Zonder veilig imago is de supermarkt nergens

Ahold geeft zijn Thaise supermarktmanagers cursussen om de veiligheid van de voedselketen te bevorderen. Concurrerende supermarkten zijn ook welkom. Als niet elke winkel veilig werkt, is de investering zinloos.

Op de wegen van Thailand rijden sinds kort veertig koelvrachtwagens. Ze vervoeren groenten, fruit en vlees rechtstreeks van de boeren naar gekoelde distributiecentra en naar de veertig Tops-supermarkten. Rechtstreeks, want tussenhandelaren worden nu uitgesloten. Het eten komt verser aan en het scheelt in de prijs. De supermarktmanagers die dit organiseren mogen nu ook meedoen aan iets nieuws: een opleiding in `supply chain management' aan de Thaise universiteit Kasetsart. Op kosten van onder meer Ahold, eigenaar van Albert Heijn en van Tops.

Ahold zweert bij controle over de voedselproductieketen. Farm to fork – van boerderij tot vork – heet dat. Zonder veilig voedsel, redeneert de marktleider in Nederland, is een supermarkt tegenwoordig nergens. ,,Op dat aspect moet je juist niet concurreren'', zegt Chiel de Bruijne, die controle van de productieketen eerst voor Albert Heijn organiseerde in Nederland en het vervolgens in de jonge groeimarkt Thailand is gaan invoeren. Tops levert Ahold jaarlijks zo'n 220 miljoen gulden op.

Minister Brinkhorst (Landbouw) riep supermarkten gisteren op meer bekend te maken over de herkomst van vers vlees en verse groenten. Hij wil ze dwingen om te concurreren op dat gebied, zodat consumenten via hun koopgedrag invloed kunnen uitoefenen op zaken als dierenwelzijn, milieubescherming en hun eigen veiligheid. Maar dat willen supermarkten niet. Consumenten moeten er voetstoots vanuit kunnen gaan dat voedsel veilig is, zeggen zij. ,,Als je één schap in je winkel als `veilig' aanprijst, impliceer je dat andere schappen onveilig zijn'', aldus een woordvoerder van Konmar.

Verder redenerend: als één supermarkt zegt dat ze veilig is, impliceert die dat de andere dat niet zijn - en de grote internationale ketens hebben juist afgesproken dat niet te doen. Bij prijs-concurrentie kan dat wel: prijsvechter Dirk van den Broek heeft in zijn filialen affiches: `vindt u dit product bij een concurrent voor een lagere prijs, dan betalen wij u het verschil terug'. Dat zou op het gebied van veiligheid een affiche opleveren als `Treft u salmonella of te veel pesticide aan, dan krijgt u van ons de dokterskosten vergoed'. Maar dan is de klant al vertrokken.

Illustratief voor de anti-concurrentie-opvatting is dat werknemers van concurrerende supermarkten in Thailand, zoals het Britse Tesco en het Belgische Delhaize, de supply chain management-opleiding van Ahold ook mogen volgen. De Bruijne: ,,De verbetering van de productieketen moet breed worden gedragen. Als alleen Ahold eisen stelt aan boeren en leveranciers, dan heeft dat geen zin. Als alle supermarkten en consumenten meedoen, wordt de kwaliteit op termijn beter en de prijzen voor iedereen lager.''

In Thailand staat de bewaking van de voedselveiligheid in de kinderschoenen, voor zowel mens als milieu. In tropische temperaturen moet de boer veel bestrijdingsmiddelen aanwenden. Vervolgens moet hij conserveringsmiddelen gebruiken omdat een berg groenten of vis op een kar in de brandende zon niet lang vers blijft, zegt hoogleraar Adrie Beulens van de Landbouwuniversiteit Wageningen die met Ahold samenwerkt.

Ahold kan de boeren niet dwingen, zegt Beulens, alleen motiveren. De Bruijne van Ahold: ,,De leergierige boeren die zich aan milieu- en veiligheidseisen wíllen houden worden gecertificeerd en zijn dan verzekerd van een vaste afnemer – Tops.'' Van de 260 boeren die eerst aan Tops-supermarkten leverden zijn er in vier jaar maar 60 door Ahold gecertificeerd.

Behalve goodwill bij de Thaise overheid, zakenrelaties en consumenten, levert controle over de voedselketen ook geld op, zegt De Bruijne. Tops maakte in 2000 voor het eerst winst na vier jaar. Een belangrijke oorzaak: het omzetverlies door bedorven groenten en fruit, is met 300 procent gedaald.