Speeltjes voor echte jongens

Hele generaties jongens hebben met meccano gespeeld. Of met namaak-spul, want dat was er in grote hoeveelheden. In Hoorn is een expositie te zien over het beroemde speelgoed.

Je ziet ze wel eens op rommelmarkten, de kenners die een bouwdoos van Meccano ter hand nemen en met kritische blik in de losse onderdelen graaien. Soms schudden ze dan hun hoofd. Nee, zeggen ze, te veel Trix. Het is de geheimtaal van de kenners. Zij weten dat er in de hoogtijdagen van Meccano heel wat namaak op de markt was, want de dozen van het echte merk waren duur – te duur voor veel mensen. Zelf had ik helemaal geen bouwdoos, maar ik had wel vriendjes die met zoiets begeerlijks speelden. Ik geloof alleen niet dat het echte Meccano was, want dan had ik het onthouden. Het zal wel van dat goedkopere spul zijn geweest.

Het verschil is goed te zien op de speelse tentoonstelling 100 Jaar Meccano, op de krakende zolder van het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn, waar zelfs de hanenbalken nu toepasselijk bekleed zijn met rode en groene strips volgens het Meccano-procédé. Daar, tussen al het authentieke prachtmateriaal, ligt ook de namaak in aluminium. Vitrines vol, waaruit onder meer te leren valt dat de ook hier befaamde concurrent Märklin – nog zo'n duur merk – in feite uit Meccano voortkomt. Al in het begin van de twintigste eeuw blijkt Meccano een fabriek in Duitsland te hebben gehad, die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers is onteigend om er Märklin van te maken. Nooit geweten.

Maar eerst het echte werk. Op de tentoonstelling staat een bijna levensgrote politiemotor van Meccano, zo te zien klaar om weg te stuiven, en meterslange modellen van de Titanic en de SS Queen Mary. Plus een ongelooflijk ingenieuze maanstandenklok, die nog precies op tijd loopt. Kijk maar, de dag en de datum kloppen precies. Alleen heeft de maker nooit kunnen voorzien dat zijn werkstuk ook nog na het jaar 2000 dienst zou blijven doen. Het wijzertje staat nu op 1991, als om aan te tonen dat Meccano geen garantieperiode nodig heeft – het kan niet kapot.

Intussen vertellen de bijschriften, fragmentarisch, het verhaal van de Engelse boekhouder Frank Hornby, die honderd jaar geleden als hobby bouwmodellen voor zijn zoontjes maakte en zodoende het systeem uitvond: gietijzeren plaatjes vol gaatjes, waarmee telkens andere modellen te maken waren. Hij vroeg er in 1901 patent op aan en stichtte zes jaar later zijn eerste fabriek in Liverpool. De foto's tonen grote fabriekshallen waar lange rijen employés aan werkbanken de onderdelen maken. Binnen de kortste keren was Meccano een wereldmerk en Hornby miljonair. Hij maakte geen geheim van zijn succes; in een boekje uit 1915 werd hij de Amerikaanse kinderen zelfs ten voorbeeld gehouden. Het ligt hier: Frank Hornby, the boy who made $1,000,000 with a toy.

Hij moet bovendien een innovator zijn geweest, want voor de klantenbinding vond hij een methode die ook dezer dagen nog volop wordt toegepast: een eigen blad. Meccano Magazine was, zoals toen nog probleemloos op het omslag kon worden vermeld, ,,published in the interests of Boys''. En ook in Nederland draaide men er niet omheen. Al in de jaren twintig stond op de dozen dat het hier ging om ,,werktuigkunde voor jongens''. Je zag de beoogde doelgroep trouwens ook afgebeeld op die dozen – al waren de verhoudingen niet helemaal naar waarheid: de hijskranen groter dan in werkelijkheid, de jongens kleiner. De afmetingen van de bouwwerken die op het deksel werden beloofd, vielen dan ook altijd een beetje tegen. Ook bij de goedkopere merken.

Alles bij elkaar moeten er zo'n tweehonderd navolgers zijn geweest. Niet alleen Trix, maar ook Elmec, Necobo (Nederlandse Constructie Bouw) en zelfs een poging uit Eindhoven om op de speelgoedmarkt door te dringen met het merk Philips Mechanical Engineer. Maar niets was beter dan het echte Meccano. Tot in de jaren zestig het Lego-speelgoed uit Denemarken op de markt kwam. Met plastic bouwsteentjes werd het veel eenvoudiger de boel weer uit elkaar te halen. Aanvankelijk was het voor de ware Meccano-sleutelaars misschien nog te kinderachtig, maar al gauw breidde Lego het assortiment uit met serieus te nemen bouwpakketten. Om een lang en pijnlijk verhaal kort te maken: na een paar overnames moest de Meccano-fabriek in Liverpool in 1979 dicht. Pas sinds een jaar of tien is het merk weer in productie, nu in een fabriek in Calais. Maar voor de purist is het afgelopen; die haalt zijn neus op voor het plastic dat tegenwoordig wordt gebruikt.

Het pronkstuk van de tentoonstelling is ongetwijfeld het kermisterrein, met een draaiorgel, twee draaimolens, het reuzenrad uit het Prater in Wenen en een replica van het stoomgemaal De Cruquius. Alles werkt. Het aantal schoefjes dat hier is verwerkt, moet duizelingwekkend zijn. Net als het aantal uren dat eraan is gewerkt. Maar ze hadden natuurlijk gelijk, met de slagzin op de doos uit de jaren vijftig die elders achter glas ligt: ,,Meccano-uren zijn gelukkige uren.''

Tentoonstelling `100 Jaar Meccano', t/m 2 sept in het Museum van de Twintigste Eeuw, Bierkade 4, Hoorn. Open: di t/m zo 10-17u. Toegang ƒ5, voor kinderen ƒ4. Inl 0229-214001. www.museumhoorn.nl