TOLKEN

Communicatie tussen doven en horenden verloopt vaak stroef. Als de horende geen gebarentaal beheerst, moeten gesprekken via spraakafzien (`liplezen'), moeizaam geïmproviseerde gebaren of met pen en papier gevoerd worden. En dat is vermoeiend en frustrerend, voor zowel de dove als de horende. Een tolk gebarentaal kan dit probleem oplossen. Maar tolken zijn schaars. De 20.000 dove of ernstig slechthorende mensen in Nederland krijgen via hun verzekering 18 uur per jaar een tolk vergoed, maar zelfs voor die geringe tijd – waarin alle communicatie met horende artsen, advocaten, belastingadviseurs en wat dies meer zij zou moeten plaatshebben – zijn er te weinig tolken.

Er zijn momenteel in het hele land ongeveer 70 afgestudeerde tolken actief, van wie de meesten parttime werken. Om alle tolkaanvragen te honoreren, zouden er volgens een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam 800 tolken moeten zijn. Vooral in het (reguliere) onderwijs levert het tekort grote problemen op.

Een tolk vinden kan door in de eigen kennissenkring te zoeken of via een bemiddelingsbureau. Van het totaal aantal Nederlandse geschoolde tolken is ongeveer 80 procent in dienst bij een bemiddelingsbureau, van deze groep tolken staat weer ongeveer 80 procent op de loonlijst van het bemiddelingsbureau TC VisiNet. Een tolkaanvraag bij TC VisiNet moet minimaal 14 dagen van tevoren ingediend worden. In spoedgevallen zoals bijvoorbeeld begrafenissen, contacten met justitie en ziekenhuisopnames worden aanvragen eerder behandeld.