Productveiligheid

De heer Beekman van Greenpeace vindt dat producenten niet zelf zouden mogen bepalen welke stoffen zij in producten gebruiken omdat een adequate veiligheidsbeoordeling niet zou plaatsvinden (NRC Handelsblad, 19 mei). Daarom zouden er strengere regels voor de veiligheidsbeoordeling van stoffen moeten komen, teneinde de veiligheid van consumenten te garanderen. Als voorbeeld haalt hij vervolgens cosmetica met UV-filters aan.

De Nederlandse Cosmetica Vereniging heeft onlangs consumenten geadviseerd om producten met UV-filters, zoals antizonnebrandmiddelen gewoon te blijven gebruiken. Dit ondanks een recent Zwitsers onderzoek dat op mogelijke schadelijke gevolgen zou wijzen. Beekman doet alsof de NCV dit advies zonder enige onderbouwing geeft. Dat is niet het geval.

In opdracht van de Keuringsdienst van Waren heeft het RIVM nader onderzoek gedaan, waaruit bleek dat er de nodige vraagtekens bij het Zwitserse onderzoek te zetten waren. Het RIVM adviseerde de producten niet uit de handel te nemen. Bovendien heeft ook de Zwitserse onderzoeker zelf een verklaring afgegeven waarin wordt gesteld dat naar aanleiding van haar onderzoek geen conclusies over producten getrokken kunnen worden. Juist UV-filters worden uitgebreid getest en beoordeeld alvorens zij op de Europese markt door de Europese Commissie worden toegelaten.

Het advies om antizonnebrandmiddelen te blijven smeren is weloverwogen. Zeker met het oog op het risico van huidkanker door overmatige blootstelling aan de zon, dat onomstotelijk vaststaat.

De eerste verantwoordelijkheid van de (cosmetische) industrie is het waarborgen van de veiligheid voor de consument. Uitsluitend veilige producten mogen op de markt worden gebracht. Dat staat in de wet en fabrikanten houden zich daaraan. De Keuringsdienst van Waren ziet daarop toe.