Stilte en maanlicht bij Post

Het is drukker dan ooit in de Giardini, op de eerste dag dat de Biennale van Venetië haar poorten geopend heeft. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt, staan er meterslange rijen voor de paviljoens van Engeland, Duitsland en Canada. In de lounge-ruimte die Pierre Huyghe in het Franse paviljoen heeft ingericht, staan honderden mensen op elkaar gedrukt. En in het Belgische paviljoen verdringt de pers zich in grote getale om een glimp op te vangen van de schilder Luc Tuymans, die persoonlijk rondleidingen over zijn tentoonstelling verzorgt.

Aan de 49ste editie van de Biennale, die het komende weekeinde voor het publiek geopend wordt, doen meer dan zestig landen mee, en dat is een record. De Biennale-organisatie heeft dit jaar diverse nieuwe deelnemers toegelaten: jonge staten uit het voormalige Oostblok, maar bijvoorbeeld ook een land als Nieuw-Zeeland. Bij gebrek aan ruimte in de Giardini, waar de traditionele landenpaviljoens hun plek hebben, zijn tientallen landen uitgewaaierd over het centrum van Venetië, de omliggende eilanden en zelfs het vasteland. Met als gevolg dat op vrijwel iedere straathoek een nationale presentatie te vinden is en aan weerszijden van het Canal Grande de banieren je uitnodigend toeschreeuwen.

Ook de hoofdtentoonstelling, het door Harald Szeemann samengestelde `Plateau of Humankind', weerspiegelt het multiculturele karakter van deze Biennale: niet eerder waren er zoveel werken te zien van kunstenaars uit Afrika en Latijns-Amerika. Opmerkelijk is hier ook het grote aantal Nederlandse deelnemers. Er zijn werken te zien van Mark Manders, Tiong Ang en Rineke Dijkstra. Fiona Tan is nadrukkelijk aanwezig met twee filmprojecties, en Joep van Lieshout heeft een deel van zijn Rotterdamse vrijstaat verplaatst naar de oever van het Arsenale. Met een reusachtig vlot is hij naar de tentoonstelling gevaren, heeft aangemeerd aan een pier en brengt er nu de tijd al zwemmend en picknickend door.

Maar de grootste eer komt toe aan Liza May Post. Zij werd door curator Jaap Guldemond uitgenodigd om het Rietveld-paviljoen in te richten en is tevens met vier werken vertegenwoordigd op `Post-Nature', de aanvullende Nederlandse tentoonstelling met een tiental kunstenaars die elders in de stad, in het fraaie barokke Ca' Zenobio-paleis gehouden wordt. Twee jaar geleden was er veel kritiek op de keuze voor het ingetogen werk van de toen 63-jarige en in het buitenland onbekende Daan van Golden. De internationale pers liet het Rietveld-paviljoen links liggen en had vooral aandacht voor de meer theatraal ingerichte paviljoens in de directe omgeving.

Het werk van Post (1965) staat al langere tijd internationaal in de belangstelling, maar het is de vraag of de Nederlandse met haar sobere foto's en korte films over zombie-achtige personages wél de aandacht zal kunnen trekken. In het Nederlandse paviljoen hangt een haast serene sfeer. Het daglicht dat door de ramen schijnt is gefilterd, zodat het lijkt of je in het maanlicht rondloopt. Afgezien van het gefluit van vogels klinkt er nauwelijks geluid. In gepaste stilte schuifelen de bezoekers in de schemering tussen de filmprojecties door.

Aan de inrichting van het paviljoen is veel zorg besteed. Posts foto's zijn perfect uitgelicht en lijken, net als haar films, licht te geven. Naast de wat oudere films Place (1996), Bros (1999) en Under (2000) toont Post één nieuw werk: een anderhalve minuut durende film over vier mensen die in de wachtruimte van een vliegveld strak voor zich uit staren. Dan begint er een soort asregen op hen neer te vallen. De grond kleurt zwart van de donkere confetti, maar de vier mannen en vrouwen blijven gelaten op hun stoelen zitten. Pas aan het eind komt een van de figuren in beweging en veegt wat snippers van de schouders van zijn buurman.

Het is te hopen dat de Biennale-bezoekers de subtiliteit van Posts werken kunnen waarderen. Dat ze de tijd nemen om de verholen rijkdom aan details te ontdekken – de fraai uitgewerkte kostuums, de kleine gebaren en de strakke composities. Doen ze dat niet dan is de kans groot dat ze Post snel de rug zullen toekeren en op zoek gaan naar de meer opzichtige presentaties in de naburige paviljoens.