de chimpansee, maar De Waal vreest dat er iets anders aan de hand is: door vermeend ongecultiveerde dieren ons, verfijnde cultuurdragers, te laten imiteren, maken de dieren zichzelf nog lachwekkender dan we ze al vonden. Als zelfs een van onze nauwste verwanten, de chimpansee, zo weinig van zijn imitatie terecht brengt, bevestigt dat dan niet de onoverbrugbaarheid van de kloof tussen natuur en cultuur? Je hebt wilde dieren, vervolgens gedresseerde apen, dan een hele tijd niets en ten slotte op eenzame hoogte de unieke mens met zijn cultuur. Welk publiek wil dat niet graag geloven?

Ik herinner me goed dat ik als student voor het eerst in een laboratorium kwam waar het gedrag van apen werd bestudeerd. Eén van de biologen, zo begreep ik het ten minste, was geïntrigeerd door het verschil tussen mens en aap. Met een grenzeloos geduld turfde hij, dag in dag uit en dat jarenlang achtereen, elk van hun gedragingen en volgde zo de ontwikkelingen van hun familierelaties. Geen aap kon gapen of de onderzoeker noteerde dat en pas daarna gaapte hijzelf.

Intussen besteedde hij, tot mijn grote verbazing, geen minuut aandacht aan de apparatuur waarvan hij voor zijn onderzoek gebruik maakte. De toen nog reusachtige computer gromde, zoemde en spuwde meters papier uit. Zijn assistent ratelde op een typemachine en de cassetterecorder piepte benauwd wanneer hij werd teruggespoeld om de opgenomen apengeluiden, op zoek naar Het Grote Verschil, nogmaals te beluisteren. Alle gegrom, gezoem, geratel en gepiep van de apparaten waren echter tevergeefs. De onderzoeker had uitsluitend oog en oor voor zijn apen.

Dat die apparatuur het verschil belichaamde waarnaar hij op zoek zei te zijn, ontging hem. Ik vond dat tamelijk komisch, maar besef nu dat ik destijds zelf iets heb gemist. Die onderzoeker was zeker niet uitsluitend op zoek naar verschillen, maar juist ook naar overeenkomsten. Hij wilde het groepsleven van zijn apen zo volledig mogelijk in kaart brengen en was erop gespitst hoe zij kennis en gewoonten doorgaven. Dat geldt ook voor De Waal die al ruim een kwart eeuw kijkt naar makaak-, chimpansee- en door vrouwtjes gedomineerde bonobogemeenschappen.

Onder cultuur wordt in het spraakgebruik verstaan: muziek, literatuur, beeldende kunst. Rekent iemand een technische verworvenheid als de computer daartoe, dan gaat het waarschijnlijk om een ingenieur of een analfabeet. Geen zichzelf respecterend gecultiveerd persoon zou zoiets in zijn hoofd halen. Maar de enge definitie van cultuur in het spraakgebruik overlapt maar gedeeltelijk de veel ruimere interpretatie van de etholoog: `alle kennis en gewoonten die via anderen, meestal de oudere generatie, wordt verworven.' Zoals de chimpansee die door afkijken en lang oefenen leert om noten te kraken met behulp van een steen, of termieten te vangen met een zelf vormgegeven stokje.

De Waals boek is een geslaagd mengsel van autobiografie, recapitulatie van oud werk dat opnieuw wordt bezien in het licht van het dualisme, maar ook nieuwe ontwikkelingen op het terrein van werktuiggebruik, inlevingsvermogen en sociale relaties van primaten. Hij schrijft op een persoonlijke en toegankelijke manier wetenschapsgeschiedenis. Het ontstaan van de ethologie in Europa met zijn nadruk op instinctief gedrag komt uitgebreid aan de orde, maar ook de ontwikkeling van het behaviorisme in Amerika. Je voelt steeds dat er iemand aan het woord is die zelf vorm geeft aan het vak.

Opmerkelijk is dat er veel aandacht wordt gegeven aan de geschiedenis van de primatologie in Japan. Weliswaar was het de Zweed Carl Linnaeus die in 1758 de moed had om de mens te classificeren bij de apen, maar het idee dat dieren cultuur hebben komt uit Japan. Dat is niet zo verbazingwekkend, want oosterlingen zijn nooit gewend geweest te denken dat zij op een zoveel hoger plan staan dan dieren. Ze denken niet in de tegenstelling natuur-cultuur en niet weinigen reïncarneren regelmatig in een ander dier, wat het inlevingsvermogen vermoedelijk geen kwaad doet. Onze nauwste verwanten de chimpansee en bonobo leven weliswaar niet in Japan, maar het is daar wel vergeven van de makaken. Japanners kregen eenvoudigweg nooit de gelegenheid zo vergaand van hun verwanten te vervreemden als wij.

Westerse ethologen hadden er lang last van strikt `objectief' te willen zijn. Sommigen onder hen, tegen wie De Waal zich altijd heeft verzet, vonden het verkeerd om dieren namen te geven of om ze te benaderen als individuen met eigen persoonlijkheden. Ze waren bang om als een sprookjesverteller menselijke eigenschappen te projecteren op dieren, wat, zoals het volgende voorbeeld laat zien, inderdaad een gevaar kan zijn: wanneer een ganzenkuiken uit het ei kruipt, ontdekte de grote dierenkenner en Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz, beschouwt hij het eerste bewegend object dat hij ziet als zijn moeder. In de natuur is dat ook bijna altijd het geval, maar je kunt zo'n kuiken ook inprenten op een konijn, of op een rijdende speelgoedlocomotief. Ja, zelfs op een lid van de nationaal-socialistische partij, mits hij beweegt.

