Shell wil miljarden in Singapore investeren

De Koninklijke/Shell Groep overweegt voor 2,5 miljard gulden ethyleenfabrieken te bouwen in Singapore. Een studie moet voor het eind van het jaar uitwijzen of het plan haalbaar is.

Indien Shell de fabrieken inderdaad gaat bouwen, zou dat een van de grootste petrochemische investeringen zijn die ooit in de stadstaat zijn gedaan. Singapore hoopt in 2010 het grootste petrochemische knooppunt ter wereld te zijn. Dit moet een kwart van het bruto binnenlandse product opbrengen. Thans is dat zo'n 225 miljard gulden.

Een woordvoerder van Shell in Singapore zegt dat de fabrieken voor verwerking van ethyleen tot chemicaliën voor de productie van plastics naar alle waarschijnlijkheid naast de bestaande Shell-industrieën op het eiland Bukom komen te staan.

Dat betekent enigszins een streep door de rekening voor de Singaporese planners. Enkele tientallen kilometers westelijker worden zeven eilandjes `aan elkaar gebaggerd' waardoor één groot eiland ontstaat. Daarop zou alle petrochemische industrie moeten komen.

Shell is in Singapore vele malen gelauwerd, omdat het hier sinds 1960 grote investeringen deed op momenten dat het zakelijke klimaat daar geen aanleiding voor gaf. De regering meent dat de derde plaats die Singapore in de wereld inneemt als raffinagecentrum voor een groot deel op het conto van Shell te schrijven is.

Volgens de Raad voor Economische Ontwikkeling (EDB) is Shell met een geïnvesteerd vermogen van bijna 10 miljard gulden een van de grootste investeerders van Singapore.

De stadstaat heeft de financieel-economische crisis van 1997/1998 in verhouding tot de Zuid-Oost Aziatische buurlanden redelijk doorstaan.

Veel investeerders zien het eiland als een veilige haven, ondanks de nog bescheiden groeiprognoses.