Op zoek naar het Russische lijden

Op de kalende grasmat van het Sacharovplein zijn twee Marokkaanse jongetjes aan het voetballen. Even verderop waggelt een man met ontbloot bovenlijf door de Czarinastraat in de richting van de arbeidershuisjes in de Golofkinstraat, de Menschikoffstraat, de Tolstoistraat en het Czaar Peterplantsoen. Behalve de halfnaakte man en de straatnamen doet hier verder niets aan Rusland denken. De Russische Buurt dankt haar naam dan ook slechts aan het korte verblijf van angry young man Peter de Grote in 1697.

Nu koningin Beatrix op staatsbezoek in Rusland is, lijkt een verkenning van het Noord-Hollandse tsaren-onderkomen dringend gewenst. Vooral nu de vorstin vorige week tegen een aantal ten paleize genode Ruslandkenners schijnt te hebben gezegd dat zij gefascineerd is door `het diepe filosofische lijden van de Russische ziel'. Velen, met Raspoetin en Greet Hofmans in het achterhoofd, zullen zich immers afvragen of deze koninklijke interesse blijk geeft van een nieuw mystiek verlangen aan het hof.

Peter de Grote had in tegenstelling tot Beatrix echter weinig op met filosofisch lijden of de Russische ziel. Hij was meer een man van de daad. Vastbesloten zijn land omhoog te stoten in de gelederen van de Europese grote mogendheden, ging hij in het voorjaar van 1697 in het gevolg van een Russisch gezantschap naar Europa om er bondgenoten te zoeken voor zijn oorlog tegen de Turken. Ook wilde hij zich verdiepen in de bouw van oorlogsschepen. Hij reisde incognito, omdat hij met het oog op een eventuele staatsgreep thuis de schijn wilde ophouden dat hij gewoon in het Kremlin zat. Maar door zijn lengte van twee meter vier en een zenuwtic in zijn gezicht werd hij overal herkend.

Op 17 augustus arriveerde Peter in de Nederlanden. Hij maakte zich los van zijn deftige gezelschap en begaf zich naar Zaandam – volgens zijn Hollandse adviseurs het belangrijkste scheepsbouwcentrum van de Republiek. Acht dagen woonde hij er in het houten huisje van de scheepssmid Gerrit Kist, totdat hij genoeg kreeg van de nieuwsgierige Zaankanters en naar Amsterdam vertrok.

Het huisje van Kist ligt nog steeds dichtbij de haven van Zaandam, al wordt die inmiddels omringd door nieuwbouwherenhuizen uit de duurdere prijscategorie. Tot 1780 interesseerde niemand zich voor het voormalige tsaren-onderkomen. Maar toen het in de daaropvolgende jaren bezocht werd door een hoge Russische admiraal, een Oostenrijkse keizer en een Russische kroonprins, kocht een Zaanse herbergier het en maakte er een toeristenattractie van. In 1818 kwam het huisje in handen van koning Willem I, die het weer cadeau deed aan zijn schoondochter, de Russische grootvorstin Anna Pavlovna Romanova. Zij koesterde haar nieuwe bezit alsof het een zakje Russische aarde was, stootte er haar hoofd tegen een deurpost en behoedde het voor de ondergang door er een stenen gebouw omheen te plaatsen. In 1886 schonk Willem III het huisje aan tsaar Alexander III, die er een soort houten corset omheen liet maken, zodat het niet uit elkaar viel. Omstreeks die tijd ging de Franse schrijver Joris-Karl Huysmans er op bezoek. Hij was diep teleurgesteld, toen hij ontdekte dat de tsaar er maar zo kort had gewoond. ,,Dit relikwie is dus eenvoudig boerenbedrog en ik raad mijn landgenoten aan op hun hoede te zijn'', schreef hij in zijn reisverslag.

Je hoeft het nu niet met Huysmans eens te zijn. Want alleen de duizenden Russische, Franse, Britse, Duitse en Nederlandse handtekeningen op de houten wanden van het huisje zijn al een genot om naar te kijken en trekken je in een mum van tijd de geschiedenis van de afgelopen drie eeuwen binnen. Wie zou bijvoorbeeld die Nikita Aleksejevitsj Tolstoj zijn geweest, die hier in 1974 op bezoek kwam?

Jaarlijks komen er zo'n 5.000 bezoekers naar het tsarenhuisje. Daarvan is de helft Russischtalig. Voor drie gulden vijftig krijgen ze een mooi inkijkje in het leven van een heerser, die zijn land uit zijn achterlijke isolement heeft gehaald door wezenlijke hervormingen op alle niveaus door te voren en van Rusland een sterke staat te maken. Daarbij kan het geen kwaad te beseffen dat dit op een dictatoriale wijze gebeurde. Peter deed in zijn wreedheid namelijk niet onder voor zijn latere communistische opvolgers.

Zo'n honderd jaar na Peters dood was de Russische maatschappij nog niet bijgekomen van de door hem veroorzaakte aardverschuiving. Russische intellectuelen hadden zich inmiddels in twee radicale kampen verschanst: dat van de slavofielen, die vonden dat Peter de organische ontwikkeling van het Russische volk met geweld had doorbroken, en dat van de westerlingen, die West-Europa als universeel voorbeeld van beschaving zagen.

Die tweespalt kun je in het huidige Rusland nog altijd zien. De afzonderlijke partijen voeren er afwisselend de boventoon. Op dit moment lijken de antiwesterlingen het voor het zeggen te hebben. Rusland moet weer Russisch worden. Het klinkt bijna als een nostalgisch verlangen naar de dagen van de oude Sovjet-Unie, toen het kapitalisme nog niet alom verwoestend om zich heen had geslagen en iedereen zijn spaarcenten nog bezat. Uit die periode dateert ook mijn eigen ervaring met `het diepe filosofische lijden van de Russische ziel'. In maart 1989 was ik op bezoek bij een oude Russische adellijke dame. Op het concentratiekamp na, had ze zo ongeveer alles meegemaakt wat een aristocraat onder het communisme kon overkomen. Het ergste dat ze had meegemaakt was dat de communisten haar eerste echtgenoot hadden vermoord. Maar ondanks al dat lijden accepteerde ze het allemaal alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. ,,Ik heb de hele dag verdriet'', zei ze. ,,Maar zo is Rusland nu eenmaal, zo zijn de Russen, zo is ons leven.'' Vervolgens vroeg ze me of ik ook zo van Dostojevski hield.

Met die herinnering in mijn hoofd deed het mij dan ook goed begin deze week op de televisie te zien dat Beatrix tijdens het staatsbanket in het Kremlin er bij president Poetin op aandrong toch vooral de ontwikkeling van de rechtsstaat aan te moedigen. Het `diepe filosofische lijden van de Russische ziel' was op dat moment even naar de achtergrond gedrongen, zowel bij de koningin als bij de Russische president.