Op het paardenkerkhof

Terwijl koningin Beatrix en Willem-Alexander zich vandaag naar het centrum van St. Petersburg begeven, zwerf ik liever rond in verre buitenwijken, op zoek naar vergeten zaken. In een zompige uithoek van het Alexanderpark in de oude tsarenresidentie Tsarskoe Selo, waar zelfs verdwaalde wandelaars niet komen, ligt naast een vervallen gebouw van rode baksteen een verlaten kerkhof. Een meisje van de lokale manege heeft me hierheen gereden. Met haar rijtuigje kwam ik haar tegen in het park, ik vroeg de weg en ze wilde me wel brengen.

Het vervoermiddel kon niet toepasselijker zijn. Ik ben aanbeland bij het enige paardenkerkhof ter wereld. Tussen het koolzaad (en een enkele paardebloem) liggen hier de honderdtwintig paarden die ooit een tsaar of tsarina op hun rug hebben gehad.

De dieren danken hun eerbiedwaardige rustplaats aan tsaar Nicolaas I. Die ontdekte in 1826 dat l'Ami, het paard waarop zijn broer Alexander I in 1814 na de nederlaag van Napoleon in triomf Parijs was binnengereden, wegkwijnde in een donkere stal in St. Petersburg. Hij liet in Tsarskoe Selo (Tsarendorp), 25 km ten zuiden van de toenmalige hoofdstad, een stal bouwen waar de keizerlijke paarden van een goed verzorgde oude dag konden genieten. De begraafplaats ernaast, met l'Ami als eerste bewoner, was het logische vervolg.

De stal van rode baksteen is vervallen, maar wordt nog gebruikt als werkplaats. Dat de graven er nog liggen, is te danken aan de Franse paardenliefhebber Jean-Louis Gouraud, die geld bijeenbracht voor de restauratie en de bulldozers buiten het hek hield. Voltooid is het werk nog lang niet, maar een aantal stenen is al hersteld en teruggeplaatst. Die van de rood-grijze merrie Havik bijvoorbeeld, die in de jaren 1889-1893 `diende onder het zadel van hare keizerlijke hoogheid Maria Fjodorovna' (de vrouw van Alexander III) en stierf op 28 september 1912. Even verderop ligt Tsarendorpeling, een grijze merrie die twaalf jaar rondreed met Alexander II.

Het is overigens zeer de vraag of de juiste steen op het juiste graf ligt. In de Tweede Wereldoorlog werden de zware stukken marmer van de graven gehaald en als dekking gebruikt. Tientallen jaren lagen de stenen op een hoop, en niemand die daarna nog kon zeggen welke waar precies thuishoorde. Er is nog onderzoek gaande om in elk geval het graf van l'Ami (zijn steen is al gerestaureerd, maar nog niet teruggeplaatst) met zekerheid te kunnen aanwijzen.

Ik sta stil bij de laatste rustplaats van Basjkir. Hij diende onder Alexander III, verreweg de zwaarste van alle tsaren. Wie diens imposante ruiterstandbeeld in St. Petersburg aanschouwt, krijgt beslist medelijden met het arme beest waarop hij is uitgebeeld. Zou het toeval zijn dat van de tien gerestaureerde stenen er drie zijn van paarden die toebehoorden aan de zwaarlijvige Alexander III? Basjkir hoefde het in elk geval maar drie jaar vol te houden. Hij mocht met pensioen toen zijn baas in 1894 overleed. Zelf, zo getuigt zijn grafsteen, stierf hij vijf jaar later.