Waddenzee niet bestand tegen kokkelvisserij

De Waddenzee is ecologisch gezien niet bestand tegen de mechanische visserij op kokkels. Het omploegen van de bodem van de Waddenzee met kokkelkorren heeft als effect dat zich gedurende zeven tot acht jaar minder jonge schelpdieren vestigen dan op vergelijkbare gebieden die niet zijn bevist.

Dit stellen onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), de Rijksuniversiteit Groningen en het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) in een onderzoek waarvan de resultaten later deze zomer worden gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Applied Ecology.

Volgens de onderzoekers zet het schrapen en zuigen van de bodem door kokkelvisserij een proces in gang waarbij sediment grofzanderig van aard wordt. ,,Hoe modderiger en fijnzandiger, des te meer kans op de vestiging van jonge kokkels'', zegt dr. Theunis Piersma van het NIOZ. De gevangen kokkels zijn een lucratieve bron van inkomsten voor de vissers. Ze worden veelal geëxporteerd om te worden verwerkt in gerechten als paella en in tapas.

De vissers hebben meermaals laten weten dat er geen bewijs bestaat dat hun activiteiten een ecologische ramp tot gevolg hebben. Volgens Piersma is met het onderzoek het bewijs geleverd dat het vissen niet alleen schadelijk is voor de hoeveelheid vlees in de Waddenzee, maar bovendien ,,een zeer lang naijleffect'' heeft. Piersma: ,,De vissers zeggen vaak dat er alleen kokkels komen op plaatsen waar regelmatig wordt gevist. Die redenering kan nu definitief worden verworpen. We hebben bewezen dat als je maar lang genoeg in de Waddenzee blijft raggen, je een monotone zee met alleen kleine wormpjes overhoudt. Het eindstadium van de hele Waddenzee is te vergelijken met de altijd zwaar beviste Waardgronden tussen Vlieland en de Afsluitdijk.''

De kokkelvisserij is al jaren omstreden. Veelal is de vraag of en in hoeverre de kokkelvissers de wadvogels dwarszitten. Bijvoorbeeld scholeksters, eidereenden en kanoetstrandlopers zijn voor hun voedselvoorziening afhankelijk van onder meer kokkels. In de winter van '99-2000 kwamen twintigduizend eidereenden om, vermoedelijk door voedseltekort. Nog steeds wordt getwist over de vraag of hun dood het gevolg is geweest van het gebrek aan kokkels.

Staatssecretaris Faber (Natuurbeheer) heeft vorig jaar de hoeveelheid voedsel uitgebreid die voor de wadvogels wordt gereserveerd en dus niet mag worden weggevist. De uitbreiding geldt alleen in voedselarme jaren. De maatregel volgde op een rapport van onderzoeksbureau Alterra, dat stelde dat scholeksters en eidereenden meer voedsel nodig hebben dan tot dan toe werd verondersteld.

Volgens Piersma is het hele voedselreserveringsbeleid ,,onzinnig''. Piersma: ,,Het slaat nergens op. Je kunt geen voedsel reserveren in gebieden die al bevist zijn, omdat het jaren duurt voordat de schelpdieren terugkeren.''

De onderzoekers hebben van 1992 tot 1998 beviste zandplaten vergeleken met niet-beviste platen. Eerder waren de ecologische gevolgen onderzocht van bevissing rond het eiland Griend in het westelijk deel van de Waddenzee, ten zuiden van Terschelling.

Het onderzoek staat los van een omvangrijke evaluatie door verschillende instituten, in opdracht van staatssecretaris Faber, die over twee jaar moet leiden tot een heroverweging van het beleid over de visserij in het Waddengebied.

Het kabinet omschreef de Waddenzee vorig jaar, in de nota `Natuur voor mensen, mensen voor natuur', samen met de kust als een van de weinige natuurgebieden in Nederland waarin niet de menselijke invloed maar natuurlijke processen nog overheersen.