De Oostenrijker Lorenz werd in de jaren dertig van de vorige eeuw lid van die partij, zoals in het boek uitvoerig beschreven wordt, maar nu heb ik me bezondigd aan een vorm van antropomorfe projectie op een kuiken, waar ook De Waal op tegen is. Want als een volwassen gans al geen verstand van politiek heeft, hoe zou je dat dan redelijkerwijs van een net uit het ei gekropen kuiken kunnen verwachten. Nee, het is de kunst je in te leven in een dier en daarbij je intuïtie zo te gebruiken dat je er sneller achter komt wat voor dàt dier essentieel is. De Waal bepleit een vorm van antropomorfisme waarin het dier en niet de mens centraal staat. Voor een ganzenkuiken tellen alleen de bewegingen van een racist, niet zijn perverse ideeën.

Van Konrad Lorenz of die andere grondlegger van de ethologie, Niko Tinbergen, heeft iedereen wel eens gehoord, maar in het Westen kent vrijwel niemand Kinji Imanishi (1902-1992). Misschien komt dat doordat hij weinig van het darwinisme begreep. Of door zijn onverbloemde afkeer van de reductionistisch ingestelde sociobiologie, waar ook De Waal niet erg enthousiast over is. Toch bestudeerde Imanishi al lang voordat chimpanseeonderzoeker Jane Goodall naar Gombe Stream in Tanzania vertrok, de verwantschapsrelaties en het bijbehorende gedrag van primaten. Zo hoopte hij meer inzicht te krijgen in de wortels van ons eigen gedrag. Dat is een van de dingen waar ook De Waal op uit is.

Japanse onderzoekers volgden tientallen, soms zelfs meer dan honderd apen individueel, gaven ze in tegenstelling tot de westerse biologen juist wèl namen en hechtten daaraan ook grote waarde. Het is een benadering die inmiddels, zij het om een heel andere reden, overal ter wereld ingang vindt: westerse biologen zijn zich er weer van bewust dat evolutie om individuen draait en niet om het behoud van de soort. Natuurlijke selectie neemt nu eenmaal individuen te grazen.

Het waren ook de Japanners die een dier voor het eerst op cultuur betrapten. Makaken wassen in de oceaan bij Koshima het zand van de aardappels die hun af en toe worden verstrekt. Het is een wereldbekend geworden gewoonte die nu al een halve eeuw lang in ere wordt gehouden. Dat wil zeggen lang na de dood van het geniale vrouwtje dat op dit voor een makaak hoogst originele idee kwam. Nog even en de ooit waterschuwe makaken duiken naar zeevoedsel. Dan is het wachten op de eerste makakenmutant met het begin van zwemvliesjes. Een culturele verworvenheid als het schoonwassen van aardappelen kan de evolutie een nieuwe richting geven.

Cultuur en het vermogen je in te leven in een ander liggen in elkaars verlengde. De jonge chimpansee Yoini, die in het begin van de vorige eeuw door Nadie Ladygina-Kohts in Moskou werd opgevoed, hield ervan op het dak van haar huis te klimmen. Ze kon hem daar alleen weer vanaf krijgen door te veinzen dat ze huilde. Dan kwam de chimpansee onmiddellijk naar haar toe om haar te troosten. Medeleven en zelfs het begin van een moraal zouden wel eens ouder kunnen zijn dan de mens, betoogde De Waal al in zijn vorige boek Van nature goed en hij gaf toen het voorbeeld van een oude blinde chimpansee die door een ziende soortgenoot bij de hand werd genomen en rondgeleid.

Primatologen krijgen er geen genoeg van de individuele eigenaardigheden van de apen die zij bestuderen te bespreken. Ze geven dat, inclusief De Waal, grif toe. Het klinkt wel eens alsof de karakters worden geanalyseerd van personages in een soapserie op televisie. Als buitenstaander die onmogelijk kon beoordelen of `Konrad die bewuste morgen iets deed waartoe Niko nooit in staat zou zijn geweest, zelfs niet als de oude matriarch Mama het goed had gevonden', verlangde ik tijdens gesprekken met apenonderzoekers wel eens naar meer generalisaties, wetmatigheden, patronen.

In dit boek komen die ruimschoots aan bod. De Waal heeft de balans weten te vinden tussen vaak schitterende anekdotes en belangrijke generalisaties, tussen bonobo- en chimpansee-soap en essentiële discussie. Bijvoorbeeld over de manier waarop het dualisme heeft doorgewerkt in het werk van Freud en Lévi-Strauss. Hun ideeën over oedipuscomplex en incesttaboe krijgen het zwaar te verduren, terwijl het werk van een vrijwel vergeten geleerde als Westermarck wordt gerehabiliteerd. Hij zag al vroeg in dat de seksuele aversie die samen opgroeiende kinderen voor elkaar ontwikkelen een biologische aanpassing zou kunnen zijn. Schadelijke effecten van inteelt werden zo op voorhand vermeden.

Een van de hoofdstukken in De aap en de sushimeester gaat in op de belemmerende rol die juist de goeroes van een vakgebied vaak spelen. Zij veranderen van originele denkers in pruttelende mastodonten die zelden geneigd zijn hun macht prijs te geven. De Waal heeft inmiddels zelf de leeftijd van silverback bereikt en is hard op weg een goeroe van de primatologie te worden. Hopelijk zal het nog even duren voordat hij verandert in een struikelblok voor zijn opvolgers.

Frans de Waal: The Ape and the Sushi Master. Cultural Reflections by a Primatologist. Allen Lane, 433 blz. ƒ70,85. Vertaald door Bart Voorzanger als De aap en de sushimeester. Over cultuur bij dieren. Contact, 320 blz. ƒ69,90