Achterberg

Fleur Speets bespreking van mijn bij de Gentse Academie verschenen Achterberg-bundel Een verre vrouw van taal (Boeken, 18.5.2001) noopt tot een kanttekening. Het gaat om haar opmerkingen over mijn vermeend gebrek aan respect voor een tweetal met name genoemde auteurs.

Daar is in de eerste plaats de Achterberg-biograaf Wim Hazeu, die volgens Fleur Speet zou delen in de door mij uitgedeelde `klappen'.

Op pag.11 van het door Speet besproken boek heb ik duidelijk mijn `bewondering' uitgesproken voor Hazeus biografie, die ik voor de verdere Achterberg-studie `onmisbaar' noemde en waardoor de auteur volgens mij `recht heeft op de dankbaarheid van ieder die zich bezighoudt met de Nederlandstalige poëzie'.Het was absoluut niet mijn bedoeling dat de paar door mij geformuleerde kritische noten bij Hazeus imposante werk zouden overkomen als `klappen'.

Zo was het evenmin mijn bedoeling de `onkunde' van Ed. Hoornik bloot te leggen,toen ik verslag uitbracht van ons gesprek over de overeenkomst tussen een gegeven met betrekking tot Gerrit Achterberg en een roman van A.M. de Jong, die Hoornik blijkbaar onbekend was gebleven.

Hoezeer ik de auteur Ed.Hoornik waardeer, blijkt niet alleen uit mijn recente publicatie over Achterberg maar ook uit enkele van mijn vroegere boeken. Ondermeer uit het in 1990 verschenen bundeltje Liever waarheid dan sensatie, met in de ondertitel `Een eerherstel voor Ed. Hoornik en andere slachtoffers van valse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog'.